Parlementaire vraag nr. 504 van de heer de Donnéa van 29.09.1993
Bull. nr. 735, pag. 378
Onderzoek en controle - Financiële rekening - Beroeps- en/of privédoeleinden
In de administratieve commentaar bij het oude artikel 221 van het WIB dat in de versie van 1992 artikel 315 is geworden, wordt onder verwijzing naar twee arresten van het Hof van beroep van Gent in de zaak Delhoye (18 november 1964 en 22 november 1965), opgemerkt dat een financiële rekening (post- of bankrekening) in extenso ter beschikking moet worden gehouden van de administratie met het oog op onderzoek en verificatie, zodra de belastingplichtige die rekening voor beroeps- en privé-doeleinden heeft gebruikt.
Moet die thesis stricto sensu geïnterpreteerd worden en moet er derhalve van uitgegaan worden dat nagenoeg geen enkele natuurlijke persoon nog een "financiële privacy" heeft, daar de betrokken "privé- rekening" en "rekening voor beroepsdoeleinden" door elkaar kunnen gebruiken naar gelang van de omstandigheden (onvoldoende cash op de rekening voor beroepsdoeleinden om een schuldeiser te betalen, uitzonderlijke ontvangsten op een andere rekening dan de rekening voor beroepsdoeleinden met de uitsluitende bedoeling de rekening positief te maken, enz.) ?
Is het zo dat de regel die in de inleiding van deze vraag werd uiteengezet, geen enkele uitzondering duldt die door het gezond verstand en de dagelijkse praktijk in het zakenleven wordt ingegeven ? Het ligt voor de hand dat de "kleine zelfstandige" die een factuur in verband met zijn beroepskosten betaalt met een cheque die ten laste van zijn privé- rekening komt, zich geen rekenschap geeft dat hij daardoor aan de administratie het recht geeft via zijn rekening zijn privé-leven te onderzoeken.
Anderzijds kan men zich afvragen of de betaling van een factuur die verband houdt met een gemengde uitgave (gedeeltelijk voor privé- doeleinden en gedeeltelijk voor beroepsdoeleinden : auto, telefoon, elektriciteit, enz.) niet gesplitst moet worden (het deel beroepskosten wordt dan betaald van de rekening voor beroepsdoeleinden, het andere deel komt in mindering van de privé-rekening) om te verhinderen dat de administratie haar recht van controle op de financiële rekening voor privé-doeleinden uitoefent of kan die factuur ofwel volledig ten laste van de privé-rekening ofwel volledig ten laste van de rekening voor beroepsdoeleinden betaald worden ?
Deze voorbeelden tonen aan hoe subtiel de grens tussen een privé- rekening en een rekening voor beroepsdoeleinden kan zijn.
Kan de geachte minister mij verduidelijken welke criteria de belastingdiensten thans hanteren om een buitensporig gebruik van hun onderzoeksbevoegdheid te verhinderen ? Zijn die criteria voldoende selectief - of moeten ze niet worden aangepast - zodat een financiële rekening pas als rekening met beroepsdoeleinden (met alle gevolgen vandien) kan worden beschouwd op het ogenblik waarop onbetwistbaar bedrieglijk opzet wordt vastgesteld ?
ANTWOORD
Wanneer een belastingplichtige een financiële rekening voor zowel beroeps- als privé-doeleinden gebruikt, mag de administratie, welke ook de motieven en de regelmaat van dergelijk gebruik zijn, alle verantwoordingsstukken onderzoeken die betrekking hebben op de door middel van die rekening gedane verrichtingen.
Het gaat niet om het verrichten van onderzoekingen omtrent het privé- leven van de belastingplichtige maar alleen om de mogelijkheid voor de aanslagambtenaar om het privé- of beroepskarakter van de verrichtingen vast te stellen.
Voor zover nodig mocht zijn zal ik de taxatiediensten herinneren aan het doel - en bijgevolg aan de grens - van de onderzoeksmacht ter zake.
Bron: FisconetPlus
