Parlementaire vraag nr. 87 van mevrouw Pieters van 06.11.2003

VRAAG 03/087
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 23, blz. 3504-3508
De Fiscale Koerier 2004/449
Vooruitbetaalde huur - Herkwalificatie van huur tot bezoldiging - Bedrijfsleiders - Revalorisatiecoëfficiënt
VRAAG
Luidens de nrs. 13/5, 6°, en 275/143.3 van het administratief commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 mag wanneer de huur voor meerdere jaren wordt vooruitbetaald en dit mits schriftelijk en onherroepelijk akkoord van de belastingplichtige, het bedrag van die "vooruitbetaalde" huur blijkbaar worden verdeeld over de gehele periode waarop de betaling betrekking heeft. Dit administratief akkoord wordt in het permanent dossier geplaatst.
Daarnaast stellen de wettelijke bepalingen van artikel 32, derde lid, van het WIB 1992 dat de huur, en dus blijkbaar ook de "vooruitbetaalde" huur in bepaalde gevallen moet worden geherkwalificeerd tot een bezoldiging van bedrijfsleider in de zin van artikel 30, 2°, WIB 1992 (zie Com.IB nr. 32/34).
In de praktijk rijzen terzake de volgende algemene vragen.
1. Welke taxatiedienst (vennootschapscontrole of controle natuurlijke personen), controlecentrum, beheerdienst of centraal taxatiekantoor dient die bewuste administratieve onherroepelijke akkoordverklaring op te stellen en in wiens permanent fiscaal dossier moet dit document blijvend worden gerangschikt (vennootschap of verhuurder)?
2.
a) Moet die volledige "vooruitbetaalde" huur slechts eenmalig worden geherkwalificeerd of moet die herkwalificering eveneens over de gehele tijd van de huurperiode (maandelijks) worden gespreid, rekening houdende met het feit dat de verhuurder zijn hoedanigheid van bedrijfsleider in de toekomst mogelijk kan verliezen en met het feit van de jaarlijks stijgende evolutie van de revalorisatiecoëfficie ¨nten?
b) Geldt terzake het grondwettelijk beginsel van de annualiteit van de belastingen?
c) Is het maand- en/of jaargedeelte van die "voorafbetaalde " huurprijzen en van die huurvoordelen dat als een te herkwalificeren inkomen moet worden aangemerkt, voor elk betrokken belastbare tijdperk telkens blijvend wettelijk en gelijktijdig belastbaar in de personenbelasting en in de bedrijfsvoorheffing?
3. Op welk precies ogenblik is er hier jaarlijks, maandelijks of eenmalig sprake van een toekenning en/of een betaalbaarstelling van een beroepsinkomen beoordeeld in het licht van de bepalingen van artikel 360 WIB 1992 en van de artikelen 204, 3°, KB/WIB 1992?
Vermits die in eenmaal "voorafbetaalde" huur in principe nooit in andere daaropvolgende kalenderjaren nogmaals kan zijn toegekend, kan er uit zuiver juridisch oogpunt nimmer sprake zijn van achtereenvolgende betaalbaarstellingen en/of toekenningen zowel inzake belastbaarheid in de personenbelasting als in de bedrijfsvoorheffing.
4.
a) Aan welke verschillende belastbare tijdperken dient die gespreide of verdeelde vooruitbetaalde "geherkwalificeerde" huur telkens te worden toegewezen en op grond van welke juridische en/of feitelijke overwegingen dient die jaarlijkse of maandelijkse toewijzing te gebeuren?
b) Welke normaliter jaarlijks stijgende revalorisatiecoe ¨fficiënt moet er eenmalig of jaarlijks keer op keer opnieuw worden gehanteerd (zie artikel 13 WIB 1992 en artikel 1 KB/WIB 1992)?
5. In welke mate en op welke wijze moet een eventuele dubbele belasting van het jaarlijks aan te geven ge ı¨ndexeerd kadastraal inkomen (zie artikel 7, § 1, 2°, WIB 1992) in één of meerdere jaren te worden vermeden of ontheven?
6. Hoe dient de herkwalificering te geschieden in geval van toepassing van artikel 7, § 2, WIB 1992?
7. Welke specifieke wettelijke en/of reglementaire bepalingen inzake bedrijfsvoorheffing zijn er thans toepasselijk op die eenmalig of jaarlijks tot beroepsinkomen geherkwalificeerde "voorafbetaalde" huur?
8. Kan u uw huidige algemene, rechtlijnige praktische ziens- en handelwijze meedelen in de grondwettelijke wetenschap dat de directe belastingen uitsluitend bij wet van openbare orde worden vastgesteld en niet bij middel van overeenkomsten?
