Parlementaire vraag nr. 1928 van de heer Dirk Van Mechelen van 27.11.2017

Parlementaire vraag nr. 1928 van de heer Dirk Van Mechelen d.d. 27.11.2017

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2017-2018, QRVA 54/149 d.d. 21/03/2018, blz. 393

Renovatie woning sociaal verhuurkantoor

VRAAG (van de heer Van Mechelen)

In artikel 145/30 van het Wetboek der inkomstenbelastingen wordt voorzien in een belastingvermindering voor uitgaven gedaan voor vernieuwing van een woning die wordt verhuurd via een sociaal verhuurkantoor. De grondige renovatie van een woning om deze te kunnen verhuren via een sociaal verhuurkantoor neemt bijna altijd meerdere jaren in beslag. Blijkbaar wordt deze belastingvermindering in de praktijk door de fiscale administratie echter enkel toegekend voor de uitgaven die betrekking hebben op het belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige effectief de woning verhuurt via het sociaal verhuurkantoor. Dit lijkt in te druisen tegen de bedoeling van de wetgever, met name de renovatie van woningen met het oog op sociale verhuur aan te moedigen. Dient deze belastingvermindering in artikel 145/30 WIB effectief enkel te worden toegekend voor de uitgaven die betrekking hebben op het belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige de woning verhuurt via het sociaal verhuurkantoor en niet voor de uitgaven die voorafgaand werden gemaakt met het oog op het mogelijk maken van de sociale verhuur?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Volgens de wettekst wordt de belastingvermindering verleend voor uitgaven die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor de vernieuwing van een woning die de belastingplichtige verhuurt via een sociaal verhuurkantoor. De wettekst stelt dus duidelijk dat enkel de uitgaven die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor de vernieuwing van een woning die via een sociaal verhuurkantoor wordt verhuurd, in aanmerking komen. Uitgaven die in een vorig belastbaar tijdperk werden gedaan, gedurende hetwelk de woning nog niet via een sociaal verhuurkantoor was verhuurd, komen inderdaad niet in aanmerking voor de belastingvermindering. Vanaf aanslagjaar 2015 zijn de Gewesten exclusief bevoegd voor deze belastingvermindering.