Parlementaire vraag nr. 212 van de heer Alain Mathot van 07.03.2013

Parlementaire vraag nr. 212 van de heer Alain Mathot dd. 07.03.2013

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/156 dd. 14.04.2014, blz. 214

Fiscale transparantie. - Het begrip 'vermogen van verborgen oorsprong'

VRAAG (van de heer Mathot)

Met zijn 'projet de loi de finances rectificative 2012' wil Frankrijk mechanismen invoeren (artikel 7 en volgende van het wetsontwerp) die belastingplichtigen die van fraude worden verdacht, tot meer transparantie ten aanzien van de fiscale administratie moeten verplichten. Het eerste principe van dat ontwerp van financiële wijzigingswet is eigenlijk tamelijk eenvoudig en radicaal: indien een belastingplichtige de oorsprong van niet-aangegeven tegoeden in het buitenland - die meer bepaald in levensverzekeringscontracten zijn belegd - niet wil openbaren of kan rechtvaardigen, worden die bedragen geacht voort te komen uit een 'kosteloze overdracht tussen niet-verwante personen'. Frankrijk voert daartoe een nieuw fiscaalrechtelijk begrip in, het zogenaamde 'vermogen van verborgen oorsprong', dat in de wettekst wordt omschreven en aan een belastingheffing van 60 procent zal worden onderworpen. Een tweede principe bestaat in een versoepeling van de voorwaarden voor de inzage van bankuittreksels van belastingplichtigen die de aangifteplicht met betrekking tot activa in het buitenland niet nakomen.

1. a) Wat de versoepeling van de inzage van bankuittreksels op basis van de aangifteplicht met betrekking tot activa in het buitenland betreft, denk ik dat de Franse bepaling toepasbaar zou zijn in ons huidige rechtsbestel en in het kader van het nieuwe artikel 322 van het WIB92. Kan u dat bevestigen?

b) Is het belastbare feit dat door de Fransen wordt aangevoerd om de inzage van bankuittreksels mogelijk te maken, in die regeling opgenomen?

2. Wat de praktische toepassing van die bepaling betreft, zou ik willen weten hoe het staat met de invoering van de mechanismen met het oog op de opheffing van het bankgeheim, en met de oprichting van het centraal register van bankrekeningen, zoals in 2009 door de Kamer werd gevraagd in de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek van de grote fiscale fraudedossiers.

3. a) Wat betreft het begrip 'vermogen van verborgen oorsprong' dat in het Franse wetsontwerp wordt voorgesteld en de daaruit voortvloeiende sanctie waarbij dat vermogen als een kosteloze overdracht tussen niet-verwante personen wordt gekwalificeerd, zou ik graag weten welke resultaten de Belgische administratie reeds heeft geboekt op het stuk van de opsporing van niet-aangegeven inkomsten van buitenlandse oorsprong, met inbegrip van onroerende inkomsten?

b) Welke sancties zijn er in dat verband van toepassing en worden er effectief toegepast?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

1.a) Belastingplichtigen moeten inderdaad in principe hun buitenlandse rekening aanmelden bij het Centraal Aanspreekpunt bedoeld in artikel 322, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Praktisch gezien is dit echter nog niet mogelijk zodat er een tijdelijk uitstel verleend werd. De betrokken belastingplichtigen zullen op de hoogte worden gebracht zodra de aanmelding bij het voormeld aanspreekpunt mogelijk is. Het bezit van een buitenlandse rekening moet echter wel worden vermeld op het aangifteformulier in de personenbelasting.

1.b) Wanneer de Belgische fiscus tijdens het onderzoek van de fiscale situatie van een belastingplichtige vaststelt dat er één of meer aanwijzingen van belastingontduiking zijn, kunnen de beschikbare gegevens over die belastingplichtige opgevraagd worden bij het centraal aanspreekpunt, mits de trapsgewijze procedure van artikel 322 WIB 92 strikt wordt nageleefd.

2) Het Centraal aanspreekpunt kan, wat de Belgische rekeningen en contracten betreft, vanaf 1 mei 2014 worden geraadpleegd.

3.a) Wat de inkomsten van buitenlandse oorsprong van een belastingplichtige betreft, beschikt de administratie, dankzij de automatische uitwisseling van inlichtingen tussen de Lidstaten van de Europese Unie en de OESO over talrijke inlichtingen zoals bankrekeningen waarvan een rijksinwoner houder is in het buitenland (in het kader van de Spaarrichtlijn), de onroerende inkomsten van buitenlandse oorsprong, de buitenlandse openbare en privé-pensioenen, de buitenlandse inkomsten als artiest en als sporter, ... Deze inlichtingen worden jaarlijks voor nazicht ingeladen in de toepassing TAXI: concreet zal het systeem enerzijds nagaan of de belastingplichtige met dit gegeven rekening heeft gehouden in zijn aangifte en anderzijds of dit gegeven aanleiding geeft tot een eventuele verhoging van zijn belastbare basis en van de belasting die hij verschuldigd zou zijn. Wat betreft de behaalde resultaten ten gevolge van controles uitgevoerd in het kader van de Spaarrichtlijn, verwijs ik het geachte lid naar het antwoord dat werd verstrekt op de vraag nr. 430 van Volksvertegenwoordiger Dirk Van der Maelen van 12 juni 2012 (Vragen enAntwoorden, Kamer, zitting 2011-2012, QRVA 53/075, blz. 102). Voor de onroerende inkomsten van buitenlandse oorsprong is het niet mogelijk afzonderlijke statistieken mede te delen gelet op het feit dat de eventuele supplementen worden verwerkt samen met deze die betrekking hebben op andere inkomsten.

3.b) De in het WIB92 voorziene sancties voor inbreuken op de wettelijke bepalingen zijn van toepassing.