Parlementaire vraag nr. 204 van de heer Vandeurzen van 07.01.2004

VRAAG 04/204

Vraag nr. 204 van de heer Vandeurzen dd. 07.01.2004


Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 24, blz. 3718-3720

Maaltijdcheques - Sociaal voordeel - Effectieve arbeidsdag - Recuperatie overuren

VRAAG

Artikel 19bis, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 bepaalt de voorwaarden waaronder maaltijdcheques niet als loon worden beschouwd voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen. Één van de voorwaarden tot vrijstelling van bijdrage is dat het aantal toegekende maaltijdcheques gelijk moet zijn aan het aantal effectief gepresteerde arbeidsdagen. Met andere woorden: enkel dagen waarop de werknemer effectief arbeidsprestaties levert, geven recht op het toekennen van een maaltijdcheque. De RSZ beschouwt volgens haar mededeling 2001/13 de dagen waarop de werknemer afwezig is ingevolge het recupereren van de (over)uren die hij op andere arbeidsdagen gepresteerd heeft bovenop zijn normale uurregeling, als dagen waarop de werknemer effectief arbeidsprestaties verricht en derhalve als dagen waarvoor de werknemer recht heeft op een maaltijdcheque.

De RSZ redeneert dat de maandelijkse compensatiedag ingevolge de omzetting van de 40-urenweek naar de 38-urenweek wordt toegekend met het oog op de recuperatie van te veel gepresteerde uren, deze compensatiedag voldoet aan de voormelde definitie en derhalve dat voor deze compensatiedag een maaltijdcheque kan worden verleend die niet beschouwd kan worden als loon voor de berekening van de socialezekerheidsbijdrage.

Kan u bevestigen dat ook voor de fiscus deze maaltijdcheque uitgekeerd voor een compensatiedag niet als inkomen wordt beschouwd maar als een kost eigen aan de werkgever?

ANTWOORD (minister van Financiën, 10.03.2004)

Maaltijdcheques die worden uitgereikt aan werknemers worden op grond van artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) als vrijgestelde sociale voordelen aangemerkt, voor zover al de voorwaarden gesteld in artikel 19bis, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders gelijktijdig worden vervuld.

Één van de voorwaarden om maaltijdcheques als een van belasting vrijgesteld sociaal voordeel in de zin van artikel 38, § 1, eerste lid, 11°, WIB 1992 aan te merken is, dat het aantal toegekende maaltijdcheques gelijk moet zijn aan het aantal dagen waarop de werknemer effectief arbeidsprestaties levert (ongeacht de duur ervan).

Volgens de mededeling 2001/13 waarnaar het geachte lid verwijst zou de Rijksdienst voor sociale zekerheid (RSZ) de dagen waarop de werknemer afwezig is ingevolge het recupereren van de (over)uren die hij bovenop zijn normale uurregeling op andere arbeidsdagen heeft gepresteerd, als dagen beschouwen waarop de werknemer effectief arbeidsprestaties verricht en derhalve als dagen waarvoor de werknemer recht heeft op een maaltijdcheque.

Mijn administratie heeft hierover contact opgenomen met de RSZ. De RSZ heeft echter geen kennis van een mededeling 2001/13. Bovendien heeft de RSZ aan mijn administratie medegedeeld dat de dagen waarop de werknemer afwezig is ingevolge het recupereren van overuren, geen effectief gepresteerde arbeidsdagen zijn en dat derhalve de voor dergelijke dagen toegekende maaltijdcheques als loon worden beschouwd.

In die omstandigheden en gelet op het streven naar parallellisme tussen de sociale en fiscale wetgeving kan ik mij dan ook niet akkoord verklaren om een maaltijdcheque, die wordt toegekend voor de maandelijkse compensatiedag, te beschouwen als een van belasting vrijgesteld sociaal voordeel ten name van de werknemer.