Parlementaire vraag nr. 440 van de heer Dirk Van der Maelen van 29.06.2011

Parlementaire vraag nr. 440 van de heer Dirk Van der Maelen dd. 29.06.2011

Vragen en Antwoorden, Kamer 2010-2011, nr. 40 van 15.09.2011, blz. 38

Vennootschapsbelasting

Tarief van de Ven.B

Verlaagd tarief van de Ven.B

VRAAG

In opvolging van mijn mondelinge vraag nummer 17629 van 20 januari 2010 (Integraal Verslag, Kamer, 2009-2010, Commissie voor de Financiën en de Begroting, 20 januari 2010, CRIV52 COM759, blz. 3) wens ik volgende (eventueel voorlopige) inlichtingen te ontvangen voor de aanslagjaren 2006, 2007, 2008, 2009 en 2010 en voor respectievelijk alle vennootschappen en de vennootschappen die de verlaagde tarieven van de vennootschapsbelasting genieten:

1. het totaal van het positief fiscaal resultaat;

2. de globale vennootschapsbelasting.

ANTWOORD (van de heer Reynders, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)

In de onderhavige tabel zijn de gevraagde gegevens inzake het totaal positief resultaat en de globale vennootschapsbelasting gebundeld. Daarbij is een opsplitsing gemaakt naargelang het gaat over ondernemingen die kunnen genieten van de verlaagde tarieven in de vennootschapsbelasting en de overige vennootschappen die onderworpen zijn aan het normaal tarief. Bij de beoordeling van de resultaten dient rekening gehouden met heel wat factoren die distorsies veroorzaken in de vergelijkbaarheid tussen de opeenvolgende aanslagjaren. Primo worden hier jaren met een absolute hoogconjunctuur geplaatst naast jaren waarin de financieel-economische crisis in alle hevigheid woedde. De periode voorafgaand aan het jaar 2008 en de periode vanaf het inkomstenjaar 2008 (aanslagjaar 2009) zijn dus onderling niet vergelijkbaar. Dit vloeit gewoon voort uit de pure economische logica. Secundo gaat ook een vergelijking tussen de resultaten geboekt door de vennootschappen die kunnen genieten van de verlaagde tarieven en de overige ondernemingen niet echt op. Inderdaad, zoals ik u reeds meedeelde in mijn antwoord op de door u geciteerde mondelinge vraag nr. 17629, beïnvloeden de diverse aftrekbewerkingen in de vennootschapsbelasting de link tussen het positief fiscaal resultaat en de effectief verschuldigde vennootschapsbelasting. Vooral de aftrek die tot doel heeft een dubbele belasting te voorkomen (definitief belaste inkomsten (DBI), aftrek van resterende winst vrijgesteld bij verdrag) oefent een opmerkelijke impact uit op het bovenvermeld verband. Vanuit dat perspectief dient dus de link tussen het positief fiscaal resultaat van het belastbaar tijdperk (de code 060 van de aangifte) en de verschuldigde vennootschapsbelasting met de nodige voorzichtigheid benaderd. Na deze bewerkingen - bewerkingen die een logisch gevolg zijn van de toepassing van de internationale regels met betrekking tot de voorkoming van een dubbele belastingheffing - valt het fiscaal resultaat opgenomen in de onderhavige tabellen reeds terug met zowat 35 procent. De nominale verhouding fiscaal resultaat / effectief verschuldigde belasting is dus niet echt relevant en dient dus duidelijk voor deze bewerkingen gecorrigeerd. Vermits een aantal aftrekposten (bijvoorbeeld de bovenvermelde DBI-aftrek), door hun aard, voornamelijk spelen voor grotere, internationaal opererende ondernemingen zal, bij de vennootschappen die niet kunnen genieten van de verlaagde tarieven in de vennootschapsbelasting, de verhouding van de verschuldigde vennootschapsbelasting ten opzichte van het positief fiscaal resultaat merkelijk lager liggen dan bij de vennootschappen die wel kunnen