Parlementaire vraag nr. 1187 van de heer Wathelet van 14.03.2006
Vraag nr. 1187 van de heer Wathelet dd. 14.03.2006
Vragen en Antwoorden, Kamer, 2005-2006, nr. 122, blz. 23780-23781
Stelsel van definitief belaste inkomsten (DBI) - Moeder-dochter-richtlijn - Harmonisatie
VRAAG
De wet van 2 mei 2005 tot wijziging van artikel 205, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake aftrekken van de belastbare winst heeft wijzigingen aangebracht aan het stelsel van de aftrek van de definitief belaste inkomsten ten belope van bepaalde verworpen uitgaven teneinde die bepaling in overeenstemming te brengen met de moeder-dochter-richtlijn 90/435/EEG van 23 juli 1990. Die aanpassing kwam er op verzoek van de Europese Commissie. Ze is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2005.
1.
a) Heeft u of uw administratie de opdracht gegeven alle klachten of aanvragen tot ambtshalve ontheffingen in verband met de aftrek van de definitief belaste inkomsten ten belope van bepaalde verworpen uitgaven voor de voorgaande aanslagjaren die binnen de door het Wetboek van de inkomstenbelasting bepaalde termijnen zouden zijn ingediend door belastingplichtigen die op de richtlijn een beroep willen doen, systematisch te verwerpen ?
b) Zo ja, kan u bevestigen dat de Europese Commissie het met die handelswijze eens is ?
2. Voorts is er in de memorie van toelichting bij de wet van 2 mei 2005 sprake van een briefwisseling tussen de Europese Commissie en de Belgische Staat (brieven van 17 oktober 2003 en 7 november 2003).
a) Kan u de inhoud van die brieven meedelen ?
b) Zo nee, kan u bevestigen dat de Europese Commissie het in haar schrijven enkel heeft over het feit dat de Belgische wetgeving niet in overeenstemming is met de regeling bepaald in de voornoemde moeder-dochter-richtlijn en niet - zelfs niet onrechtstreeks - over het feit dat de Belgische wetgeving niet in overeenstemming is met de moeder-dochter-richtlijn omdat ze de aftrek van de definitief belaste inkomsten beperkt tot het bedrag van de belastbare winst van het belastingjaar ?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 22.05.2006)
De brief van 17 oktober 2003 is de brief waarmee de diensten van de Commissie België het standpunt hebben meegedeeld volgens hetwelk artikel 205, § 2 van het Belgisch Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 onverenigbaar was met richtlijn 90/435/EEG van 23 juli 1990 aangezien dat artikel geen aftrek toestond voor dividenden die worden uitgekeerd door een in een andere lidstaat gevestigde dochteronderneming ten belope van het deel van de winst van de moedermaatschappij dat bestaat uit bepaalde niet aftrekbare uitgaven.
De brief van 7 november 2003 is de brief waarmee de Belgische regering heeft medegedeeld dat ze de zienswijze van de Europese Commissie aanvaardde en dat ze haar wetgeving in overeenstemming wou brengen met artikel 4 van voornoemde richtlijn.
Met een schrijven van 10 december 2003 heeft de Europese Commissie het voorstel van de Belgische regering aanvaard.
