Parlementaire vraag nr. 404 van heer Christian Brotcorne van 02.04.2009
Indienen van de BTW-aangifte
VRAAG
Sinds het begin van dit jaar moeten alle zelfstandigen hun btw-aangifte en de klantenlisting bij de belastingadministratie indienen met behulp van de applicatie Intervat. Hiermee werd een grote stap voorwaarts gezet in het kader van de administratieve vereenvoudiging. Dit systeem blijkt echter tekort te schieten omdat het niet gebruiksvriendelijk is. De gebruiker moet zich namelijk met behulp van een kaartlezer en zijn elektronische identiteitskaart identificeren, maar daarnaast moet hij samen met de aangifte een digitale handtekening doorsturen. En dat is waar de schoen wringt. Voor een doorsneegebruiker is het immers bijzonder moeilijk om de noodzakelijke beveiligingsbestanden te installeren en veel gebruikers moeten dan ook een beroep doen op professionele informatici om het programma te laten installeren. Bovendien blijken de medewerkers van het callcenter dat speciaal hiervoor door de FOD Financiën en Fedict opgericht werd, evenzeer verveeld te zitten met het ingewikkelde systeem en kunnen ze, ondanks hun goede bedoelingen, de gebruikers in veel gevallen niet helpen. 1. Bent u op de hoogte van bovenvermelde problemen met Intervat? 2. Waarom is er een dubbele elektronische handtekening (authenticatie en validatie van het document) noodzakelijk terwijl dat bijvoorbeeld niet zo is voor Tax-on-web? 3. Bent u voornemens het beveiligingssysteem te vereenvoudigen?
ANTWOORD
1. Voor de INTERVAT-toepassing is ook het gebruik van een digitaal certificaat klasse 3 of een elektronische identiteitskaart vereist. De gebruiker moet dus over de nodige materiële middelen (hardware en software) beschikken. Die verschillen niet van de middelen die andere onlinetoepassingen doorgaans aanwenden en zijn niet moeilijker te configureren. Tot op heden heeft de gebruiker geen grote moeilijkheden met dit systeem gehad. Ter illustratie: in januari 2009 werden 81 % van de periodieke aangiften via de INTERVAT-toepassing ingediend. 2. Sinds de inwerkingstelling van de INTERVAT-toepassing in februari 2002 en daarna vanaf mei 2007 bij de invoering van het gebruik van de elektronische identiteitskaart is steeds een authentificatie nodig om toegang tot de toepassing te krijgen en de langs deze weg ingediende aangiften vervolgens digitaal te ondertekenen. De authentificatie en de handtekening hebben twee uiteenlopende doelstellingen. De authentificatie maakt het mogelijk de gebruiker eenduidig te identificeren (wie bent u?). De digitale handtekening waarborgt de echtheid van de ondertekende gegevens en de niet-ontkenbaarheid ervan (de persoon die zijn handtekening heeft geplaatst, kan niet ontkennen dat te hebben gedaan). Ze maakt het ook mogelijk om in tijd de oorsprong van de documenten voor echt te verklaren. Ook al kunnen sommigen het zo opvatten, er is dus geen sprake van " dubbele handtekening ". De identiteitskaart bevat twee certificaten: het ene voor de authentificatie, het andere voor de handtekening. De digitale handtekening kan enkel worden geplaatst met behulp van het handtekeningscertificaat, dat als enige de niet-ontkenbaarheid kan waarborgen. Het dient opgemerkt dat sommigen wegens hun rechtsbevoegdheid enkel over een e-id authentificatiecertificaat, maar niet over een e-id handtekening beschikken (bijvoorbeeld minderjarigen). Dankzij deze handtekening die dus met de doorzending van de gegevens samengaat en de versleuteling ervan biedt de INTERVAT-toepassing een hoog niveau van technische veiligheid en alle rechtszekerheid die de gebruikers willen. Het is meer bepaald op elk ogenblik toegestaan na te gaan wie wat heeft ingediend. Aangezien de BTW-aangifte naar gelang van het geval een eenzijdige schuldbekentenis of een door de BTW-plichtige of zijn mandataris ingediende aangifte van schuldvordering is, is hiervoor uitdrukkelijk een handtekening vereist. Het systeem van TOW verschilt daarvan. Dat wordt geregeld door een wetsbepaling die de TOW-aangifte met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aangifte gelijkstelt (zie artikel 307bis van het WIB1992). 3. Aangezien het om voor de ondernemingen gevoelige gegevens gaat (BTW-aangiften, klantenlistings, intracommunautaire opgaven), wordt niet overwogen om het huidige beveiligingssysteem te vereenvoudigen, met het gevaar het gewettigd vertrouwen te verzwakken dat de gebruikers in het gebruikte systeem moeten hebben.
