Parlementaire vraag nr. 1001 van de heer Viseur van 22.11.2005

Parlementaire vraag nr. 1001 van de heer Viseur dd. 22.11.2005

Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 113, blz. 21550-21551

Liquidatieboni

VRAAG

Uit hoofde van de circulaire nr. Ci.RH.231/566 182 (AOIF 20/2005) van 4 mei 2005 gaan heel wat taxatiediensten er kennelijk van uit dat « voor de verkrijgers die onderworpen zijn aan de PB, de bedoelde dividenden die in 2002 werden toegekend of betaalbaar gesteld en die aanleiding hebben gegeven tot een terugbetaling van de RV (zie het nr. 5 hiervoor) voor het aanslagjaar 2003 niet kunnen worden vrijgesteld van de aangifte in de PB waarnaar verwezen wordt in artikel 313, WIB 92».

Artikel 264 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 92 voorziet evenwel voor het jaar 2002 in een wettelijke grond van vrijstelling van de roerende voorheffing, aangezien het stipuleert dat de roerende voorheffing niet verschuldigd is op het gedeelte van de dividenden (2°) dat vermeld wordt in de artikelen 186, 187 en 209.

Daaruit volgt dus dat artikel 313 van het WIB 92, in tegenstelling tot wat voormelde omzendbrief zegt, wel degelijk van toepassing is, en dat dividenden welke verkregen worden uit hoofde van de toekenning van een liquidatiebonus in 2002 niet belastbaar zijn.

1. Kan u dat bevestigen ?

2. Vindt u niet dat artikel 313 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 92 wel degelijk van toepassing is ?

3. Zo neen, waarom niet?

4. Zo ja, vindt u het niet betreurenswaardig dat de taxatiediensten dat argument systematisch van de tafel vegen en volstaan met een verwijzing naar de administratieve omzendbrief, terwijl dividenden die voortvloeien uit de toekenning van een liquidatiebonus in 2002 dus niet belastbaar zijn ?

5.

a) Acht u het meer fundamenteel niet opportuun om zo snel mogelijk een omzendbrief te publiceren ter rectificatie ?

b) Zo ja, wanneer zal dat gebeuren ?

c) Zo neen, waarom niet?

ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 17.03.2006)

Ik veroorloof mij het geachte lid te verwijzen naar het antwoord dat ik heb verstrekt op de parlementaire vraag nr. 3-3437 van 30 september 2005, gesteld door het geachte lid Christian Brotcorne ( Vragen en Antwoorden, Senaat, 2005-2006, nr. 3-58).