Parlementaire vraag nr. 753 van de heer Eerdekens van 12.07.2001

VRAAG 01/753

Vraag nr. 753 van de heer Eerdekens dd. 12.07.2001


Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 141, blz. 17860-17861

Voorzieningen voor risico's en kosten - Bodemsanering

VRAAG

Artikel 25 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 1992 vermeldt dat "voor de toepassing van artikel 24 worden geacht normaal op de uitslagen van het belastbaar tijdperk te drukken, de kosten die het gevolg zijn van de in dat tijdperk uitgeoefende beroepswerkzaamheid of van alsdan voorgekomen gebeurtenissen of die bij voorbaat gedekt zijn tijdens hetzelfde tijdperk verkregen vergoedingen wegens schadegevallen. Onteigeningen, opeisingen in eigendom of andere gelijkaardige gebeurtenissen, of die, evenredig met de duur van het belastbare tijdperk, betrekking hebben op grote herstellingen aan gebouwen, materieel en outillage die periodiek met regelmatige tussenpozen van niet meer dan 10 jaar worden uitgevoerd, met uitsluiting van enige vernieuwing".

Kan er niet van worden uitgegaan dat, aangezien de tekst de aard van het onroerend goed (gebouwd of niet-gebouwd) niet preciseert, de met het oog op de sanering van de bodem van een industriële site (die om de negen jaar zou worden gepland) jaarlijks samengestelde voorziening (ten belope van 1/9) krachtens artikel 48 van het WIB 1992 fiscaal kan worden vrijgesteld ?

ANTWOORD

Op het principiële vlak ben ik van mening dat, wanneer een bodemverontreiniging op een terrein werd vastgesteld die ten name van de vennootschap een saneringsverplichting doet ontstaan, de aangelegde voorziening voor risico's en kosten overeenkomstig artikel 48 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de artikelen 24 en 25 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het voormeld Wetboek op fiscaal vlak volledig of gedeeltelijk kan worden vrijgesteld, voor zover een bodemonderzoek is uitgevoerd geweest door een erkend bodemdeskundige die de bodemverontreiniging heeft vastgesteld en waarbij deze verontreiniging effectief een saneringsverplichting tot gevolg moet hebben. Aan beide voorwaarden moet tegelijkertijd voldaan zijn.

De raming van het bedrag van de desbetreffende vrijgestelde voorziening moet gebeuren overeenkomstig de algemene beginselen van voorzichtigheid, oprechtheid en ter goeder trouw en moet gesteund zijn op grond van ernstige controleerbare becijferingen.