Parlementaire vraag nr. 1525 van de heer Van der Maelen van 10.01.2007
Vragen en Antwoorden, Kamer, 2006-2007, nr. 162, blz. 31611-31612
Aangifte inkoop- en liquidatieboni
VRAAG
Bij niet-aangifte, bij laattijdige overlegging van aangifte, of wanneer de verschuldigde belasting hoger is dan de belasting met betrekking tot de belastbare inkomsten en de andere gegevens vermeld in de daartoe bestemd rubrieken van een aangifteformulier dat voldoet aan de vorm- en termijnvereisten, gesteld bij de artikel 307 tot 311 WIB 1992 mag in principe overeenkomstig artikel 354, eerste lid, eerste zin, WIB 1992 de belasting of de aanvullende belasting, in afwijking van artikel 359 WIB 1992 worden gevestigd gedurende drie jaar vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd waarvoor de belasting is verschuldigd.
De fiscale wetgever heeft het hier dus ontegensprekelijk uitsluitend over de "gegevens in de daartoe bestemde (gecodeerde) rubrieken van het aangifteformulier ".
Niettegenstaande het model van aangifteformulier nr. 276.1, bepaald bij koninklijk besluit, jaarlijks in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd, kunnen inzake personenbelasting onder meer de twee volgende elementen nog steeds niet in een of andere gecodeerde rubriek of speciaal vak worden aangegeven:
a) ontvangen inkoop- en liquidatieboni;
b) tekorten van welke aard ook van vermogensafrekeningen in de zin van artikel 341 WIB 1992.
Sommige juristen zijn van oordeel dat de materiële, technische of elektronische onmogelijkheid en zowel de wettelijke als de administratieve onvolkomenheden om welbepaalde elementen in het bij koninklijk besluit officieel bepaald model van aangifteformulier nr. 276.1 al dan niet met behulp van "Tax-on-web" te kunnen invullen of aangeven reeds sowieso tot de niet-onderwerping aan de personenbelasting moeten leiden.
Genoemde wettelijke bepaling van artikel 354, eerste lid, eerste zin WIB 1992 is duidelijk en helder en behoeft dan ook geen verdere interpretatie.
1. Kan op grond van onder meer de bepalingen van de artikelen 305, 313, 333, 339, 340, 341, 346, 351, 354, eerste lid en 358, § 1, 4°, WIB 1992 wel degelijk nog een belastbaarheid in rechte worden sterk gemaakt en is een belastingverhoging in de zin van artikel 444 WIB 1992 daarbij opportuun?
2. Welke wettelijke en/of reglementaire maatregelen zullen er met bekwame spoed worden uitgevaardigd om dit administratieve euvel voor de nabije toekomst onmiddellijk recht te zetten?
3. Kunt u in het licht van de beginselen van behoorlijk bestuur en de nieuwe fiscale cultuur en filosofie, de regels van de fiscale verjaring en van het grondwettelijke legaliteits- en eenjarigheidsbeginsel van de directe belastingen afzonderlijk voor de beide opgeworpen elementen uw visie en voorstellen laten kennen?
ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën, 12.04.2007)
In tegenstelling tot wat het geachte lid voorhoudt, bevat de aangifte in de personenbelasting sinds aanslagjaar 2003 twee rubrieken voor het aangeven van de in artikel 18, eerste lid, 2°ter, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) bedoelde dividenden verkregen bij de gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een vennootschap of bij de verkrijging van eigen aandelen door een vennootschap. Wat de aangifte van het aanslagjaar 2006 betreft, gaat het om volgende rubrieken:
- vak XIV, rubriek A, 1, c) voor het vermelden van bovenbedoelde dividenden waarvan de aangifte facultatief is;
- vak XIV, rubriek A, 2, e), 3° voor het vermelden van bovenbedoelde dividenden waarvan de aangifte verplicht is.
Om de belastbare inkomsten vast te stellen mogen de aanslagambtenaren alle door het gemeen recht aanvaarde bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed, aanwenden. Daartoe behoort onder meer het bewijsmiddel bepaald in artikel 341, WIB 1992, met name de taxatie op basis van tekenen en indiciën. Een tekort in het kader van voormelde vermogensafrekening wordt dus in principe vastgesteld door de aanslagambtenaar. De aangifte in de personenbelasting, die uitgaat van de belastingplichtige, dient dan ook niet een dergelijke rubriek te bevatten.
Gelet op het voorgaande zijn de door het geachte lid gestelde vragen zonder voorwerp.
