Parlementaire vraag nr. 180 van de heer Lefevre van 05.12.1995

VRAAG 95/180

Vraag nr. 180 van de heer Lefevre dd. 05.12.1995


Bull. nr. 759, pag. 698

Vennootschapsbelasting. - Splitsing. - Rechtmatige financiële of economische behoeften.

1. Mag een vennootschap die over overtollige liquide middelen beschikt, zich opsplitsen opdat een tweede, uit die splitsing ontstane vennootschap die liquiditeiten zou kunnen investeren en aldus beter aanwenden dan wanneer ze slapend in het bedrijf gehouden worden ?

2. Dreigt men zich in dat geval niet bloot te stellen aan het verwijt van de administratie dat een dergelijke splitsing niet aan rechtmatige financiële of economische behoeften beantwoordt ?

ANTWOORD

Het geacht lid gelieve hierna het antwoord te vinden op de gestelde vragen.

1. Het antwoord behoort tot de bevoegdheid van de minister van justitie (Vraag nr. 150 van 23 januari 1996).

2. Indien de geschetste splitsing vennootschapsrechtelijk mogelijk is, is het door het geacht lid vermeld gevaar inderdaad niet denkbeeldig.

Om dienaangaande meer zekerheid te krijgen kan de betrokken vennootschap, overeenkomstig artikel 345 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, een voorafgaand akkoord vragen aan de Administratie der directe Belastingen.