Parlementaire vraag nr. 1430 van mevrouw Pieters van 17.10.2006
VRAAG06/1430
Vraagnr. 1430 van mevrouw Pieters dd. 17.10.2006
Vr. en Antw., Kamer, 2006-2007, nr. 163, blz.31814-31816
Sportbeoefenaars en podiumkunstenaars - Fiscaal regime
VRAAG
De heffingsbevoegdheid over deberoepsinkomsten van professionele podiumartiesten ensportbeoefenaars wordt in beginsel toegewezen op basis van artikel 17 van het OESO-modelverdrag. Hierbij worden onbetwistbaar ondermeer prijzengelden, de publiciteits- en de sponsoropbrengstengeviseerd die rechtstreeks en/of onrechtstreeks betrekking hebbenop alle geleverde artiesten- en sportprestaties.
Ter zake rijzen evenwel de volgendealgemene praktijkvragen.
1. Geldt dat internationaalbelastingregime waarvan sprake in artikel 17 van hetOESO-modelverdrag eveneens voor het in België maandelijkstoegekende en/of uitbetaalde "vaste loon of salaris" onderworpenaan de RSZ, zodat het tevens proportioneel moet worden opgedeeld infunctie van de "plaats" en van de "tijdsduur" waarvan en wanneer debeoogde beroepsprestaties ook gedeeltelijk in het buitenland werdengeleverd?
2. Welke specifieke vermeldingendienen er daaromtrent eventueel enerzijds te worden aangebracht opde Belgische loonfiches nr. 281.10 of 281.30 en anderzijds inwelbepaalde gecodeerde rubrieken of vakken van hetaangifteformulier nr. 276.1, zodat de betrokken artiesten ensportbeoefenaars gedomicilieerd in België desgevallend meteen opeen correcte wijze in België slechts verhoudingsgewijze wordenbelast inzake personenbelasting?
3. Kunt u punt per punt uw huidigealgemene ziens- en handelwijze meedelen in het licht van debepalingen van artikel 155 van het Wetboek van deInkomstenbelastingen 1992 en inzonderheid van de artikelen 16 of 17van de internationale en bilaterale overeenkomsten tot hetvermijden van dubbele belasting gestoeld op meergenoemdOESO-modelverdrag?
ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën,17.04.2007)
1. Ik kan het geachte lid meedelen dathet in België maandelijks toegekende en/of uitbetaalde "vaste loonof salaris" overeenkomstig artikel 17 van het OESO-modelverdragbelastbaar is in de Staat waar de prestaties werden geleverd voordat gedeelte van het salaris dat overeenstemt met zijn prestatiedie in het buitenland wordt uitgeoefend.
Het voor de prestaties in hetbuitenland toe te rekenen bedrag van het salaris zal in de praktijknormaliter bepaald moeten worden op basis van deevenredigheidsregel, dit wil zeggen in de verhouding van de door debetrokkene als sportman of artiest in het buitenland gepresteerdedagen tot het totaal aantal werkdagen waarop het jaarsalarisbetrekking heeft. Een circulaire over artikel 17 van hetOESO-modelverdrag die ondermeer dit onderwerp uitvoerig bespreekt, zal binnenkort verschijnen.
2. Het vast maandsalaris van in Belgiëgedomicilieerde sportbeoefenaars en podiumkunstenaars moet op eenindividuele fiche 281.10 en de ermede overeenstemmendesamenvattende opgave 325.10 worden opgenomen, ook indien eengedeelte ervan krachtens een overeenkomst tot voorkoming vandubbele belasting zou zijn vrijgesteld.
De bewijsstukken die de verkrijgersvan vrijgestelde inkomsten aan de schuldenaar van de inkomstenhebben moeten overhandigen om de inhouding van debedrijfsvoorheffing te vermijden, moeten bij de samenvattendeopgave worden gevoegd.
In de kolom "Opmerkingen" van desamenvattende opgave wordt dan verwezen naar de documenten diewerden bijgevoegd om de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing terechtvaardigen.
Wat betreft de aangifte in depersonenbelasting, moet het volledige bedrag van demaandbezoldigingen van de sportbeoefenaars en podiumkunstenaars inde rubriek A ("Gewone bezoldigingen") van vak IV wordenvermeld.
Het gedeelte daarvan dat kan wordengeacht van buitenlandse oorsprong te zijn omdat het een in hetbuitenland uitgeoefende werkzaamheid vergoedt, wordt vervolgensherhaald in rubriek L ("Inkomsten of kosten van buitenlandseoorsprong") van hetzelfde vak.
Uit de aangifte kan echter nietautomatisch worden afgeleid dat op die inkomsten in België eenvrijstelling van toepassing is. Belastingplichtigen die doortoepassing van een bepaling van een dubbelbelastingverdrag eenvrijstelling van een gedeelte van hun inkomsten wensen te bekomen, moeten het bewijs leveren dat de voorwaarden verbonden aan dievrijstelling vervuld zijn. Die belastingplichtigen wordt derhalveaangeraden om uitdrukkelijk een gemotiveerd verzoek te doen in eenbijlage bij de aangifte. Voormelde bepalingen en onderrichtingenzijn opgenomen in het jaarlijkse "Bericht aan de werkgevers en aande andere schuldenaars van aan de bedrijfsvoorheffing onderworpeninkomsten met betrekking tot de opmaak van de individuele fiche281.10 en de samenvattende opgave 325.10, de Toelichting bij deelvan de aangifte in de personenbelasting en in de administratievecirculaire nr. Ci.R9.Div./577 956 van 11 mei 2006. Die documentenkunnen alle op de website van de FOD Financiën wordengeraadpleegd.
3. Wat betreft uw derde vraag, kan iku meedelen dat de algemene regels ter vermijding van dubbelebelasting, zoals bepaald in artikel 23 van het OESO-modelverdrag, van toepassing zijn.
