Parlementaire vraag nr. 265 van mevrouw Veerle Wouters van 19.03.2012
Mondelinge parlementaire vraag nr. 265 van mevrouw Veerle Wouters dd. 19.03.2012
Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 62 van 24.04.2012, blz. 142
Vennootschapsbelasting
Vereenvoudigde boekhouding
Bewijskracht van de boekhouding
Vestiging van de belasting
Verificatie van de aangifte
Voorlegging van boeken en bescheiden
Forfaitaire grondslag van aanslag
VRAAGDe vereenvoudigde boekhouding bedoeld in artikel 5 van de Boekhoudwet is per definitie een onvolledige boekhouding. Met een vereenvoudigde boekhouding verwerft de ondernemer noch inzicht in de vermogenstoestand van zijn onderneming, noch inzicht in het resultaat van het bedrijf (K. Van Hulle en N. Lybaert, Boekhoud- en Jaarrekeningrecht, die Keure, Brugge, 2005, 171).
1. Wanneer de vereenvoudigde boekhouding wordt gevoerd door een "kleine" vennootschap onder firma (VOF) of gewone commanditaire vennootschap (Comm.V.) volgens de wettelijke voorschriften :
a) is die onvolledige boekhouding dan bewijskrachtig en kan dan bijgevolg het fiscaal resultaat aan de hand van de vereenvoudigde boekhouding worden vastgesteld;
b) of is die onvolledige boekhouding dan niet bewijskrachtig maar dient ze als uitgangspunt om het fiscaal resulaat (steeds) vast te stellen op grond van forfaitaire grondslagen van aanslag indien die voorhanden zijn?
2. Wanneer de vereenvoudigde boekhouding door een "kleine" VOF of Comm.V. niet volgens de wettelijke voorschriften wordt gevoerd, dient dan geval per geval beoordeeld te worden of die boekhouding bewijskrachtig is vooraleer men het fiscaal resultaat kan bepalen aan de hand van forfaitaire grondslagen van aanslag ?
ANTWOORD (van de heer Vanackere, vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bevat geen specifieke verplichtingen betreffende de door de handelaars bij te houden boekhouding, noch van de wijze waarop dagontvangsten moeten worden bijgehouden. Er is alleen sprake van "alle boeken en bescheiden die noodzakelijk zijn om het bedrag van de belastbare inkomsten te bepalen" (artikel 315, WIB 92) en van "bewijsstukken" (artikel 49, 1e lid, en 342, WIB 92). Het is dus niet nodig, opdat een boekhouding op belastinggebied als toereikend zou worden aanvaard, dat zij beantwoordt aan al de eisen van de wetgeving op de boekhouding. Elke boekhouding is aanvaardbaar voor zover :
- de voorgelegde boeken en bescheiden een samenhangend geheel vormen aan de hand waarvan de belastbare inkomsten nauwkeurig worden bepaald;
- alle geboekte bedragen door bewijsstukken zijn gestaafd;
- alle geboekte cijfers met de werkelijkheid overeenkomen
Een boekhouding voldoet niet uit zichzelf aan de vermelde voorwaarden. Alleen de verificatie van de boekhouding kan de bewijskracht ervan aantonen. De forfaitaire grondslagen van aanslag vormen één van de bewijsmiddelen om de winst vast te stellen en kunnen slechts worden aangewend bij gebrek aan bewijskrachtige bescheiden. Wanneer de belastingplichtige meent niet te beschikken over een bewijskrachtige boekhouding of wanneer de administratie na verificatie vaststelt dat er geen bewijskrachtige boekhouding aanwezig is, kan het belastbaar inkomen worden bepaald aan de hand van de forfaitaire grondslagen van aanslag, indien deze voorhanden zijn. Het forfaitair stelsel mag nochtans niet worden gebruikt voor de belastingplichtigen die hun bedrijvigheid kennelijk niet onder normale omstandigheden uitoefenen. De toepassing van het geldende forfaitaire stelsel dient in zijn geheel te worden aanvaard. De belastingplichtige die meent dat dit stelsel in zijn geval niet overeenstemt met de werkelijkheid, beschikt tenslotte over de mogelijkheid om, onder controle van de administratie, het bedrag vast te stellen en aan te geven van de door hem werkelijk behaalde winst.
