Parlementaire vraag nr. 1514 van de heer Wouter Vermeersch van 13.06.2023

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/116 d.d. 20.07.2023, blz. 169

Belastingvermindering particulier laadstation gedurende een belastbaar tijdperk

VRAAG (van de heer Vermeersch)

Overeenkomstig artikel 145/50 WIB 1992 wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk door de belastingplichtige werkelijk zijn betaald voor de plaatsing van een vast laadstation voor elektrische wagens in, of in de onmiddellijke nabijheid van, de woning waar de belastingplichtige zijn woonplaats heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar. Die belastingvermindering wordt maar verleend als de belastingplichtige de belastingvermindering niet heeft gevraagd voor een vorig belastbaar tijdperk. In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten. Stel, een man van een gezamenlijk belast koppel heeft voor aanslagjaar 2022 betalingen gedaan voor de plaatsing van een vast laadstation aan de woning, die 100 % zijn eigendom is en waar het gezamenlijk belast koppel zijn woonplaats heeft gevestigd op 1 januari 2022. Dus alleen uitgaven in code *365 van de echtgenoot worden ingevuld voor aanslagjaar 2022. De belastingvermindering die eruit voortvloeit werd echter bij de opmaak van het aanslagbiljet over beiden echtgenoten verdeeld. Wanneer het koppel nu in 2023 verhuisd is naar een andere woning die 100 % eigendom is van de vrouw van het gezamenlijk belast koppel en deze echtgenote doet in 2023 betalingen voor een vast laadstation in die woning, komt de vrouw dan nog in aanmerking voor de belastingvermindering voor uitgaven van een vast laadstation of wordt zij ook uitgesloten omdat er door de aanrekening in aanslagjaar 2022 al een belastingvermindering werd toegekend aan echtgenote?

ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)

Voor het antwoord wordt verwezen naar het antwoord op de schriftelijke vraag nr. 1515 van 13 juni 2023 (zie huidig Bulletin).