Parlementaire vraag nr. 1811 van de heer Georges Gilkinet van 06.09.2017
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/137 d.d. 28.11.2017, blz. 404
Belastingopbrengsten uit de meerwaardebelasting op aandelen voor grote vennootschappen
VRAAG (van de heer Gilkinet)
Overeenkomstig het belastingstelsel van de meerwaarden op aandelen zijn de meerwaarden op aandelen, behoudens twee uitzonderingen, vrijgesteld van belasting wanneer de eventuele inkomsten uit die aandelen aan de voorwaarden voor de DBI-aftrek (definitief belaste inkomsten) voldoen. Een van die uitzonderingen is specifiek van toepassing op de grote vennootschappen, d.z. de vennootschappen die niet aangemerkt worden als een kleine vennootschap in de zin van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen. Ze houdt in dat de meerwaarde die grote vennootschappen hebben gerealiseerd op effecten die ze al minstens een jaar in volle eigendom aanhouden, belast wordt tegen het bijzondere tarief van 0,4%. Wat was de afgelopen vijf aanslagjaren de jaarlijkse opbrengst van de belasting van 0,4% op de meerwaarden op effecten die de grote vennootschappen al minstens een jaar in portefeuille hadden?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
De onderstaande tabel geeft de bedragen weer van de inkohieringen uitgevoerd in de vennootschapsbelasting gedurende de laatste drie aanslagjaren in het kader van de taxatie aan 0,4 % voor de meerwaarden gerealiseerd door grote ondernemingen op aandelen die minstens gedurende één jaar ononderbroken werden aangehouden. Gezien het artikel 217, 3° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, aangaande de taxatie aan 0,4 % voor de meerwaarden gerealiseerd door grote ondernemingen op aandelen die minstens gedurende één jaar ononderbroken werden aangehouden, slechts in werking trad vanaf het aanslagjaar 2014 kan de Administratie slechts gegevens aanleveren voor de drie meest recente aanslagjaren. Bij de gegevens voor aanslagjaren 2015 en 2016 dient aangestipt dat het nog om voorlopige cijfers gaat gezien de aanslagtermijn van drie jaar, voorzien in artikel 354, 1ste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, nog steeds loopt en dit tot en met 31 december 2017 voor AJ 2015 en 31 december 2018 voor AJ 2016. Daardoor kunnen u de definitieve opbrengsten ter zake pas op dat moment worden verstrekt.
| Aanslagjaar | |||
| 2014 | 2015 | 2016 | |
| Aantal Belastbare basis Opbrengst gewoon tarief Opbrengst van ACB | 1056 11865183090,14 47460732,36 142382,97 | 1058 17718232638,14 70872930,55 2126187,92 | 1025 15157164519,33 60628658,08 1818859,74 |
| Totale opbrengst | 48884554,33 | 72999118,47 | 62447517,82 |