genieten van deze tarieven. Dat die verhouding lager uitvalt bij de "grotere" vennootschappen is dus niet het gevolg van één of andere fiscale spitstechnologie, maar vloeit louter voort uit de aard van die aftrekposten zelf. Vermits de recente uitspraak van het Europees Hof Van Justitie inzake de DBI-aftrek is het maar logisch dat België de internationale afspraken omtrent het vermijden van dubbele belastingheffing strikt nakomt. Tertio dient aangestipt dat de vergelijkbaarheid tussen de beschouwde jaren ook wordt beïnvloed door het feit dat voor de aanslagjaren 2008 en 2009 de "buitengewone" aanslagtermijn van drie jaar, bedoeld in artikel 354, 1e lid, WIB 92, nog steeds loopt. Voor deze twee aanslagjaren betreffen de cijfers dan ook ramingen. Voor de aanslagjaren 2006 en 2007 gaat het wel reeds om de definitieve cijfers. Quarto dient ook bij de beoordeling van de resultaten inzake de opbrengst van de vennootschapsbelasting gewaarschuwd voor korte termijn analyses. In de korte termijn kan immers de indruk ontstaan dat de belastingopbrengst onder impuls van bepaalde maatregelen onder druk komt te staan. In dat perspectief heb ik recent de fiscale administratie verzocht een lange termijn analyse te maken van de vennootschapsbelasting. Daarbij is de periode tussen de aanslagjaren 1994-2009 in ogenschouw genomen. Vermits de jaren 1993 en 2008 beide economische crisisjaren waren, is de vergelijkbaarheid van gegevens in die periode evidenter. Er blijkt uit die studie dat de gemiddelde groei van de vennootschapsbelasting + 5,18% bedraagt gedurende de beschouwde periode terwijl de totale fiscale ontvangsten gedurende diezelfde periode met slechts 3,3% zijn toegenomen. Afgemeten aan een macro-economische parameter zoals het BBP blijkt dat ook daar de vennootschapsbelasting beter scoort vermits de groei van het BBP in die periode beperkt blijft tot 4,2%. Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat de vennootschapsbelasting goed scoort ondanks de betekenisvolle tariefverlaging in het aanslagjaar 2004 (van 39 naar 33%) én de invoering van de aftrek voor risicokapitaal. Ten slotte wil ik nog opmerken dat, zoals ik u reeds meldde in mijn antwoord op uw mondelinge vraag nr. 5047 van 30 mei 2011, het actueel nog te vroeg om reeds representatief cijfermateriaal te verstrekken in verband met het aanslagjaar 2010. Immers, voor dit aanslagjaar zijn de inkohieringen binnen de "gewone" aanslagtermijn nog aan de gang. Het is pas na afloop van deze "gewone" aanslagtermijn, dus na 30 juni 2011, dat de eerste representatieve cijfers ter zake beschikbaar zullen zijn.

Tabel

Vennootschappen die kunnen
genieten van de verlaagde tarieven
bedoeld in art. 215, 2de lid, WIB 92

Vennootschappen die niet kunnen
genieten van de verlaagde tarieven
bedoeld in art. 215, 2de lid, WIB 92

Alle vennootschappen

Aanslagjaar

Positief fiscaal
resultaat
van het
belastbar
tijdperk
(in miljoen €)

Globale
vennootschaps-belasting
(in miljoen €)

Positief fiscaal
resultaat
van het
belastbar
tijdperk
(in miljoen €)

Globale
vennootschaps-belasting
(in miljoen €)

Positief fiscaal
resultaat
van het
belastbar
tijdperk
(in miljoen €)

Globale
vennootschaps-belasting
(in miljoen €)

2006

5 670

1 295

63 754

9 770

69 424

11 065

2007

5 514

1 242

74 083

10 632

79 596

11 874

2008(*)

5 912

1 312

85 249

11 083

91 161

12 394

2009(*)

6 350

1 331

87 606

9 723

93 956

11 054

(*)Voor de aanslagjaren 2008 en 2009 betreft het een raming van de situatie na afloop van de buitengewone aanslagtermijn van drie jaar, bedoeld in

art. 354, 1e lid, WIB 92