Parlementaire vraag nr. 209 van de heer Ghesquière van 11.09.1992
VRAAG 92/209
Bull. nr. 729, pag. 1855
Onderhoudsgelden. - Instellingen.
De bedragen die belastingplichtigen betalen aan instellingen waar hun ouder(s) worden verzorgd, zijn fiscaal aftrekbaar indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Deze bedragen worden dan in meerdering gebracht bij het belastbaar inkomen van de ouder(s). De kinderen betalen minder belasting, de ouders meer.
Die problematiek wordt negatief ervaren, vooral omdat de ouders deze meerbelasting dikwijls niet kunnen betalen en dan bijgevolg de kinderen deze ook voor hun rekening nemen.
1. Wat is de beweegreden om een bedrag dat de ouders niet ontvangen, toch bij hun inkomsten te voegen ?
2. Hoe verwerken de instellingen deze gelden fiscaal ? Zijn ze daar ook ontvangsten en zo ja is het bedrag dan niet twee keer beschouwd als ontvangst, namelijk bij de ouder en de instelling ?
3. Heeft u reeds plannen om deze niet heldere bepaling te rationaliseren ? Zo ja, welke ?
ANTWOORD
1. Kinderen wier ouders behoeftig zijn, dienen op grond van artikel 205 van het Burgerlijk wetboek, bij te dragen in het levensonderhoud van die ouders.
Die bijdragen in het levensonderhoud zijn krachtens de artikelen 90, 3° en 4° en 99 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ten belope van 80 % belastbaar bij de begunstigde ouders.
Ter zake is het zonder belang of onderhoudsuitkeringen aan de uitkeringsgerechtigde zelf, dan wel aan de verzorgingsinstelling worden betaald. In dat laatste geval verliezen de uitkeringsgerechtigden niet de hoedanigheid van belastingplichtige, aangezien de uitkeringen in hun voordeel zijn gedaan, dat wil zeggen bestemd zijn als vergoeding van de kosten die de verzorgingsinstelling voor de persoonlijke onderhoudsbehoeften van de opgenomen ouders doet, daar waar de behoeftige ouders die kosten anders zelf met de van de kinderen ontvangen onderhoudsuitkeringen moeten betalen.
Zoals het geacht lid overigens opmerkt zijn de aan de verzorgingsinstellingen betaalde bedragen overeenkomstig artikel 104, 1 lid, 1° en 2° van het voormeld wetboek ten belope van 80 % aftrekbaar van de belastbare inkomsten van de onderhoudsplichtige kinderen. Dat geldt in de regel ook voor de door de kinderen ten laste genomen persoonlijke uitgaven - zoals de verschuldigde belastingen - van de behoeftige ouders die in een instelling zijn opgenomen (cf. vraag nr. 180 van 27 april 1990, van senator Taminiaux, zie bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, zitting 1989-1990, nr. 35, van 12 juni 1990, blz. 1641).
2. De voormelde uitkeringen die rechtstreeks aan de verzorgingsinstelling worden gestort vormen in feite de betaling van de door die instelling verstrekte diensten, diensten die - behoudens ten aanzien van de aan de rechtspersonenbelasting onderworpen rechtspersonen - binnen de uitoefening van een beroepswerkzaamheid bijdragen in de vorming van de belastbare beroepsinkomsten.
| 3. | Het ligt niet in mijn bedoeling de wetgeving ad hoc te wijzigen. |
Bron: FisconetPlus
