Parlementaire vraag nr. 654 van de heer Van der Maelen van 23.02.2005
VRAAG 05/654
Vraag nr. 654 van de heer Van der Maelen dd. 23.02.2005
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 076, blz. 12738-12740
De Fiscale Koerier 2005/433
Vruchtgebruikconstructie - Voordeel van alle aard - Antirechtsmisbruikbepaling
VRAAG
De afgelopen jaren hebben heel wat belastingplichtigen hun toevlucht genomen tot fiscale vruchtgebruikconstructies. Deze constructies komen hoe langer hoe meer onder vuur te liggen. Recentelijk nog werd door de rechtbank van eerste aanleg van Brugge aanvaard dat de administratie een vruchtgebruikconstructie aan de hand van de anti-misbruikbepaling van artikel 344, WIB 1992 kon doorprikken.
Niettemin aanvaardt de fiscus onder bepaalde voorwaarden dat belastingplichtigen fiscaal kunnen optimaliseren door gebruik te maken van een vruchtgebruik. In de voorafgaande beslissing nr. 300.081 van 30 september 2003 aanvaardde de administratie een vruchtgebruikconstructie waarbij een zaakvoerder van een BVBA de naakte eigendom van een appartement kocht en zijn BVBA het vruchtgebruik kocht voor een periode van 15 jaar.
In fine van deze voorafgaande beslissing stelde de administratie verder: "De aandacht wordt gevestigd op het feit dat deze beslissing geen afbreuk doet aan een eventuele belasting, in hoofde van de heer X, van een voordeel van alle aard bedoeld in artikel 32, tweede lid, 2°, WIB 1992, op het ogenblik wanneer deze laatste, na 15 jaar, 80% van het vruchtgebruik van het appartement zal verwerven.".
Kan u specifiek wat deze laatste paragraaf van de voorafgaande beslissing 300.081 betreft meedelen:
1. Of het belasten van een voordeel van alle aard bij het einde van het vruchtgebruik in hoofde van de naakte eigenaar een algemene maatregel is die steeds en bij elke vruchtgebruikconstructie zal worden toegepast ?
2. Indien het antwoord op deze vraag positief is, hoe zal dit voordeel van alle aard dan worden berekend ?
3. Indien het antwoord op deze vraag negatief is, waarom wordt het belasten van een voordeel van alle aard dan beperkt tot enkele gevallen en wat zijn hierbij de doorslaggevende criteria ?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 29.04.2005)
De fiscale gevolgen van vruchtgebruikconstructies moeten aan de hand van de feitelijke en juridische gegevens, eigen aan het geval, worden beoordeeld. Ook de waarde van het vruchtgebruik moet op die manier worden vastgesteld. In voorkomend geval is de geactualiseerde huuropbrengst daarbij één van die gegevens. Op het gebied van directe belastingen moet niet noodzakelijkerwijze verwezen worden naar de regels die zijn vermeld in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten of in het Wetboek der successierechten.
De fiscale gevolgen van door de vruchtgebruiker uitgevoerde verbeteringswerken hangen inzonderheid af van hun aard, doel en omvang.
Het geachte lid verwijst naar de Voorafgaande beslissing nr. 300.081 van 30 september 2003. Ik wens vooraf op te merken dat een voorafgaande beslissing enkel betrekking heeft op één concreet geval.
De alinea waarop het geachte lid doelt, vestigt de aandacht op de mogelijkheid dat, op het ogenblik dat de zaakvoerder opnieuw volle eigenaar van het onroerend goed wordt, de feitelijke gegevens, eventueel ook met betrekking tot uitgevoerde verbeteringswerken, kunnen wijzen op het bestaan van een ten name van de zaakvoerder belastbaar voordeel van alle aard. In dit verband wordt erop gewezen dat op het moment van de aanvraag geen zekerheid bestond over de aanwending van het onroerend goed waarop het vruchtgebruik betrekking had.
Ten slotte stip ik aan dat uit voormelde beslissing geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de eventuele toepasbaarheid van artikel 344, §1, WIB 1992, inzake vruchtgebruikconstructies. Voormeld artikel behoorde trouwens niet tot de wettelijke bepalingen waaromtrent de aanvrager om voorafgaande zekerheid had verzocht wat betreft de toepassing ervan in het door hem voorgelegde geval.
Hoewel de gevolgen van vruchtgebruikconstructies op belastinggebied, zoals ik reeds eerder aangaf, afhankelijk zijn van concrete feitelijke en juridische gegevens, zal mijn administratie nagaan of het aangewezen is om ter zake centrale richtlijnen te verstrekken.
