Parlementaire vraag nr. 44 van de heer Eric Thiébaut van 07.03.2013
Parlementaire vraag nr. 44 van de heer Eric Thiébaut dd. 07.03.2013
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/135 dd. 12.11.2013, blz. 142
Foutieve toepassing van de indexering van de bedragen in het Wetboek op de inkomstenbelastingen
VRAAG
Diverse belastingexperts stelden recentelijk een praktijk van de Belgische overheid aan de kaak waarmee het door de belastingplichtigen betaalde bedrag aan belastingen "kunstmatig" wordt opgedreven. Al meer dan twintig jaar lang zou de belastingadministratie voor de indexering van de in het Wetboek op de inkomstenbelastingen opgenomen bedragen namelijk een coëfficiënt hanteren die niet is afgeleid van de officiële inflatiecijfers die door de FOD Economie worden gepubliceerd. Volgens verscheidene belastingrechtdeskundigen zou de formule voor de indexering van de fiscale bedragen vandaag nog altijd berusten op de indexcijfers van de jaren 1988 en 1991, en zou ze dus niet up-to-date zijn. Daardoor zijn de aan de inflatie aangepaste bedragen in het Wetboek op de inkomstenbelastingen lager dan ze zouden moeten zijn, en wordt het te betalen bedrag aan belasting te veel verhoogd! Er zij aan herinnerd dat artikel 178 van het Wetboek op de inkomstenbelastingen 1992 (waarin de regels met betrekking tot de jaarlijkse indexering van de fiscale bedragen zijn neergelegd) zeer duidelijk bepaalt dat de bedragen "jaarlijks en gelijktijdig aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk [worden] aangepast". Nu is er in principe maar één indexcijfer van de consumptieprijzen voor het hele land. De FOD Financiën had dan ook de cijfers van de FOD Economie moeten hanteren. Die praktijk heeft bijgevolg geen enkele wettelijke grondslag, waardoor de Belgische overheid het risico loopt dat de belastingplichtigen zich op haar zullen verhalen. Dat zou de overheid in theorie miljoenen kunnen kosten.
1. Bevestigt u dat die praktijk inderdaad bestaat?
2. a) Zo ja, sinds welke datum is ze in voege?
b) Welke verklaring hebt u voor het feit dat de FOD Financiën bij het vaststellen van de fiscale bedragen de officiële inflatiecijfers naast zich neerlegt?
3. Op welk bedrag raamt u de aldus door de fiscus te veel geheven belasting?
4. Bestaat het risico dat er bij de overheid verhaal wordt gezocht, zoals bepaalde fiscale experts aangeven?
5. Zo ja, op welke manier denkt men daarmee om te gaan?
ANTWOORD (van de minister van Financiën)
Op 7 februari 2012 stelde mijn voorganger in de commissie Financiën in antwoord op een vraag van volksvertegenwoordiger Denis Ducarme betreffende hetzelfde onderwerp, dat hij overtuigd was van de juistheid van de berekening van de FOD Financiën. (vraag nr. 9207, Integraal Verslag Kamer, 2011/2012, commissie voor de Financiën en de Begroting, 7 februari 2012, CRIV 53 COM 390, blz. 37) Sindsdien werd een nieuw vonnis uitgesproken op 12 september 2013 door de fiscale kamer van de rechtbank van eerste aanleg van Bergen die de belastingplichtige in het gelijk stelde en een terugbetaling gelaste van 2,72 euro. Aangezien de omzettingscoëfficiënt die door de FOD Financiën wordt toegepast strikt gerelateerd is aan de bepalingen inzake indexering op grond van artikel 8 van de wet van 7 december 1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen (Belgisch Staatsblad van 16 december 1988), zal de Belgische Staat in beroep gaan tegen het vonnis. Mijn administratie blijft de mening toegedaan dat de door haar toegepaste berekening de juiste is.
