Parlementaire vraag nr. 1450 van de heer Canon van 03.03.1995
VRAAG 95/1450
Bull. nr. 752, pag. 2472
Inkomstenbelastingen - Belasting van niet-inwoners - Vrijgestelde inkomsten - Buitenlandse kaderleden - Circulaire.
U antwoordt de heer Daerden dat "de Administratie der directe belastingen een wijziging van de circulaire betreffende de buitenlandse kaderleden inopportuun acht (Ci.RH.624/325.294 van 8 augustus 1983), gelet op de gevolgen van de wet van 22 december 1989 voor voormelde belastingregeling en op het economische belang van die regeling rechtvaardigt".
1. Om welke precieze redenen acht de administratie wijzigingen die, het weze duidelijk, een miljard frank zouden opbrengen, inopportuun ?
2. Zijn die redenen nog altijd actueel ? Is de vereiste hoedanigheid van buitenlands kaderlid of deskundige dan zo specifiek dat het onmogelijk is op de Belgische arbeidsmarkt een equivalent te vinden ? Heeft de bij de circulaire ingevoerde afwijkende regeling met andere woorden nog een bestaansreden ?
3. Meer technisch gesproken zijn de bezoldigingen die een aan de vennootschapsbelasting onderworpen vennootschap voor een in het buitenland uitgeoefende werkzaamheid aan buitenlandse kaderleden betaalt, conform artikel 230, 3°, van het WIB 92 enkel van de belasting vrijgesteld indien die bezoldigingen worden toegerekend op de resultaten van een in het buitenland gelegen inrichting en dus door die inrichting worden gedragen.
| a) | Verricht de Administratie der directe belastingen die uitsplitsing om uit te maken of de aldus verkregen bezoldigingen al dan niet zijn vrijgesteld ? |
| b) | Zo ja, over welke informatiekanalen beschikt de administratie om die uitsplitsing op een doeltreffende manier uit te voeren ? |
| c) | Zo neen, waarom ? |
ANTWOORD
Het geacht lid gelieve hierna de antwoorden op de gestelde vragen te vinden.
1 en 2. Het geheel van de bepalingen van de wet van 22 december 1989 houdende fiscale bepalingen, met betrekking tot de hervorming van de belasting van niet-inwoners, moest ongeveer 1.500.000.000 frank voor de Schatkist opbrengen, inzonderheid ingevolge de depersonalisering van die belasting.
Het bijzonder aanslagstelsel voor buitenlandse kaderleden en vorsers werd anderzijds ingesteld om, inzonderheid in toekomstgerichte sectoren, het behoud en de uitbreiding te verzekeren van de investeringen die nodig zijn voor de groei van de economie gebaseerd op de uitvoer, door in België zowel buitenlandse investeerders aan te trekken alsmede hoog gekwalificeerde personen waarvan de tewerkstelling in ons land geacht wordt de nationale bedrijven te stimuleren, de vestiging van nieuwe industrieën mogelijk te maken, werkgelegenheid te scheppen en het wetenschappelijk onderzoek te begunstigen. Dergelijke bekommernissen zijn uiteraard in de huidige economische context meer dan ooit aan de orde.
Tenslotte omvat de procedure tot erkenning als buitenlands kaderlid of vorser die van het bijzonder aanslagstelsel kan genieten, een diepgaand onderzoek van de beroepskwalificaties van de betrokkene (studies, ervaring, enz.) alsmede van de omstandigheden die aanleiding geven tot zijn detachering of zijn tewerkstelling in België, teneinde uit te maken of de toekenning van die erkenning gerechtvaardigd is, inzonderheid gelet op de Belgische arbeidsmarkt.
3. In het kader van het bedoelde bijzonder aanslagstelsel zijn de buitenlandse kaderleden en vorsers, die noodzakelijkerwijze de hoedanigheid van niet-rijksinwoners bezitten, uitsluitend belastbaar op de bezoldigingen die overeenstemmen met hun in België geleverde prestaties alsmede op hun andere inkomsten van Belgische oorsprong, zodat hun bezoldigingen niet de bezoldigingen met betrekking tot de in het buitenland uitgeoefende werkzaamheden omvatten (nr. 142/2 van de administratieve commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen).
Die bepaling onderwerpen aan een strikte toepassing van artikel 230, 3° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zou het belang van het voormelde stelsel en bijgevolg de weerslag ervan aanzienlijk beperken.
Bron: FisconetPlus
