Parlementaire vraag nr. 432 van de heer Hendrik Bogaert van 26.06.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/025 d.d. 27.08.2020, blz. 174

Aangifte rechtspersonenbelasting bij vzw in vereffening.

VRAAG (van de heer Hendrik Bogaert)

Verenigingen zonder winstoogmerk en andere ondernemingen die aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn moeten, net als alle andere belastingplichtigen, jaarlijks een fiscale aangifte indienen. Volgens de beschikbare gegeven stel ik vast dat er onduidelijkheid bestaat over de aangifte van verenigingen die besloten hebben zich te ontbinden, of waarvoor de ontbinding werd uitgesproken en zich in vereffening bevinden. Op de website van de FOD Financiën, bij de vragen met betrekking tot de aangifte in de rechtspersonenbelasting, staat als antwoord op de vraag "Mijn vzw is niet meer actief. Moet ik een aangifte indienen?" te lezen "Heeft uw vzw geen activiteit meer, dan kunt u best ontbinden. U bent ertoe gehouden om een laatste aangifte in de rechtspersonenbelasting in te dienen binnen de zes maand van de ontbinding zonder vereffening of van de afsluiting van de vereffening van uw vereniging". Daar er sprake is van een laatste aangifte in de rechtspersonenbelasting kan men hieruit afleiden dat een vzw na de beslissing tot ontbinding nog slechts een aangifte in de rechtspersonenbelasting moet indienen en dit dient te gebeuren zes maand na de beslissing van ontbinding. Dit is echter in tegenstrijd met de administratieve richtlijn opgenomen in nr. 305/38. Hierin lezen we immers dat voor de vzw's in vereffening, net als bij de vennootschappen, er een verplichting is om jaarlijks, en dit tot het sluiten van de vereffening, een aangifte moet ingediend worden. Daar de belastbare periode in de rechtspersonenbelasting samen valt met het kalenderjaar, gaan we, op basis van de omschrijving in de administratieve richtlijn, er derhalve van uit dat eenmaal de beslissing tot ontbinding van de vereniging is genomen, de vereniging in vereffening jaarlijks een aangifte moet indienen dat de situatie weergeeft voor de voorbije belastbare periode, zijnde het voorbije kalenderjaar. Maar stel een vzw, die een boekhouding voert waarbij het boekjaar samenvalt met het kalenderjaar, beslist op 31 mei 2020 tot ontbinding. Volgens de bepalingen op de website moet de vereniging binnen de zes maand na de beslissing tot ontbinding een aangifte in de rechtspersonenbelasting indienen, dus uiterlijk op 30 november 2020. 1. Omvat deze aangifte dan de periode 1 januari tot 31 mei 2020? 2. Volgens de bepalingen van de administratieve richtlijn moet vervolgens jaarlijks, en dit tot sluiting van de vereffening, een fiscale aangifte worden ingediend. Voor wat betreft 2020 omvat de aangifte in de rechtspersonenbelasting dan het volledig kalenderjaar 2020 of enkel de periode 1 juni 2020 tot 31 december 2020? 3. Stel dat op 21 juni 2021 de vereffening wordt afgesloten. Moet er bij de afsluiting van de vereffening opnieuw een aangifte worden ingediend? Omvat deze aangifte dan de periode 1 januari 2021 tot 21 juni 2021? 4. Zou men tot een ander antwoord komen indien de vereniging een boekhouding voert waarvan het boekjaar niet samenvalt met het kalenderjaar?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

De beslissing tot ontbinding van een aan de rechtspersonenbelasting onderworpen vzw heeft geen bijkomende aangifteplicht tot gevolg: een vzw in vereffening blijft tot het sluiten van de vereffening verplicht om jaarlijks een aangifte in de rechtspersonenbelasting in te dienen. Meer bepaald wanneer de datum van ontbinding van een aan de rechtspersonenbelasting onderworpen vzw en de datum van afsluiting van de vereffening van deze laatste niet samenvallen, dient de vzw in vereffening geen aangifte in te dienen voor het lopende belastbaar tijdperk van 1 januari tot de datum van ontbinding. Zoals hierboven aangegeven, behoudt zij, zolang de vereffening niet wordt gesloten, de verplichting om haar jaarlijkse aangifte in te dienen alsof de ontbinding niet heeft plaatsgevonden. Bij de sluiting van de vereffening dient de vzw nog een laatste aangifte in de rechtspersonenbelasting in te dienen voor het lopende belastbare tijdperk dat loopt van 1 januari tot de datum van de sluiting van de vereffening. Deze aangifte dient binnen de zes maanden na de sluiting van de vereffening worden ingediend. Toegepast op het door u aangehaalde voorbeeld betekent dit dat: - bij beslissing tot ontbinding van de vzw op 31 mei 2020 er voor het lopende belastbare tijdperk van 1 januari tot 31 mei 2020 geen aangifte moet worden ingediend. De belastbare inkomsten met betrekking tot deze periode worden opgenomen in de aangifte in de rechtspersonenbelasting voor aanslagjaar 2021 met belastbaar tijdperk van 1 januari tot en met 31 december 2020; - bij sluiting van de vereffening op 21 juni 2021 moet een aangifte ingediend worden voor het lopende belastbare tijdperk van 1 januari tot en met 21 juni 2021. Deze aangifte dient te worden ingediend binnen de zes maanden na 21 juni 2021. Anderzijds moet, wanneer de ontbinding van een aan de rechtspersonenbelasting onderworpen vzw en de sluiting van de vereffening van laatstgenoemde op dezelfde dag plaatsvinden, een aangifte worden ingediend in de rechtspersonenbelasting voor het lopende belastbare tijdperk van 1 januari tot de datum van sluiting van de vereffening. Deze aangifte moet binnen zes maanden na deze datum worden ingediend. Voormelde antwoorden zijn van toepassing ongeacht of de boekhouding al dan niet per kalenderjaar wordt gevoerd.