Parlementaire vraag nr. 426 van de heer Emmanuel Burton van 24.06.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/024, d.d. 05.08.2020, blz. 249

Terugbetalingen door de fiscus

VRAAG

Het Belgische gerecht eist dat de fiscus 200 miljoen euro terugbetaalt aan een Finse onderneming die in België een vennootschap (Fortum) opgericht heeft enkel en alleen om aanspraak te kunnen maken op de notionele-interestaftrek.

Sinds 2006 kunnen in België gevestigde ondernemingen de notionele-interestaftrek genieten, waardoor ze fictieve interesten kunnen aftrekken van hun winst als ze zich met eigen middelen financieren.

De groep in kwestie heeft in 2008 van dat systeem gebruikgemaakt door een vennootschap naar Belgisch recht op te richten. Ze heeft een aanzienlijk voordeel kunnen genieten door zoals in 2009 interesten ten bedrage van bijna 70 miljoen euro bij een belastbare winst van 75 miljoen euro af te trekken. Tussen 2008 en 2012 steeg de fiscale schuldvordering echter naar 113 miljoen euro.

De Bijzondere Belastinginspectie veroordeelde die 'kunstmatige constructie', een Belgische vennootschap zonder personeel, omdat ze geen enkele economische activiteit in ons land uitoefende, buiten het innen van interesten.

Het hof van beroep Gent heeft echter Fortum in het gelijk gesteld en de eis van de belastingadministratie verworpen op grond van het argument dat een vennootschap niet verplicht zou zijn om eigen personeel in te zetten voor de ontwikkeling van haar activiteiten. Het Gentse rechtscollege eist dat de fiscus de reeds ontvangen bedragen terugstort, vermeerderd met de wettelijke verwijlinteresten. Volgens de advocaten van Fortum zal dat bedrag "tot meer dan 200 miljoen" oplopen.

1. Zijn er cijfers voor andere vennootschappen die constructies vergelijkbaar met Fortum opzetten?

2. Staat er een hervorming van de notionele-interestaftrek op het programma om dergelijke situaties te voorkomen?

3. Kan de wetgeving betreffende groepen die zich in meerdere landen vestigen niet aangepast worden om dergelijke situaties te voorkomen?

ANTWOORD

1. Gelet op de vertrouwelijkheid van de informatie, kan ik deze vraag niet beantwoorden.

2. Sinds de wet houdende hervorming van de vennootschapsbelasting van 25 december 2017 is de aftrek voor risicokapitaal hervormd naar een incrementeel systeem. Het Fortum arrest gaat nog over de "oude" regeling met betrekking tot de aftrek voor risicokapitaal.

De wijziging van het stelsel van de notionele interestaftrek (NIA) heeft tot doel het behouden van de incentive voor het verhogen van het eigen vermogen en ook de aanbevelingen van de Europese Commissie te volgen (zie in die zin Parl. St., Kamer, zitting 2017-2018, DOC 54 2864/001, blz. 6). De basis voor de berekening van het risicokapitaal dat in aanmerking wordt genomen, stemt voortaan overeen met een gedeelte (een vijfde) van de aangroei van het gecorrigeerde eigen vermogen van het belastbare tijdperk ten opzichte van het gecorrigeerde eigen vermogen van het vijfde voorgaande belastbare tijdperk (het begrip "incrementeel risicokapitaal").

Ik verwijs hiervoor verder naar de circulaire 2020/C/22 van 29 januari 2020.

Gelet op het huidige incrementeel systeem en de zeer lage rentestand (men verwacht nog een nultarief voor grote ondernemingen in aanslagjaar 2021), is het risico op misbruiksituaties aanzienlijk gedaald.

3. Bij de wet van 30 juli 2018 werd eveneens aan een aantal internationale misbruiksituaties verholpen: artikel 205ter, §2, WIB 92, werd vervolledigd met een 7°, 8° en 9°, die voorzien in verminderingen van het jaarlijkse bedrag aan risicokapitaal zoals bepaald volgens artikel 205ter, §1, eerste lid, WIB 92, met betrekking tot de vorderingen op een vennootschap gevestigd in een fiscaal paradijs, de inbrengen van kapitaal door een vennootschap gevestigd in een fiscaal paradijs en de inbrengen van kapitaal door een verbonden vennootschap, onder bepaalde voorwaarden.

Ik verwijs hiervoor verder naar de circulaire 2020/C/22 van 29 januari 2020.