Parlementaire vraag nr. 1367 van de heer Didden van 08.05.1998

VRAAG 98/1367

Vraag nr. 1367 van de heer Didden dd. 08.05.1998


Bull. nr. 788, pag. 2796

Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 143, blz. 19683-19685

Motiveringsplicht.

VRAAG

Bij de bespreking van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen werd onder meer gesteld: "Sommige bestuursinstanties zullen wellicht niet applaudiseren als de motiveringsplicht ingevoerd wordt." Belastingplichtigen melden mij dat de administratie blijft weigeren te aanvaarden dat een bericht van wijziging, een aanslag van ambtswege of document 332 dienen gemotiveerd te worden. Hierdoor ontstaat een gevoel dat de belastingadministratie boven de wet is gesteld.

Nochtans hebben diverse rechtbanken (zelfs de Raad van State) herhaaldelijk aanslagen nietig verklaard omdat er niet of onvoldoende gemotiveerd werd in de artikelen 346 en 351 van het WIB 1992.

U heeft geantwoord op de vraag nr. 548 van 3 september 1996 van de heer Valkeniers dat de motivering duidelijk moet zijn en dat de arresten van het Hof van Cassatie als regel gelden (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1996-1997, nr. 68, blz. 9076).

Het Hof van Cassatie heeft nogmaals op 13 oktober 1997 duidelijk gesteld dat "wanneer de belastingplichtige van ambtswege werd aangeslagen (dit geldt ook voor een bericht van wijziging) hij het recht heeft de vernietiging van de aanslag na te streven door te bewijzen dat de administratie de belastbare grondslag willekeurig heeft vastgesteld, doordat zij een vergissing in rechte heeft begaan of gesteund heeft op onjuiste feiten of nog, uit juiste feiten gevolgtrekkingen heeft gehaald die deze feiten niet kunnen rechtvaardigen".

1. Bent u van mening dat een bericht van wijziging, een aanslag van ambtswege en document 332 beantwoorden aan de bepalingen inzake bestuurshandelingen?

2. Bestaat er wetgeving die duidelijk bepaalt dat een bericht van wijziging, een aanslag van ambtswege en document 332 niet dienen gemotiveerd te worden?

3. Welk artikel van het WIB 1992 stelt duidelijk dat de bovengenoemde wet van 29 juli 1991 niet van toepassing is?

4. Bent u van mening dat een motivering "voor de vorm alleen" de aanslag nietig maakt?

5. Bent u van mening dat een onvoldoende of niet-toereikende motivering of een gebrek aan enige motivering de aanslag nietig maakt?

ANTWOORD

Artikel 1 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen definieert die bestuurshandeling als de eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor een of meer bestuurden of voor een ander bestuur.

Wat de toepassing van de wet van 29 juli 1991 inzake het vestigen van de belastingen betreft, heeft de Administratie der directe belastingen om de volgende redenen steeds verdedigd dat de vraag om inlichtingen (document 332), het bericht van wijziging en de kennisgeving van aanslag van ambtswege niet aan die definitie beantwoorden:

  • de vraag om inlichtingen heeft enkel tot doel van de belastingplichtige inlichtingen te bekomen met het oog op het onderzoek van zijn fiscale toestand. Een dergelijke vraag beantwoordt niet aan de definitie van bestuurshandeling;
  • het bericht van wijziging beoogt slechts de belastingplichtige in kennis te stellen van de inkomsten en andere gegevens die de administratie voornemens is in de plaats te stellen van die welke zijn aangegeven of schriftelijk erkend, en de redenen op te geven die naar haar oordeel de wijziging rechtvaardigen. Aangezien het hier gaat om een voornemen, wordt derhalve gemeend dat er geen sprake kan zijn van een beslissing of een rechtshandeling die beoogt rechtsgevolgen te hebben;
  • een gelijkaardige redenering als voor het bericht van wijziging is van toepassing op de kennisgeving van aanslag van ambtswege.


In een arrest van 7 november 1996 heeft het hof van beroep te Brussel overigens gesteld dat artikel 3 van de wet van 29 juli 1991, dat verduidelijkt waaruit de opgelegde motivering bestaat, "slechts toepasselijk is op de bestuurshandelingen die aan een vernietigingsberoep van de Raad van State kunnen worden onderworpen, terwijl de regelmatigheid van een bericht van wijziging aan de controle van de directeur der belastingen en van het hof van beroep is onderworpen".

Anderzijds bepalen de artikelen 346 en 351 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) reeds zelf dat de redenen die de voorgestelde wijziging of aanslag van ambtswege verantwoorden, in het bericht of in de kennisgeving moeten zijn opgenomen. Het ontbreken van die motivering heeft binnen de regels van het WIB 1992 tot gevolg dat de aanslag die zou steunen op een ongemotiveerd bericht of kennisgeving, nietig is wegens schending van een procedureregel.

Ik wil tevens nog opmerken dat niet het WIB 1992 bepaalt wanneer de wet van 29 juli 1991 niet van toepassing is. Die wet bevat namelijk zelf een artikel 6 dat zegt dat die wet slechts van toepassing is op de bijzondere regelingen waarbij de uitdrukkelijke motivering van bepaalde bestuurshandelingen is voorgeschreven, in zoverre deze regelingen minder strenge verplichtingen opleggen dan die bepaald in de genoemde wet.