Parlementaire vraag nr. 285 van de heer Olivier Maingain van 14.04.2015

Parlementaire vraag nr. 285 van de heer Olivier Maingain dd. 14.04.2015

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/031 dd. 29.06.2015, blz. 311

Door de belastingadministratie gehanteerde indexeringscoëfficiënten voor belastingschalen

VRAAG

Artikel 178, § 1, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 regelt de jaarlijkse aanpassing van bepaalde bedragen "aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk". Daarmee wordt verwezen naar het cijfer dat maandelijks door de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie wordt berekend en in het Belgisch Staatsblad verschijnt. Op grond van het ontwerpartikel 178, § 3, tweede lid, 1°, van het WIB, gebeurt de aanpassing voor de aanslagjaren 2015 tot 2018 op basis van de coëfficiënt die wordt verkregen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 2012 te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1988 vermenigvuldigd met de verhouding tussen de gemiddelden van de indexcijfers van de jaren 1997 en 1991. De Staat zet de ongeveer zeven miljoen burgers die aan de personenbelasting zijn onderworpen ieder jaar dus een handvol euro's af. In het advies van de Raad van State over het ontwerp van programmawet van 28 november 2014 wordt inderdaad gesteld dat als de coëfficiënt wordt berekend op basis van de ontwerpbepaling en er daarbij rekening wordt gehouden met de indexcijfers die door de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie worden bekendgemaakt, men als resultaat een coëfficiënt van 1,5067 in plaats van 1,5054 bekomt. De Raad van State komt derhalve tot de slotsom dat de te hanteren verhogingscoëfficiënt op een niet rechtszekere manier wordt vastgesteld. Deze coëfficiënt zou dan ook aanleiding kunnen geven tot een geding voor een rechtbank of hof. Die anomalie is niet tijdens deze legislatuur ontstaan; ze dateert al van 1988 en er wordt sinds 2005 in verscheidene koninklijke besluiten naar verwezen. De belastingadministratie is daarom van oordeel dat het door de FOD Economie gebruikte cijfer niet correct is en gebruikt haar eigen indexeringscoëfficiënten. Een en ander heeft tot gevolg dat een belastingplichtige jaarlijks 3 à 25 euro meer moet betalen. Dat lijkt niet veel, maar als men dat bedrag vermenigvuldigt met het totale aantal belastingplichtigen - zeven miljoen - dan levert dat per jaar verscheidene tientallen miljoenen euro's op aan fiscale ontvangsten, en over een periode van 20 jaar bekeken zelfs verscheidene honderden miljoenen. Het is onbegrijpelijk dat de belastingen in een rechtsstaat niet op een correcte manier worden berekend.

1. a) Zal de regering de aanbevelingen van de Raad van State opvolgen ?

b) Zal zij dus een eind maken aan de rechtsonzekerheid die ontstaat omdat de belastingschalen worden geïndexeerd op basis van een foute coëfficiënt ?

2. Zullen de belastingplichtigen worden gecompenseerd voor het feit dat zij al 20 jaar lang het slachtoffer zijn van deze fout ?

ANTWOORD (van de minister)

In antwoord op de opmerking van de Raad van State met betrekking tot de indexeringscoëfficiënten heeft de regering in de Memorie van toelichting bij de programmawet van 19 december 2014 (Belgisch Staatsblad, 29 december 2014) uiteengezet waarom de indexatie die door de administratie wordt toegepast volgens haar correct is. De indexeringscoëfficiënten worden in beginsel bepaald door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar dat het jaar van de inkomsten voorafgaat te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1988 (artikel 178, § 2, eerste lid, WIB 92). Voor de "bevroren indexeringen" (artikel 178, § 3, WIB 92) wordt dat gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1988 bovendien vermenigvuldigd met de verhouding tussen de gemiddelden van de indexcijfers van de jaren 1997 en 1991 (artikel 178, § 3, eerste lid, 2°, en tweede lid, 1°, WIB 92) en, in het kader van de in de programmawet van 19 december 2014 aangenomen tijdelijke bevriezing van de indexering, met de verhouding tussen gemiddelden van de indexcijfers van de jaren 2016 en 2012 (artikel 178, § 3, tweede lid, 2°, WIB 92). Het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1988 is bepaald op 57,93 (basis 2013). Dit gemiddelde wijkt af van het cijfer dat door de FOD Economie wordt gepubliceerd op zijn website. Het verschil wordt verklaard door de verschillende omzettingscoëfficiënten die zijn gebruikt om de gemiddelde indexcijfers basis 1981 om te zetten in gemiddelde indexcijfers basis 1988. Gelet op de bepalingen van artikel 8, § 2, van wet houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen van 7 december 1988 (huidige artikel 178, § 2, eerste lid, WIB 92) werd die omzettingscoëfficiënt voor de toepassing van het Wetboek van de inkomstenbelastingen mathematisch bepaald, enkel rekening houdend met de gemiddelde index van het jaar 1988, wat een omzettingscoëfficiënt geeft van 0,7399 (in casu de verhouding tussen de gemiddelde index 1988 (basis 1988 = 100) en de gemiddelde index 1988 (basis 1981=100), zijnde 100/135,15 of 0,7399). De methode die door Economische Zaken werd gehanteerd, houdt evenwel om redenen die niet in detail worden gespecifieerd, rekening met de gemiddelde index van de jaren 1988 en 1990, wat leidt tot een omzettingscoëfficiënt van 0,7392) (cfr. koninklijk besluit van 4 april 1991 waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 48 van 29 januari 1991, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de techniek van de omrekening van het indexcijfer van de consumptieprijzen in de collectieve arbeidsovereenkomst, Belgisch Staatsblad van 29 mei 1991). De omrekening van de coëfficiënten 1988 naar 1996, 1996 naar 2004 en 2004 naar 2013 werd gedaan op basis van de door Economische Zaken vastgelegde omrekeningscoëfficiënt. Het hof van beroep van Bergen heeft in zijn arrest van 7 april 2015 geoordeeld dat de indexering zoals die door de administratie wordt toegepast, wel degelijk de bepalingen van artikel 178, WIB 92 respecteert. Ik zie dan ook geen enkele reden om de manier waarop mijn administratie de geïndexeerde bedragen berekent, aan te passen.