Parlementaire vraag nr. 461 van de heer Capoen van 26.07.1993
VRAAG 93/461
Bull. nr. 733, blz. 3548
Openbare kerkelijke instellling - Belastingstelsel - Rechtspersonenbelasting - Grondslag - Rechtspersoon onderworpen aan de RPB
VRAAG
In recente onderrichtingen uitgaande van bepaalde beroepsverenigingen wordt voorgehouden dat kerkfabrieken niet meer verplicht zijn tot het indienen van de aangiften 276.5 inzake rechtspersonenbelasting.
Daar precieze administratieve richtlijnen hieromtrent blijkbaar ontbreken, zou ik willen vernemen of deze informatie juist is.
Kan u mij in bevestigend geval mededelen welke instellingen, verenigingen, enz. verder verplicht zijn tot het indienen van de aangiften 276.5 en door welke wetswijzigingen sommige belastingplichtigen ervan ontslagen zijn ?
ANTWOORD
Ingevolge de wet van 17 januari 1990 tot wijziging van artikelen 136 en 137 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (thans de artikelen 220 tot 224 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992), worden de openbare kerkelijke instellingen (onder andere kerkfabrieken) voor de toepassing van de rechtspersonenbelastingen, gelijkgesteld met de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten, de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de intercommunale openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
De voormelde rechtspersonen zijn enkel belastbaar op de in artikel 221 van het laatstgenoemde wetboek bedoelde inkomsten, waarvoor de belasting gelijk is aan de onroerende en roerende voorheffing, en zijn er derhalve van ontslagen een aangifteformulier nr. 276.5 te onderschrijven.
Ter zake werden de nodige richtlijnen verstrekt in de administratieve circulaires van 16 april 1991 nr. Ci.RH.51/423.818 en 1 maart 1993 nr. Ci.RH.51/447.302, die werden gepubliceerd in respectievelijk de nrs. 706 en 726 van het Bulletin der belastingen.
Bron: FisconetPlus
