Parlementaire vraag nr. 213 van de heer Hazette van 11.09.1992

VRAAG 92/213
Bull. nr. 725, blz. 605
Forfaitaire grondslag van aanslag - Landbouwer - Verificatie van de aangifte - Bevoegde ambtenaar - Vraag om inlichtingen
VRAAG
Sommige controlediensten van de belastingen richten naar verluidt gedetailleerde vragenlijsten aan de landbouwers die voor het forfaitair taxatiestelsel hebben geopteerd.
Zo moet de landbouwer alle verkoopoperaties vanuit de boerderij die de inkomsten van 1989/1990 vormen, opgeven, alsook de gebruikte investeringen, de vastgoedoperaties, de inkomsten kindergeld of studietoelagen, de vergoedingen, renten, erfenissen, ontvangen giften, interesten of huurgeld.
De landbouwer moet voor de referentiejaren voorts nog de volgende inlichtingen verschaffen : de hoeveelheid baar geld waarover hij beschikt, de toestand van zijn voorraden, de schuldvorderingen op korte termijn, de bedragen die op zowel professionele als persoonlijke financiële rekeningen staan, diezelfde bedragen op de rekeningen van de echtgenote en zijn kinderen, de staat van zijn depositorekeningen, spaarrekeningen, kasbons, effecten, enzovoort.
1. Op grond van welke bepalingen mag de administratie tot dergelijke investigaties overgaan ?
2. Vloeit die vragenlijst voort uit de overdreven ijver van een ambtenaar of gaat de administratie met die werkwijze akkoord ?
3. Is een dergelijke investigatie verenigbaar met de forfaitaire taxatie ?
4. Welke sancties riskeren de landbouwers die weigeren zich aan die fiscale inquisitie te onderwerpen ?
5. Welk gebruik zal worden gemaakt van de antwoorden op die vragenlijst ?
ANTWOORD
1. De bepalingen van artikel 316 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) laten toe van de belastingplichtige alle inlichtingen te vorderen met het oog op het onderzoek van zijn belastingtoestand.
De toepasselijke administratieve onderrichtingen dienaangaande bepalen evenwel onder meer dat :
  • de Administratie van de directe belastingen slechts een goed overwogen en gematigd gebruik mag maken van de bevoegdheid die haar werd verleend;
  • de gepastheid van het vragen van bepaalde inlichtingen moet worden beoordeeld in het licht van de feitelijke omstandigheden van elk geval; aldus moeten de vragenlijsten aan elke omstandigheid worden aangepast en dient het versturen van algemene vragenlijsten te worden vermeden.
De met het toezicht op de taxatiediensten belaste ambtenaren moeten in het kader van hun opdracht onder meer toezien op de correcte en eenvormige toepassing van deze wettelijke en administratieve bepalingen en daar waar het nodig is tussenkomen om de ter zake gemelde tekortkomingen of vergissingen te doen rechtzetten.
2. Mijn aandacht werd gevestigd op de bijzondere ijver van een ambtenaar in een streek van de provincie Namen die zou verklaard hebben "het vel van de landbouwers te willen hebben". Indien het geacht lid mij andere gevallen zou signaleren, zal ik vanzelfsprekend een onderzoek doen instellen.
3. Het bestaan van forfaitaire grondslagen van aanslag ontneemt de administratie niet het recht van onderzoek dat haar door het WIB 1992 wordt verleend.
In ieder geval heb ik de administratie verzocht eraan te herinneren dat de forfaitaire regeling ter zake niet systematisch door de taxatieambtenaar mag worden verworpen.
4. Het gebrek aan antwoord op een vraag om inlichtingen kan, in voorkomend geval, worden bestraft met een in artikel 445 van het WIB 1992 bepaalde administratieve boete.
5. De ingewonnen inlichtingen zullen de taxatieambtenaar in staat stellen de belastingtoestand van de belastingplichtigen te verifiëren en indien nodig hun belastbare inkomsten vast te stellen door gebruik te maken van een van de in de artikelen 339 en volgende van het WIB 1992 bepaalde bewijsmiddelen.