Parlementaire vraag nr. 727 van mevrouw Pieters van 12.04.2005

VRAAG 05/727
Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 098, blz. 17750-17752
Samenwerking tussen belastingdiensten en RIZIV - Medisch geheim - Verstrekkersprofielen
VRAAG
Naar verluidt wordt thans in het kader van sectoriële controles bij vrije medische beroepen met betrekking tot verschillende kalenderjaren, en dit voornamelijk voor geneesheren, door de belastingdiensten aan de informatiediensten van het RIZIV systematisch schriftelijk "verstrekkersprofielen" opgevraagd. Terzake rijzen daarbij evenwel de onderstaande algemene praktische vragen.
1.
a)
Mogen die "verstrekkersprofielen" uitgesplitst per nomenclatuur of per codenummer door de lokale AOIF-belastingdiensten van de klassieke diensten en/of van de controlecentra inderdaad stelselmatig "rechtstreeks" worden opgevraagd bij het RIZIV of mag dit veeleer slechts selectief en mits passende verantwoording gebeuren langs rangorde of langs hiërarchische weg door tussenkomst en met goedkeuring van de Centrale Diensten?
b)
Zo ja, op grond van al welke concrete wettelijke en/of reglementaire fiscale of parafiscale bepalingen is het RIZIV verplicht hieraan haar regelmatige of haar eerder uitzonderlijke medewerking te verlenen?
2. Werden hieromtrent voor alle betrokken ambtenaren of rijksdiensten reeds concrete administratieve richtlijnen of interne instructies uitgevaardigd?
3. Bestaat er terzake een officieel samenwerkingsprotocol ?
4. Werden of worden in dit verband zowel de belastingambtenaren als de ambtenaren van het RIZIV weldra gevoelig gesensibiliseerd?
5.
a)
Gaat het op fiscaal vlak desgevallend om onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal ingevolge schending van het medisch geheim en/of wegens het niet respecteren van hiërarchisch bindende voorschriften ?
b)
Zo neen, waarom niet?
6. Kan u, punt per punt, uw geactualiseerde algemene ziens- en handelwijze meedelen in het licht van zowel de wettelijke bepalingen van de artikelen 323, 327 en 337 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 als van alle deontologische regelen en de Code van geneeskundige plichtenleer?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 26.10.2005)
Het is juist dat met het oog op de controle van de door de zorgverstrekkers aangegeven inkomsten bepaalde plaatselijke taxatiediensten van de administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit het RIZIV verzoeken bepaalde "verstrekkersprofielen ", uitgesplist per nomenclatuurcode, mee te delen.
Bij mijn weten gaat het hier om punctuele vragen en niet zoals aan het geachte lid werd gemeld om systematische vragen kaderend binnen sectoriele onderzoeken.
Dergelijke vragen zijn gesteund op de bepalingen van artikel 327, §§ 1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, krachtens dewelke de openbare diensten, inrichtingen en instellingen er toe gehouden zijn, wanneer zij daartoe worden aangezocht door een ambtenaar belast met de vestiging of de invordering van de belastingen, hem alle inlichtingen of documenten mee te delen, welke de bedoelde ambtenaar voor de vestiging of de invordering van de door de Staat geheven belastingen nodig acht.
Niets verzet zich ertegen dat de bedoelde vragen rechtstreeks door een plaatselijke taxatiedienst worden geformuleerd, en het lijkt mij niet aangewezen voor de schrijven dat een voorafgaand akkoord van de Centrale diensten van de administratie in deze vereist is.
Eigenlijk kan er in deze niet gesproken worden van een officieel samenwerkingsprotocol. Dit gesteld, hebben, tijdens eesn vergadering gehouden tussen de vertegenwoordigers van het RIZIV en de ambtenaren van de administratie, voormelde vertegenwoordigers gemeld geen enkel beletsel te zien in het verstrekken van de gevraagde inlichtingen. Hieraan hebben ze evenwel nog toegevoegd dat het om nominatief aangeduide individuele gevallen moest gaan.
De aandacht wordt er op gevestigd dat de meegedeelde inlichtingen geen enkele verwijzing bevatten naar de identiteit van de patiënten, wat meteen de hypothese van een schending van het medisch geheim uitsluit.
De terzake door de administratie bekomen inlichtingen kunnen door haar geldig worden aangewend ter ondersteuning van de regularisatie van de fiscale toestand van de zorgverstrekker.