Vraag nr. 654 van de heer Van der Maelen dd. 23.02.2005
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 076, blz. 12738-12740
De Fiscale Koerier 2005/433
Vruchtgebruikconstructie - Voordeel van alle aard - Antirechtsmisbruikbepaling
VRAAG
De afgelopen jaren hebben heel wat belastingplichtigen hun toevlucht genomen tot fiscale vruchtgebruikconstructies. Deze constructies komen hoe langer hoe meer onder vuur te liggen. Recentelijk nog werd door de rechtbank van eerste aanleg van Brugge aanvaard dat de administratie een vruchtgebruikconstructie aan de hand van de anti-misbruikbepaling van artikel 344, WIB 1992 kon doorprikken.
Niettemin aanvaardt de fiscus onder bepaalde voorwaarden dat belastingplichtigen fiscaal kunnen optimaliseren door gebruik te maken van een vruchtgebruik. In de voorafgaande beslissing nr. 300.081 van 30 september 2003 aanvaardde de administratie een vruchtgebruikconstructie waarbij een zaakvoerder van een BVBA de naakte eigendom van een appartement kocht en zijn BVBA het vruchtgebruik kocht voor een periode van 15 jaar.
In fine van deze voorafgaande beslissing stelde de administratie verder: "De aandacht wordt gevestigd op het feit dat deze beslissing geen afbreuk doet aan een eventuele belasting, in hoofde van de heer X, van een voordeel van alle aard bedoeld in artikel 32, tweede lid, 2°, WIB 1992, op het ogenblik wanneer deze laatste, na 15 jaar, 80% van het vruchtgebruik van het appartement zal verwerven.".
Kan u specifiek wat deze laatste paragraaf van de voorafgaande beslissing 300.081 betreft meedelen:
1. Of het belasten van een voordeel van alle aard bij het einde van het vruchtgebruik in hoofde van de naakte eigenaar een algemene maatregel is die steeds en bij elke vruchtgebruikconstructie zal worden toegepast ?
2. Indien het antwoord op deze vraag positief is, hoe zal dit voordeel van alle aard dan worden berekend ?
3. Indien het antwoord op deze vraag negatief is, waarom wordt het belasten van een voordeel van alle aard dan beperkt tot enkele gevallen en wat zijn hierbij de doorslaggevende criteria ?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 29.04.2005)
De fiscale gevolgen van vruchtgebruikconstructies moeten aan de hand van de feitelijke en juridische gegevens, eigen aan het geval, worden beoordeeld. Ook de waarde van het vruchtgebruik moet op die manier worden vastgesteld. In voorkomend geval is de geactualiseerde huuropbrengst daarbij één van die gegevens. Op het gebied van directe belastingen moet niet noodzakelijkerwijze verwezen worden naar de regels die zijn vermeld in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten of in het Wetboek der successierechten.
De fiscale gevolgen van door de vruchtgebruiker uitgevoerde verbeteringswerken hangen inzonderheid af van hun aard, doel en omvang.
Het geachte lid verwijst naar de Voorafgaande beslissing nr. 300.081 van 30 september 2003. Ik wens vooraf op te merken dat een voorafgaande beslissing enkel betrekking heeft op één concreet geval.
De alinea waarop het geachte lid doelt, vestigt de aandacht op de mogelijkheid dat, op het ogenblik dat de zaakvoerder opnieuw volle eigenaar van het onroerend goed wordt, de feitelijke gegevens, eventueel ook met betrekking tot uitgevoerde verbeteringswerken, kunnen wijzen op het bestaan van een ten name van de zaakvoerder belastbaar voordeel van alle aard. In dit verband wordt erop gewezen dat op het moment van de aanvraag geen zekerheid bestond over de aanwending van het onroerend goed waarop het vruchtgebruik betrekking had.
Ten slotte stip ik aan dat uit voormelde beslissing geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de eventuele toepasbaarheid van artikel 344, §1, WIB 1992, inzake vruchtgebruikconstructies. Voormeld artikel behoorde trouwens niet tot de wettelijke bepalingen waaromtrent de aanvrager om voorafgaande zekerheid had verzocht wat betreft de toepassing ervan in het door hem voorgelegde geval.
Hoewel de gevolgen van vruchtgebruikconstructies op belastinggebied, zoals ik reeds eerder aangaf, afhankelijk zijn van concrete feitelijke en juridische gegevens, zal mijn administratie nagaan of het aangewezen is om ter zake centrale richtlijnen te verstrekken.
Bron: FisconetPlus
