Parlementaire vraag nr. 887 van de heer Olaerts van 26.01.1994

VRAAG 94/887
Bull. nr. 739, blz. 1362
Belasting over de toegevoegde waarde - Bewaren van boeken en bescheiden - Boekhouding - Bewaren van boeken en bescheiden
VRAAG
De commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen, artikel 221/7, derde lid, meldt : "De boekhouding moet zich in de regel ter zetel van de onderneming bevinden".
1. Is dat het adres van de maatschappelijke zetel voor vennootschappen ?
2. Is dat het privé-adres van de zelfstandige ondernemer of de uitbatingszetel als die verschillen ?
3. Welke boeken en geschriften dienen te worden bijgehouden in filialen van winkelketens, die hun administratieve zetel niet noodzakelijk dienen te hebben op één van hun uitbatingsadressen en hun boekhouding bijgevolg centraliseren op het adres van hun maatschappelijke zetel of bijvoorbeeld het privé-adres van de zelfstandige ondernemer ?
4. Kan de onderneming-ondernemer worden verplicht het dagontvangstboek altijd op de uitbatingszetel(s) te houden voor controle door de fiscale ambtenaren ?
5. Dienen de boeken en geschriften ook bij een eventuele afwezigheid van de uitbater of zaakvoerder altijd ter inzage van de bevoegde ambtenaren te liggen en kan van een gerant of bediende worden geëist dat hij de boeken voorlegt ?
ANTWOORD
Artikel 315, 3de lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bepaalt dat behoudens wanneer zij door het gerecht in beslag genomen zijn, of behoudens afwijking toegestaan door de administratie, de boeken en bescheiden aan de hand waarvan het bedrag van de belastbare inkomsten kan worden vastgesteld, ter beschikking van de administratie moeten worden bewaard in het kantoor, agentschap, bijhuis of elk ander beroeps- of privélokaal van de belastingplichtige waar die boeken en bescheiden werden gehouden, opgesteld of toegezonden, tot het verstrijken van het vijfde jaar of boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk.
In de regel komt de plaats waar die boeken en bescheiden werden gehouden, opgesteld of toegezonden, overeen met de zetel waar de hogere leiding, het maatschappelijk beheer en de algemene belangen worden behartigd. Het is die zetel die wordt bedoeld in de administratieve commentaar op het WIB 92, 315/9, 3de lid (voorheen commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB 92), 221/7, 3de lid).
Die zetel hoeft echter niet noodzakelijk de maatschappelijke zetel van een vennootschap of de woonplaats van een zelfstandig ondernemer te zijn.
Voor in het artikel 14, § 2, 3°, koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de BTW bedoelde dagboek van ontvangsten, dat van dag tot dag moet worden gehouden, gelden dezelfde regels met dien verstande dat dat dagboek zich bestendig ter zetel van de onderneming moet bevinden.
De verplichting tot voorlegging van alle boeken en bescheiden rust op de belastingplichtige zelf.