Parlementaire vraag nr. 282 van de heer Sander Loones van 17.03.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/016, d.d. 20.04.2020, blz. 129

Fiscale fraude

VRAAG

Sociale en fiscale fraude zijn vaak in het nieuws. Heel wat cijfers worden geciteerd, verschillende oplossingen worden naar voren geschoven. Desondanks blijft vaak onduidelijk om welke bedragen het nu juist gaat en welke resultaten genomen maatregelen opleveren.

1. Kunt u meedelen welke concrete maatregelen u hebt genomen omtrent de bestrijding van fiscale fraude?

2. Kunt u een overzicht geven van de openstaande dossiers betreffende fiscale fraude?

3. Kunt u een overzicht geven van de afgesloten dossiers betreffende fiscale fraude voor het jaar 2018, 2019 en de eerste twee maanden van 2020?

4. Kunt u een overzicht geven van de bedragen die zijn gerecupereerd in deze dossiers voor de jaren 2018, 2019 en de eerste twee maanden van 2020?

ANTWOORD

Vooreerst wil ik er toch aan herinneren dat ik sedert mijn aantreden als minister van Financiën door de situatie van lopende zaken beperkt ben in mijn bevoegdheden. Toch hebben we met de medewerking van het parlement, verschillende maatregelen kunnen nemen op vlak van strijd tegen de fiscale fraude. Hieronder vindt u een overzicht per bevoegde administratie:

Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie (AABBI)

1. Middels de uitvoering van haar operationeel plan heeft de AABBI de interdepartementale en internationale samenwerking versterkt. Inzake digitalisering heeft de AABBI in eigen beheer geautomatiseerde detectiemethodes ontwikkeld, dataminers aangeworven en haar capaciteit van e-audit controles uitgebreid. Zij volgt eveneens nauw de tendensen met betrekking tot de fraudetypologieën op en ondersteunt talrijke nationale en internationale juridische initiatieven op het gebied van de fraudebestrijding.

2. Momenteel heeft de AABBI ongeveer 1.500 zaken in onderzoek die ongeveer 4.000 dossiers omvatten.

3. In 2018 en 2019 zijn respectievelijk 1.659 en 1.845 dossiers bij de AABBI afgesloten. Voor 2020 is het voorbarig om nu reeds aantallen dossiers van een lopend jaar mede te delen.

4. In 2018 en 2019 werdrespectievelijk 253.336.000 euro en 295.417.000 euro geïnd naar aanleiding van AABBI taxaties. Voor de eerste twee maanden van 2020 heeft de BBI reeds een bedrag van ongeveer 70 miljoen euro geïnd.

Algemene administratie van de Fiscaliteit (AAFisc)

3 en 4. Voorafgaande opmerkingen.

In het kader van een samenwerkingsovereenkomst gesloten op 27 april 2016, kan de AAFisc aan de AABBI dossiers doorgeven waarin aanwijzingen van fraude zijn ontdekt. Hieruit wordt dan een selectie gemaakt welke dossiers verder worden opgevolgd door de AABBI. De controle met betrekking tot de overige dossiers wordt dan verder door de diensten van de AAFisc behandeld. Bij deze dossiers wordt gebruikt gemaakt van de artikelen 354, lid 2, WIB92 en 81bis, §1, 4° W.Btw, die bepalen dat de normale aanslagtermijn tot zeven jaar verlengd kan worden bij een inbreuk op de bepalingen inzake inkomstenbelastingen en/of btw begaan met bedrieglijk opzet of het oogmerk te schaden. De hiernavolgende gegevens hebben betrekking op de door de AAFisc gecontroleerde aangiften (IB) en belastingplichtigen (btw) waarbij de bovenvermelde artikelen werden toegepast.

Het resultaatvan deze controles wordt uitgedrukt in termen van "gevestigde inkomstenverhogingen" (IB) en "nagevorderde btw".

