Parlementaire vraag nr. 1014 van de heer Hendrickx van 28.05.2002

VRAAG 02/1014
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 151, blz. 19291-19292
Bull. nr. 836, pag. 1120-1122
Onderzoek en controle - Voorlegging boeken en bescheiden - Zonder verplaatsing
VRAAG
1. Bent u de mening toegedaan dat indien de correspondent toch fotokopieën wenst te krijgen hij eerst de toelating moet krijgen van de belastingplichtige en daarna zelf met eigen materiaal en op eigen kosten deze eigenhandig dient te maken op de plaats van de zetel of domicilie van de belastingplichtige zoals geëist wordt door de correspondent?
2. Bent u de mening toegedaan dat geen enkel document of geen enkel kopie mag meegenomen worden zonder het overhandigen van een gedetailleerde ondertekend proces-verbaal aan de belastingplichtige?
3. Bent u de mening toegedaan dat elke overtreding door de correspondent tot gevolg heeft de nietigheid van de aanslag die hierop volgt?
4. Bent u de mening toegedaan dat een overtreding van de Grondwet een zwaardere overtreding is dan een overtreding van de fiscale wetten?
5. Bent u de mening toegedaan dat indien de belastingplichtige zelf deze kopieën neemt de correspondent deze kopieën dient te betalen in overeenstemming met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en volgens de overeengekomen prijs?
6. Bent u de mening toegedaan dat zolang de correspondent de prijs voor de fotokopieën niet heeft vereffend hij geen gebruik mag maken van deze kopieën?
7. Welke procedure en vergoedingen staan er ter beschikking van de belastingplichtigen indien de correspondent in overtreding is met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en niet overgegaan is tot de betaling van de kopieën zoals geëist door de belastingplichtigen ?
8. Welke artikelen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 die van openbare orde zijn en dus van strikte toepassing, geven de correspondent het recht om kopieën te eisen zonder betaling?
ANTWOORD (07.01.2003)
Met betrekking tot de door het geachte lid gestelde vragen zijn inzake inkomstenbelastingen de bepalingen van de artikelen 315 en 315bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) van essentieel belang.
Op grond van artikel 315, WIB 1992, kan de belastingplichtige enkel worden verzocht zijn boeken en bescheiden die noodzakelijk zijn om het bedrag van zijn belastbare inkomsten te bepalen "zonder verplaatsing" over te leggen. De aanslagambtenaren zijn dus niet gemachtigd te eisen dat de boeken en bescheiden of kopies ervan naar de kantoren van de administratie zouden worden gebracht of, a fortiori, dat ze er eenvoudig zouden worden afgegeven met het oog op een latere bespreking.
Overeenkomstig artikel 315bis, WIB 1992, zijn de natuurlijke personen en rechtspersonen die een beroep doen op een computersysteem om de boeken en bescheiden waarvan de voorlegging is voorgeschreven door artikel 315, geheel of ten dele, te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren, verplicht, op verzoek van de administratie, ter plaatse, de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook de informatiedragers en alle gegevens die zij bevatten, ter inzage voor te leggen.
De op de informatiedragers geplaatste gegevens moeten in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage worden voorgelegd.
Wanneer de administratie hen erom verzoekt, zijn de in het eerste lid van dit artikel bedoelde personen verplicht op hun uitrusting en in bijzijn van de ambtenaren van de administratie, kopies te maken in de door die ambtenaren gewenste vorm van het geheel of een deel van voormelde gegevens, alsook de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om het bedrag van de belastbare inkomsten te bepalen.