Parlementaire vraag nr. 22312 van mevrouw Veerle Wouters van 25.02.2014

Mondelinge parlementaire vraag nr. 22312 van mevrouw Veerle Wouters dd. 25.02.2014

Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2013-2014, CRIV 53 COM 936 dd. 25.02.2014, blz. 27

De aanslag geheime commissielonen op voordelen van alle aard

VRAAG (van mevrouw Wouters)

Mijnheer de minister, in het verleden heeft de zogenaamde bijzondere aanslag op geheime commissielonen al heel wat inkt doen vloeien. In de praktijk was er sprake van veel discussies en onbillijkheden, die nu in principe verleden tijd zouden moeten zijn gelet op de recente wijziging van de wetgeving en de recentste circulaires. Blijkbaar zijn echter nog niet alle problemen opgelost. Er bereiken ons immers berichten dat er nog steeds dubbele taxaties worden aangekondigd en gevestigd. Zo blijkt dat de fiscale administratie in de praktijk de circulaire op een zodanige manier interpreteert dat zij de principiële betwisting omtrent het al dan niet bestaan van een voordeel van alle aard in hoofde van bijvoorbeeld een bedrijfsleider, toch gepaard laat gaan met een aanslag op geheime commissielonen in de vennootschapsbelasting. Uw administratie heeft het blijkbaar moeilijk om zich neer te leggen bij de rechtspraak van het Hof van Cassatie, dat in zijn arrest van 17 maart 2011 stelde dat het voordeel van alle aard moet worden verstrekt aan de bedrijfsleider. In een rechtsstaat heeft elke bedrijfsleider of zaakvoerder het principiële recht om de discussie voort te zetten. Hij kan zich in dat geval beroepen op de bepalingen van de circulaire van 22 juli 2013, meer bepaald de circulaire 30/2013, en de fiscale administratie verzoeken om een aanslag in te kohieren in de personenbelasting. Dat maakt het mogelijk voor de zaakvoerder om de discussie ten gronde te voeren, zonder fiscaal risico voor de betrokken vennootschap. Zoals de circulaire ook aangeeft in randnummer 19 kan zij in principe ook worden ingeroepen bij betwistingen met betrekking tot een aanslagjaar vóór de inwerkintreding van het huidige artikel 219 van het WIB 92. Die dubbele taxatie lijkt ons dan ook in strijd met de inhoud en de geest van de aangehaalde circulaire. Bij een dergelijke principiële betwisting door de zaakvoerder is er immers geen risico voor de fiscale administratie. Immers, ofwel blijkt dat de zaakvoerdernatuurlijke persoon ten onrechte de aanslag in de personenbelasting betwist, en dan zal die finaal verschuldigd zijn, waardoor de juiste belasting ingekohierd zal zijn en betaald moeten worden, ofwel blijkt dat de zaakvoerder terecht de aanslag in de personenbelasting betwist, maar in dat geval zou een bijzondere aanslag eveneens moeten worden ontheven en is er dan ook geen voordeel van alle aard toegekend.

Mijnheer de minister, dat leidt tot de volgende concrete vragen. Bevestigt u dat onder de huidige wetgeving, in toepassing van de voormelde circulaire met randnummer 7, de bijzondere aanslag achterwege moet blijven wanneer de aanslag is gevestigd in de personenbelasting, ook zonder akkoord van de betrokken natuurlijke persoon? Met andere woorden, bevestigt u dat het recht op een principiële betwisting van een bepaald voordeel van alle aard niet kan worden gesanctioneerd met het vestigen van een bijzondere aanslag? Bevestigt u eveneens dat ook onder de vroegere wetgeving uw administratie niet automatisch kan stellen dat wanneer een belastingplichtige natuurlijke persoon het voordeel van alle aard om principiële redenen betwist, de bijzondere aanslag moet worden gevestigd?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Mevrouw Wouters, wanneer de voordelen van alle aard niet door de verkrijger zijn opgenomen in een geldige en tijdige aangifte, maar begrepen zijn in een aanslag die met zijn akkoord is gevestigd binnen de aanslagtermijn van drie jaar, is de afzonderlijke aanslag evenmin van toepassing. In een circulaire van 22 juli 2013 wordt deze wettelijke afwijking op de vestiging van afzonderlijke aanslag besproken. Daarin wordt gesteld dat uit de parlementaire stukken van de betreffende wet blijkt dat, om van deze wettelijke afwijking te genieten, het akkoord van de verkrijger betekent dat er op zijn naam een definitieve belasting werd gevestigd, die dus niet meer ontvankelijk is voor enig bezwaar. De belasting in hoofde van de genieter is dus van doorslaggevend belang. De afzonderlijke aanslag kan achterwege blijven als binnen de aanslagtermijn van drie jaar een definitieve belasting in hoofde van de genieter gevestigd is, zelfs zonder zijn akkoord. In het begeleidend bericht bij die circulaire wordt aan de ambtenaren uitdrukkelijk opgedragen om een afzonderlijke aanslag slechts te vestigen indien de effectieve definitieve belasting in de personenbelasting ten name van de verkrijger niet of niet meer mogelijk is binnen de aanslagtermijn van drie jaar. Dit betekent dat in geval van een principiële betwisting over het voordeel van alle aard in omstandigheden waarbij de aanslagtermijn van drie jaar nog niet verstreken is, de voorkeur moet worden gegeven aan het vestigen van een aanslag in de personenbelasting boven het vestigen van een afzonderlijke aanslag in de vennootschapsbelasting. De circulaire schrijft voor dat de hangende geschillen en lopende dossiers met betrekking tot vroegere aanslagjaren dan 2014, waarvoor de aanslagtermijnen in de personenbelasting nog niet zijn verstreken, in de geest van de nieuwe wetsbepaling en de circulaire mogen worden opgelost. Vandaar dat algemeen, en dus ook voor de aanslagjaren die voorafgaan aan 2014, de voorkeur uitgaat naar het vestigen van een aanslag in de personenbelasting binnen de aanslagtermijn van drie jaar, eerder dan naar de afzonderlijke aanslag in de vennootschapsbelasting.

CONCLUSIE (van mevrouw Wouters)

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. De circulaire moest rechtszekerheid bieden en van toepassing zijn op alle hangende geschillen uit het verleden. De traagheid is een probleem. In 2011 was er al een uitspraak van het Hof van Cassatie. De circulaire kwam er pas in juli 2013. Ik hoop dat men er nog eens uitdrukkelijk aan herinnerd wordt, zodat de rechtszekerheid die wij met de nieuwe wetgeving en de circulaire willen bieden er ook echt komt.