Parlementaire vraag nr. 57 van de heer Dirk Van der Maelen van 08.12.2009

Parlementaire vraag nr. 57 van de heer Dirk Van der Maelen dd. 08.12.2009

Vennootschapsbelasting

Notionele interestaftrek

Meerwaarde

Aftrek voor risicokapitaal

Voorwaarde van de aftrek voor risicokapitaal

Ontbinding van vennootschappen

Vereffening

Belastbare grondslag

Belastbare grondslag in de Ven.B

Netto-inkomen

VRAAG

Dat vennootschappen welke besloten hebben om in liquidatie te gaan genieten van de notionele intrestaftrek vinden sommigen voor discussie vatbaar: deze ondernemingen hebben immers te kennen gegeven dat zij hun economische activiteit zullen stopzetten. Ik vind het niet verdedigbaar dat deze ondernemingen die dikwijls grote meerwaarden realiseren ingevolge verkoop van gebouwen en dergelijke meer ook deze geheel of gedeeltelijk kunnen vrijstellen van vennootschapsbelasting door toepassing van de notionele intrestaftrek. Als de vennoten reeds gelden voorschotten krijgen toegekend, worden deze ingevolge een recente wijziging aan de wetgeving op de jaarrekening geboekt op de rekening 19 "voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief". Deze rekening maakt deel uit van het eigen vermogen, welke de basis vormt van de berekeningsbasis van de notionele intrestaftrek. Deze rekening 19 wordt niet uit de berekeningsbasis voor deze aftrek gehaald. Ik vind dit onaanvaardbaar aangezien de gelden niet meer ter beschikking staan van de vennootschap.

Bent u het met mij eens :

1. dat vennootschappen welke in liquidatie worden gesteld moeten uitgesloten worden van het voordeel van de notionele intrestaftrek;

2. dat de bedragen vermeld op de rekening 19 uit de berekeningsbasis van de notionele intrestaftrek dienen geweerd?

ANTWOORD (van de heer Reynders, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)

Overeenkomstig artikel 208 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) blijven vennootschappen in vereffening aan de vennootschapsbelasting onderworpen volgens de bepalingen van de artikelen 183 tot 207, WIB 92. Aldus kunnen binnenlandse vennootschappen na ontbinding verder de toepassing vragen van de aftrek voor risicokapitaal. Het eigen vermogen stemt overeen met de rubrieken kapitaal, uitgiftepremies, herwaarderingsmeerwaarden, reserves, overgedragen winst (verlies), kapitaalsubsidies en voorschotten aan de vennoten op de verdeling van het netto -actief. In tegenstelling tot waar het geachte Lid schijnt van uit te gaan wordt het voorschot aan de vennoten of aan de aandeelhouders op de verdeling van het netto -actief in mindering gebracht van de berekeningsbasis van het risicokapitaal van het belastbare tijdperk. In dat geval moet toepassing worden gemaakt van artikel 205ter, § 6, WIB 92.