Parlementaire vraag nr. 764 van de heer Vermeulen van 14.02.1997
VRAAG 97/764
Bull. nr. 775, pag. 2303
Vr. en Antw., Kamer, nr. 78, 1996-1997, blz. 10664-10666
Vaste inrichting - BV.
Wanneer een buitenlandse vennootschap deelnemer (vennoot) is in een Belgische vereniging in deelneming (VIB) ontstaat daardoor in hoofde van de buitenlandse vennootschap een vaste inrichting in België (Com. Ov. nr. 5/244).
De volgende wijzigingen van de afgelopen jaren van onze Belgische fiscale wetgeving hebben invloed op de fiscale situatie in België van een dergelijke buitenlandse vennootschap:
a) Artikel 87, 7°, van het KB/WIB 1992 bepaalt dat bedrijfsvoorheffing verschuldigd is over het winstaandeel dat toegekend wordt aan een buitenlandse vennoot van een VIB.
b) Nummer 67 van de bijlage III van het KB/WIB 1992 bepaalt dat de bedrijfsvoorheffing eenvormig wordt vastgesteld op 44,29 % voor een buitenlandse vennootschap.
c) Artikel 248 van het WIB 1992 bepaalt dat de belasting gelijk is aan de ingehouden voorheffing. Het gevolg van het bovenstaande (a tot c) is dat een buitenlandse vennootschap in België belasting verschuldigd is over haar (bruto-)winstaandeel tegen 44,29 % en zonder aftrek van een passend deel van de algemene kosten. Immers, de ingehouden belasting is enkel verrekenbaar, doch niet terugbetaalbaar. Deze situatie lijkt bijgevolg in strijd te zijn met de meeste door België gesloten overeenkomsten tot vermijding van dubbele belasting. Immers, heel wat verdragen bepalen dat een vaste inrichting in België onderworpen is aan hetzelfde tarief als een Belgische vennootschap, namelijk 40,17 % (dit was vooral van belang voor de recent voorgestelde wijziging van artikel 246, 1°, WIB 1992) en dat een passend deel van de algemene kosten in aftrek van de winsten van een vaste inrichting kan komen. De bovenvermelde bezwaren zouden op een praktische wijze weggenomen kunnen worden indien de effectief in te houden bedrijfsvoorheffing wordt vastgesteld op 40,17 % (in plaats van op 44,29 %) en de voorheffing wordt berekend op het winstaandeel, onder aftrek van een passend deel van de algemene kosten.
1. Wat is uw standpunt dienaangaande ?
2. Wanneer mag de in het vooruitzicht gestelde wijziging van de terzake vigerende reglementaire bepalingen met betrekking tot de gestelde problematiek verwacht worden ?
3. Zal dit eventueel met terugwerkende kracht gebeuren ?
ANTWOORD
Krachtens artikel 229, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), wordt iedere buitenlandse vennootschap die vennoot of lid is van een burgerlijke vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid die haar maatschappelijke zetel, haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur of beheer in België heeft, of die in de zin van artikel 228, § 2, 3°, WIB 92, in België inkomsten behaalt of verkrijgt, geacht voor de toepassing van dat artikel 228, § 2, 3°, over een Belgische inrichting te beschikken.
Bovendien bepaalt artikel 233, eerste lid, WIB 92, dat de belasting voor dergelijke belastingplichtigen wordt gevestigd op het totale bedrag van de winst, opgebracht door bemiddeling van Belgische inrichtingen, en van de in artikel 228, § 2, 3°, a) en e), WIB 92, vermelde winst die zonder bemiddeling van zulke inrichtingen is opgebracht.
Uit de recente wijzigingen van artikel 304, § 2, WIB 92 door de artikelen 38, 2°, en 49, vierde lid, van het koninklijk besluit van 20 december 1996 (Belgisch Staatsblad van 31 december 1996, 4e editie) en uit de samenlezing van artikel 296 WIB 92 en het nieuwe artikel 304, § 2, vijfde lid, WIB 92 volgt dat de bedrijfsvoorheffing die moet worden ingehouden op de inkomsten als vennoot van een burgerlijke vennootschap of een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 229, § 3, WIB 92 vanaf aanslagjaar 1997 ten name van de betrokken belastingplichtigen als een verrekenbare en terugbetaalbare voorheffing wordt aangemerkt.
Ik wens bovendien de aandacht van het geacht lid erop te vestigen dat het door hem beoogde tarief van de bedrijfsvoorheffing, met ingang van 1 januari 1997 is verlaagd tot 40,17 % (koninklijk besluit van 10 januari 1997 tot wijziging van het koninklijk besluit, WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing, Belgisch Staatsblad van 11 februari 1997).
Bron: FisconetPlus
