Parlementaire vraag nr. 1405 van mevrouw Pieters van 08.09.2006
VRAAG 06/1405
Vraag nr. 1405 van mevrouw Pieters dd. 08.09.2006
Vr. en Antw., Kamer, 2006-2007, nr. 144, blz. 28100-28102
Antwoord op een bericht van wijziging of op een kennisgeving van aanslag van ambtswege
VRAAG
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen van artikel 346, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, moet een antwoord op een bericht van wijziging van aangifte verplichtend schriftelijk worden geformuleerd en origineel ondertekend worden.
Een «mondeling» onderhoud van de betrokkene met de aanslagambtenaar, binnen of na de toegestane termijn van een maand, beantwoordt niet aan die wettelijke voorschriften.
Daarnaast schrijft het administratief commentaar nr. 346/46, derde lid, laatste zin, voor dat de belastingplichtige er evenwel dient op gewezen te worden dat al zijn opmerkingen «schriftelijk» moeten ingediend worden.
In de praktijk wordt zowel bij de klassieke belastingdiensten, bij de controlecentra als bij de bijzondere belastinginspecties nog steeds vastgesteld dat de taxatieambtenaren soms weigeren in te gaan op uitdrukkelijke schriftelijke (per brief, fax of e-mail) en telefonische aanvragen van fiscale raadgevers en belastingplichtigen om hun zienswijze «mondeling» ten kantore nader te mogen komen toelichten.
Meestal verschuilen die taxatieambtenaren zich zonder meer achter bestaande circulaires, interne dienstnota's en louter mondelinge en voor de burgers oncontroleerbare opdrachten van hun lokale of centrale hiërarchische oversten, zodat een mondeling onderhoud zogezegd toch geen enkele zin zou hebben.
In het licht van de gepropageerde nieuwe en klantvriendelijke fiscale cultuur en filosofie en van de deugdelijke werking van de wettelijk ingestelde administratieve filter rijzen daarbij dan ook de volgende algemene praktische vragen.
1. Keurt u het goed dat er nog steeds gepoogd wordt om ieder persoonlijk contact met de belastingplichtige en/of met zijn raadsman (accountant of advocaat) in de fase van de wijzigingsprocedure te ontwijken of te omzeilen en veelal te stellen dat er achteraf bij de directie maar een bezwaarschrift moet worden ingediend?
2. Mag de belastingplichtige en/of zijn behoorlijk gevolmachtigde raadgever in de fase van de wijzigingsprocedure inderdaad steeds om een «persoonlijk» onderhoud verzoeken met:
a) alle onderzoekende taxatieambtenaren van de niveaus A en B;
b) de beslissende en verantwoordelijke dienstoversten van de klassieke belastingdiensten die de berichten hebben ondertekend;
c) de verantwoordelijke teamchefs van de controlecentra die de berichten hebben ondertekend;
d) de adviserende dienstleiders en alle medewerkers van de afdelingen geschillen van de controlecentra of van soortgelijke speciale inspectiediensten;
e) de adviserende inspecteurs A van de klassieke belastingdiensten;
f) de beslissende gewestelijke directeurs, directeurs en managers van de controlecentra of bijzondere belastinginspecties;
g) de gewestelijk directeurs, directeurs en managers van de klassieke belastingdiensten?
Zo neen, om al welke gegronde redenen telkens niet?
3. Mag zo'n mondeling onderhoud ook plaats vinden op het domicilieadres of op de verblijfplaats van de belastingplichtige of op het adres van de maatschappelijke zetel van de betrokken vennootschap?
4. Bij welke toezichthoudende hogere instanties, ombudsdiensten of algemene centrale inspectiediensten kunnen de rechtsonderhorigen van nu af aan desnoods snel terecht wanneer hen eventueel een mondeling onderhoud op lokaal vlak zou worden geweigerd?
5. Kunt u, mede met het oog op een permanent respect voor de rechten van de verdediging en in het kader van de individuele sensibilisatie en de coresponsabilisering van de fiscale ambtenaren, punt per punt uw huidige «algemene» ziens- en handelwijze meedelen?
ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën, 21.11.2006)
De vorm van het schriftelijk en ondertekend antwoord op het bericht van wijziging is verplicht. Deze verplichting is het voorwerp van een gebiedend voorschrift van artikel 346, 3e lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) (Cass., 26 oktober 1965, Bull. 435, blz. 1559).
Het door het geachte lid aangehaalde mondelinge onderhoud maakt geen deel uit van de vormvereisten gesteld in artikel 346, WIB 1992. De administratie is dan ook niet wettelijk verplicht dit mondeling onderhoud toe te staan.
Echter, het is onontbeerlijk een vertrouwensrelatie tussen de fiscus en de belastingplichtigen te bewerkstelligen en oog te hebben voor een klantvriendelijke aanpak.
Gelet op het voorgaande is het niet uitgesloten dat in welbepaalde gevallen (bijvoorbeeld ingeval van blijvend geschil) de betrokken belastingplichtige een mondelinge toelichting geeft aan de bevoegde en ter zake best geplaatste ambtenaar.
Er wordt nogmaals op gewezen dat deze eventuele mondelinge toelichting niet beantwoordt aan de wettelijke voorschriften betreffende het antwoord van de belastingplichtige op een bericht van wijziging zoals bepaald in artikel 346, WIB 1992.
