Parlementaire vraag nr. 3-3885 van de heer Vankrunkelsven van 05.12.2005

VRAAG 05/3-3885
Vr. en Antw., Senaat, 2005-2006, nr. 3-62, blz. 5785-5786
Belastingcontrole - Tandartsen - Inzage in patiëntenfiches
VRAAG
Naar aanleiding van diverse grondige belastingcontroles bij de tandartsen kreeg ik graag een antwoord op de volgende vragen:
Mag een belastingcontroleur vragen om alle patiëntenfiches in te kijken?
Behoort een "patiëntenfiche" tot de boeken van de boekhouding, nodig om het fiscaal resultaat na te kijken? Geldt dat ook, indien deze fiches worden bijgehouden op een computer?
Tot nu toe was de algemene tendens dat deze fiches tot het beroepsgeheim behoorden.
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën)
Artikel 315, eerste en derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), welke respectievelijk betrekking hebben op de verplichtingen die de belastingplichtige heeft inzake het voorleggen en het bewaren van boeken en bescheiden, beogen alle boeken en bescheiden die noodzakelijk zijn voor het bepalen van het bedrag van zijn belastbare inkomsten. De desbetreffende bepalingen hebben betrekking op alle boeken en bescheiden waarvan het gebruik verplicht is, alle boekhoudkundige boeken en bescheiden, alsook alle andere boeken en bescheiden die kunnen dienen tot het vaststellen van de belastbare inkomsten. De voor te leggen en te bewaren boeken en bescheiden kunnen dus niet op een beperkende wijze worden gedefinieerd.
Bovendien kunnen de taxatieambtenaren, krachtens artikel 315bis, WIB 1992, wanneer die boeken en bescheiden door middel van een geïnformatiseerd systeem worden gehouden, opgesteld, toegezonden of bewaard, de belastingplichtige verzoeken om in hun bijzijn en op zijn uitrusting kopieën te maken van het geheel of een gedeelte van de gegevens, in de door hen gewenste vorm.
Op basis van de voormelde bepalingen, is de administratie gemachtigd aan de tandarts de voorlegging van zijn bestand « patiënten » te vragen.
Anderzijds geiden de regels inzake het medisch geheim. Derhalve kunnen aan een tandarts geen gegevens met betrekking tot de identiteit van patiënten gevraagd worden.
In casu behoort het aan de tandarts toe om zich op een zodanige wijze te organiseren dat hij kan voldoen aan zijn fiscale verplichtingen zonder de gegevens te leveren die vallen onder het medisch geheim.
Wat de tandarts betreft die zijn bestand « patiënten » manueel bijhoudt, dienen de gegevens met betrekking tot de identiteit van de patiënten verborgen te zijn.
Wat betreft de tandarts die zijn bestand « patiënten » op een geautomatiseerde wijze bijhoudt, dienen voormelde gegevens verwijderd te zijn uit de kopieën gemaakt overeenkomstig artikel 315bis, WIB 92. Als de tandarts zo'n verwijdering niet zelf kan uitvoeren, kan hij handelen op advies van een fiscaal ambtenaar of beroep doen op zijn informaticus. In deze laatste hypothese is evenwel voorzien om de situatie vast te leggen door het onder verzegelde omslag plaatsen van een back-up van de nuttige gegevens. Deze enveloppe blijft in het bezit van de tandarts en wordt slechts geopend in aanwezigheid van de taxatieambtenaren en de informaticus van de belastingplichtige, belast met het filteren van de gegevens met betrekking tot de identiteit van de patiënten. Het betreft hier een methode die reeds gebruikt is in het kader van het sector onderzoek van gerechtsdeurwaarders.
De hier voorafgaande regels vrijwaren de eerbiediging van het medisch geheim.
In omstandigheden waar een tandarts meent zich toch te moeten beroepen op voornoemd geheim, verzoekt de administratie op basis van artikel 334, WIB 92, om tussenkomst van de territoriaal bevoegde tuchtoverheid opdat deze zou oordelen of, en gebeurlijk in welke mate, de vraag verzoenbaar is met de eerbiediging van het beroepsgeheim.