De bijlagen bij het antwoord op deze vraag zijn het geachte Kamerlid rechtstreeks toegestuurd. Gezien het louter documentaire karakter ervan worden zij niet in het Bulletin van Vragen en Antwoorden opgenomen maar liggen zij ter inzage bij de griffie van de Kamer van volksvertegenwoordigers (dienst parlementaire vragen).

Beleidsexpertise en -ondersteuning (BEO)

1. De wet van 11 januari 2019 houdende maatregelen van bestrijding van de belastingfraude en -ontwijking inzake roerende voorheffing omvat verschillende maatregelen om oneigenlijk gebruik van vrijstelling van roerende voorheffing tegen te gaan, zijnde:

- het feit dat een Belgisch of buitenlands pensioenfonds de effecten waaruit dividenden voortkomen waarvoor zij een vrijstelling of verrekening van de roerende voorheffing geniet, minder dan 60 dagen heeft aangehouden, vormt voortaan een vermoeden dat de rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen waarmee de dividenden verbonden zijn, kunstmatig is. Het pensioenfonds zal moeten aantonen dat er geen kunstmatige rechtshandeling of geheel van rechtshandelingen aan de basis lag om toch aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling of verrekening van de roerende voorheffing;

- de verkrijger van de roerende inkomsten zal aangewezen worden als schuldenaar van de roerende voorheffing in alle gevallen waarbij er een onrechtmatige vrijstelling van roerende voorheffing heeft plaatsgevonden of er ten onrechte roerende voorheffing aan hem is terugbetaald;

- om onterechte verrekening van roerende voorheffing op dividenden tegen te gaan zal, in overeenstemming met de marktstandaard voor het afwikkelen van effectentransacties, de belastingplichtige voortaan reeds de volle eigendom van de onderliggende effecten moeten hebben gehad op datum waarop de rechthebbenden van de dividenden worden geïdentificeerd (zijnde een dag vóór de huidige voorziene datum, het ogenblik van toekenning of betaalbaarstelling van de dividenden) om de verrekening te kunnen toepassen.

2. De wet van 11 februari 2019 houdende fiscale, fraude bestrijdende, financiële alsook diverse bepalingen heeft onder andere een wettelijke uitvoering gegeven aan bepaalde aanbevelingen die werden gemaakt in het rapport van de bijzondere commissie "Internationale fiscale fraude/Panama Papers":

- het verbod tot het afsluiten van een voorafgaande beslissing inzake verrichtingen met de belastingparadijzen (aanbevelingen 21 en 36);

- een uitbreiding van de onderzoeks- en aanslagtermijn naar tien jaar wanneer er gebruik werd gemaakt van juridische constructies in belastingparadijzen die ertoe strekken de herkomst en/of het bestaan van het vermogen te verhullen (aanbeveling 69);

- uitbreiding van het toepassingsveld van de uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot de identiteit van de uiteindelijk begunstigden (aanbevelingen 74 en 75).

3. Wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen kadert in de harmonisering van de fiscale procedures, en meer in het bijzonder de aanbeveling 70 van de bijzondere commissie "Internationale fiscale fraude/Panama Papers".

4. Hoofdstuk 3 van de wet van 2 mei 2019 houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I realiseert de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt (ATADrichtlijn). Er werden technische aanpassingen doorgevoerd aan de berekening van de EBITDA in het kader van het financieringskosten surplus bedoeld in artikel 198/1, §3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

5. Wet van 20 december 2019 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies.

Deze wet heeft de voormelde Richtlijn in de verschillende fiscale wetboeken (Wetboek Inkomstenbelastingen 1992, Wetboek diverse rechten en taksen, Wetboek Successierechten en Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten) omgezet om de bevoegde Belgische autoriteiten de informatie te bezorgen die zij nodig hebben om op te kunnen treden tegen agressieve fiscale praktijken. Het legt nieuwe meldingsverplichtingen vast voor intermediairs en belastingplichtigen die een automatische uitwisseling van inlichtingen inzake grensoverschrijdende constructies mogelijk moet maken.