Parlementaire vraag nr. 1348 van de heer Duquesne van 29.04.1998
VRAAG 98/1348
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 134, blz. 18601-18602
Bull. nr. 785, pag. 1980
Buitenlandse inkomsten. - Belastingberekening.
VRAAG
In het Belgisch Staatsblad van 11 februari 1998 is de tekst verschenen van een arrest van het Arbitragehof betreffende de berekening van de inkomstenbelasting voor gehuwden, in het bijzonder wanneer een van hen beroepsinkomsten van buitenlandse oorsprong geniet waarvoor een clausule van progressievoorbehoud geldt.
Voorheen voegde de fiscale administratie de vrijgestelde buitenlandse inkomsten en de Belgische inkomsten samen om het op de inkomsten van Belgische oorsprong toe te passen belastingtarief te berekenen. Het gevolg was dat de Belgische inkomsten aan een heel hoge aanslag werden onderworpen.
Het Arbitragehof houdt rekening met het nieuwe standpunt van de administratie dat de bewoordingen "het geheel van de inkomsten" van artikel 155 van het WIB 1992 niet meer interpreteert als de totale inkomsten van beide echtgenoten, maar als de inkomsten van de belastingplichtige die beroepsinkomsten in het buitenland heeft gehad die in België van belasting zijn vrijgesteld.
Om de berekening van de inkomstenbelasting voor de betrokken aanslagjaren te laten regulariseren moeten de betrokken belastingplichtigen een officieel bezwaarschrift bij de gewestelijke directeur van de directe belastingen indienen en de bepalingen van voornoemd arrest aanvoeren.
Is het niet logischer en billijker dat de administratie haar nieuw standpunt ambtshalve toepast voor de aanslagjaren waarvoor nog geen beroep mogelijk is, aangezien de belastingplichtigen niet voor die situatie verantwoordelijk zijn?
ANTWOORD
De administratie onderzoekt thans de gevolgen van een aantal recente arresten inzake de berekening van. de personenbelasting.
In afwachting van de resultaten van dat onderzoek blijft de huidige berekeningswijze verder van toepassing.
Bron: FisconetPlus
