Mondelinge parlementaire vragen nr. 5238 van de heer Philippe Goffin d.d. 28.06.2011

Mondelinge parlementaire vragen nr. 5238 van de heer Philippe Goffin dd. 28.06.2011

Beknopt verslag 53, Commissie voor de Financiën en de Begroting 275 van 28.06.2011, blz. 6

procedure

bericht van wijziging

aanslag van ambtswege

VRAAG (van de heer Goffin)

Het Wetboek van de inkomstenbelastingen bepaalt dat bepaalde documenten van de belastingadministratie, waaronder de berichten van wijziging, aangetekend moeten worden verzonden. Daarnaast bepaalt het ook binnen welke termijn de belastingplichtige moet antwoorden.

Moet er, wanneer vaststaat dat een belastingplichtige geen bericht van wijziging heeft ontvangen en dus niet binnen de termijn kon antwoorden, na het verstrijken van de oorspronkelijke antwoordtermijn geen nieuw bericht van wijziging worden verzonden aan de belastingplichtige? Als dit niet het geval is, kan er dan na het verstrijken van die termijn een kennisgeving van aanslag van ambtswege geldig worden verstuurd aan de belastingplichtige? Beloopt de antwoordtermijn in dat geval een maand of blijft de uitzondering zoals bedoeld in artikel 351, derde lid, van het WIB 92 van toepassing?

ANTWOORD (van de heer Reynders, vice-eersteminister en minister van Financiën en

Institutionele Hervormingen)

Overeenkomstig artikel 346 van het WIB 92 stelt de administratie de belastingplichtige bij een ter post aangetekende brief in kennis van de gegevens die zij voornemens is in de plaats te stellen, indien ze meent de inkomsten welke de belastingplichtige heeft vermeld in een aangifte, te moeten wijzigen.

Wanneer een aangetekende zending van de administratie niet naar haar wordt teruggestuurd, kan men op weerlegbare wijze vermoeden dat het document wel degelijk werd aangeboden. Men dient een onderscheid te maken en uit te maken wie verantwoordelijk is voor het niet-toekomen van een bericht van wijziging: de administratie dan wel de belastingplichtige. Indien de belastingplichtige geen rekening heeft gehouden met het bericht dat er in zijn postkantoor een aangetekende zending op hem ligt te wachten, of zijn verandering van hoofdverblijfplaats niet heeft meegedeeld, wordt de aangetekende zending met de vermelding 'onbesteld' teruggestuurd naar de administratie, die het bericht van wijziging per gewone post kan versturen, zonder verlenging van de antwoordtermijn. Als er bij het verstrijken van de antwoordtermijn geen antwoord is ontvangen of indien het antwoord laattijdig wordt ontvangen, zal de administratie een kennisgeving van aanslag van ambtswege verzenden, waarvoor de antwoordtermijn zal worden bepaald overeenkomstig artikel 351, derde lid.

Indien de niet-verzending van het bericht van wijziging van de aangifte niet de schuld is van de belastingplichtige, bijvoorbeeld in geval van een langdurige staking van de postdiensten, zal de administratie uit hoofde van de principes van behoorlijk bestuur een verlenging van de antwoordtermijn toestaan en de belastingplichtige zo nodig een kopie van het bericht van wijziging sturen.