Vraag nr. 1405 van mevrouw Pieters dd. 08.09.2006
Vr. en Antw., Kamer, 2006-2007, nr. 144, blz. 28100-28102
Antwoord op een bericht van wijziging of op een kennisgeving van aanslag van ambtswege
VRAAG
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen van artikel 346, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, moet een antwoord op een bericht van wijziging van aangifte verplichtend schriftelijk worden geformuleerd en origineel ondertekend worden.
Een «mondeling» onderhoud van de betrokkene met de aanslagambtenaar, binnen of na de toegestane termijn van een maand, beantwoordt niet aan die wettelijke voorschriften.
Daarnaast schrijft het administratief commentaar nr. 346/46, derde lid, laatste zin, voor dat de belastingplichtige er evenwel dient op gewezen te worden dat al zijn opmerkingen «schriftelijk» moeten ingediend worden.
In de praktijk wordt zowel bij de klassieke belastingdiensten, bij de controlecentra als bij de bijzondere belastinginspecties nog steeds vastgesteld dat de taxatieambtenaren soms weigeren in te gaan op uitdrukkelijke schriftelijke (per brief, fax of e-mail) en telefonische aanvragen van fiscale raadgevers en belastingplichtigen om hun zienswijze «mondeling» ten kantore nader te mogen komen toelichten.
Meestal verschuilen die taxatieambtenaren zich zonder meer achter bestaande circulaires, interne dienstnota's en louter mondelinge en voor de burgers oncontroleerbare opdrachten van hun lokale of centrale hiërarchische oversten, zodat een mondeling onderhoud zogezegd toch geen enkele zin zou hebben.
In het licht van de gepropageerde nieuwe en klantvriendelijke fiscale cultuur en filosofie en van de deugdelijke werking van de wettelijk ingestelde administratieve filter rijzen daarbij dan ook de volgende algemene praktische vragen.
1. Keurt u het goed dat er nog steeds gepoogd wordt om ieder persoonlijk contact met de belastingplichtige en/of met zijn raadsman (accountant of advocaat) in de fase van de wijzigingsprocedure te ontwijken of te omzeilen en veelal te stellen dat er achteraf bij de directie maar een bezwaarschrift moet worden ingediend?
2. Mag de belastingplichtige en/of zijn behoorlijk gevolmachtigde raadgever in de fase van de wijzigingsprocedure inderdaad steeds om een «persoonlijk» onderhoud verzoeken met:
a) alle onderzoekende taxatieambtenaren van de niveaus A en B;
b) de beslissende en verantwoordelijke dienstoversten van de klassieke belastingdiensten die de berichten hebben ondertekend;
c) de verantwoordelijke teamchefs van de controlecentra die de berichten hebben ondertekend;
d) de adviserende dienstleiders en alle medewerkers van de afdelingen geschillen van de controlecentra of van soortgelijke speciale inspectiediensten;
e) de adviserende inspecteurs A van de klassieke belastingdiensten;
f) de beslissende gewestelijke directeurs, directeurs en managers van de controlecentra of bijzondere belastinginspecties;
g) de gewestelijk directeurs, directeurs en managers van de klassieke belastingdiensten?
Zo neen, om al welke gegronde redenen telkens niet?
3. Mag zo'n mondeling onderhoud ook plaats vinden op het domicilieadres of op de verblijfplaats van de belastingplichtige of op het adres van de maatschappelijke zetel van de betrokken vennootschap?
4. Bij welke toezichthoudende hogere instanties, ombudsdiensten of algemene centrale inspectiediensten kunnen de rechtsonderhorigen van nu af aan desnoods snel terecht wanneer hen eventueel een mondeling onderhoud op lokaal vlak zou worden geweigerd?
5. Kunt u, mede met het oog op een permanent respect voor de rechten van de verdediging en in het kader van de individuele sensibilisatie en de coresponsabilisering van de fiscale ambtenaren, punt per punt uw huidige «algemene» ziens- en handelwijze meedelen?
ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën, 21.11.2006)
De vorm van het schriftelijk en ondertekend antwoord op het bericht van wijziging is verplicht. Deze verplichting is het voorwerp van een gebiedend voorschrift van artikel 346, 3e lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) (Cass., 26 oktober 1965, Bull. 435, blz. 1559).
Het door het geachte lid aangehaalde mondelinge onderhoud maakt geen deel uit van de vormvereisten gesteld in artikel 346, WIB 1992. De administratie is dan ook niet wettelijk verplicht dit mondeling onderhoud toe te staan.
Echter, het is onontbeerlijk een vertrouwensrelatie tussen de fiscus en de belastingplichtigen te bewerkstelligen en oog te hebben voor een klantvriendelijke aanpak.
Gelet op het voorgaande is het niet uitgesloten dat in welbepaalde gevallen (bijvoorbeeld ingeval van blijvend geschil) de betrokken belastingplichtige een mondelinge toelichting geeft aan de bevoegde en ter zake best geplaatste ambtenaar.
Er wordt nogmaals op gewezen dat deze eventuele mondelinge toelichting niet beantwoordt aan de wettelijke voorschriften betreffende het antwoord van de belastingplichtige op een bericht van wijziging zoals bepaald in artikel 346, WIB 1992.
Bron: FisconetPlus
