Parlementaire vraag nr. 354 van de heer Steven Matheï van 11.05.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/021 d.d. 18.06.2020, blz. 145
De exit-taks en de effectiseringspremie
VRAAG (de heer Matheï)
De ratio legis van de exit-taks is te vinden in het fiscaal gunststelsel dat collectieve beleggingsvennootschappen genieten. Zij zijn principieel onderworpen aan vennootschapsbelasting, maar dan wel op beperkte gronden. Het komt erop neer dat zij niet belastbaar zijn op hun boekhoudkundig resultaat met inbegrip van enige meerwaarde. Als men als vastgoedvennootschap dan zou worden erkend als gereglementeerde vastgoedvennootschap (GVV) of als gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds (GVBF), dan zou het tot een definitieve vrijstelling geleid hebben van de op dat moment latente meerwaarden en reeds geboekte vrijgestelde reserves. De exit-taks geldt bij erkenningen door de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten als GVV of GVBF, maar evengoed bij fusies, splitsingen of met fusies en splitsingen gelijkgestelde verrichtingen. Wat die laatste categorie betreft wordt de belastbare grondslag bepaalt volgens de "werkelijke waarde van het maatschappelijk vermogen op de datum van de verrichting". Dit wordt dan gelijkgesteld met "een bij verdeling van maatschappelijk vermogen uitgekeerde som" (artikel 210, § 2 WIB92). Tot op heden bestond er discussie over de vraag hoe de "werkelijke waarde" moest worden ingevuld. Volgens de administratieve commentaar ging het niet om de boek- of balanswaarde, maar om het saldo dat overblijft na aftrek van alle op het maatschappelijk vermogen drukkende schulden. In dat verband heeft de administratie in 2004 verder verduidelijkt dat hieronder ook de effectiseringspremie moest worden verstaan, met name de premie die beleggersbereid zijn te betalen bovenop het netto-actief omwille van de uit de beursnotering resulterende hogere liquiditeit.
Het Hof van Cassatie heeft nu met haar arrest van 28 november 2019 de effectiseringspremie uitgesloten van de belastbare basis, wat overeenkomt met de visie in de sector die stelt dat enkel rekening gehouden zou kunnen worden met het netto-actief.
1. Gaat u akkoord met deze zienswijze van het Hof? Zo ja, zal u de administratie opdragen haar circulaire bij te werken? Zo neen, moet de wet dan gewijzigd worden?
2. Wat is de impact van dit arrest op de begroting?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
1. Voor het hof van verwijzing zal verdedigd worden dat niet werd aangetoond dat er in het voorliggend geval wel degelijk sprake is van een effectiseringspremie (zijnde de meerprijs die het netto-actief van de vennootschap te boven gaat en die de belegger bereid is te betalen voor de aandelen in de vastgoedbevak wegens haar bijzondere karakteristieken). Indien er namelijk geen sprake is van een effectiseringspremie, zal zij ook niet uit de belastbare basis moeten worden onttrokken. Dit betreft een feitelijke beoordeling waarover het door het Hof van Cassatie vernietigde arrest van het hof van beroep geen uitspraak heeft gedaan. Mijn administratie zal dit punt onderzoeken, maar het lijkt ons gelet op lopende zaken niet mogelijk om het administratieve of wettelijke standpunt terzake te wijzigen.
2. De FOD Financiën beschikt niet over detailgegevens inzake de effectiseringspremie voor de vennootschappen die aan de bedoelde exit-taks belast zijn. Daarom is het niet mogelijk om de budgettaire impact van dit arrest, geveld van het Hof van Cassatie, te ramen.