ANTWOORD (minister van Financiën, 05.03.2004)
Het geachte lid gelieve hierna de antwoorden te vinden op de door haar gestelde vragen met betrekking tot de vooruitbetaalde huur en huurvoordelen van gebouwde onroerende goederen die met toepassing van artikel 32, tweede lid, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), als bezoldigingen van bedrijfsleiders moeten worden aangemerkt.
Wanneer een huurvoordeel bestaat in een éénmaal door de huurder gedane uitgave moet het bedrag ervan voor de bepaling van het belastbare inkomen van het onroerend goed overeenkomstig artikel 7, § 2, WIB 1992, over de gehele duur van de huurovereenkomst worden verdeeld. Wanneer de huurovereenkomst van onbepaalde duur is of wanneer er geen geschreven huurovereenkomst bestaat, wordt de éénmalige uitgave over drie jaar verdeeld. Hetzelfde geldt voor de vaststelling van het gedeelte van de huur dat overeenkomstig artikel 32, tweede lid, 3°, WIB 1992 als een beroepsinkomen moet worden aangemerkt. Voor de herkwalificatie tot beroepsinkomen moet de huur bijgevolg over de gehele duur van de huurovereenkomst worden verdeeld of over drie jaar indien het een huurovereenkomst van onbepaalde duur betreft of indien er geen geschreven huurovereenkomst bestaat.
Wanneer de huur voor meerdere jaren wordt vooruitbetaald wordt deze huur in principe als een inkomen van onroerende goederen belast in het jaar waarin de huur wordt verkregen. De administratie aanvaardt echter dat het bedrag van de vooruitbetaalde huur over de gehele periode waarop de betaling betrekking heeft mag worden verdeeld met het schriftelijk en onherroepelijk akkoord van de belastingplichtige (zie nr. 13/5, 6°, van de administratieve commentaar op het WIB 1992). Dit schriftelijk en onherroepelijk akkoord moet worden ondertekend door de verhuurder en wordt in zijn permanent dossier gerangschikt. Hetzelfde geldt voor de vaststelling van het gedeelte van de huur dat overeenkomstig artikel 32, tweede lid, 3°, WIB 1992 als een beroepsinkomen moet worden aangemerkt (zie nr. 32/34 van de administratieve commentaar op het WIB 1992). Voor de herkwalificatie tot beroepsinkomen mag de huur bijgevolg over de gehele duur van de huurovereenkomst worden verdeeld mits het schriftelijk en onherroepelijk akkoord van de belastingplichtige-verhuurder.
Die verdeling geschiedt per belastbaar tijdperk voor de toepassing van de personenbelasting of de belasting niet-inwoners/natuurlijke personen. Voor de vaststelling van de huur die per belastbaar tijdperk tot beroepsinkomen wordt geherkwalificeerd moet, enerzijds rekening worden gehouden met de revalorisatiecoe ¨fficiënt die voor dat belastbaar tijdperk van toepassing is en, anderzijds, met de hoedanigheid van de verhuurder. In geval de eigenaar van een aan de vennootschap verhuurd onroerend goed, in de loop van het huurcontract ophoudt bedrijfsleider te zijn in die vennootschap geldt de herkwalificatie van huurinkomsten tot beroepsinkomen bijgevolg alleen voor de periode waarin de eigenaar werkelijk als bedrijfsleider wordt beschouwd (zie nr. 32/37 van de administratieve commentaar op het WIB 1992).
Enkel het gedeelte van de vooruitbetaalde huur en huurvoordelen dat op het eerste van de betrokken jaren betrekking heeft, is aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen. Dat gedeelte wordt voor de toepassing van de bedrijfsvoorheffing beschouwd als een inkomen van de maand waarin de huur vooruit is betaald of de huurvoordelen zijn toegekend. Dat gedeelte moet overeenkomstig nr. 49 van de toepassingsregels opgenomen in bijlage III van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 1992, zoals vervangen door het koninklijk besluit van 15 december 2003 (Belgisch Staatsblad van 23 december 2003 - 2e editie) aan de bedrijfsvoorheffing worden onderworpen als een nietperiodieke bezoldiging. Terzake kan ik u verwijzen naar de administratieve circulaires Ci.D.19/444.905, 11e aflevering van 4 mei 1993 en Ci.RH.244/454.149 van 24 december 1993 en de nrs. 275/143.1 tot 143.3 van de administratieve commentaar op het WIB 1992 die kunnen worden geraadpleegd op de fiscale gegevensbank Fisconet (www.fisconet.fgov.be).
Overeenkomstig artikel 7, § 1, 2°, c), WIB 1992 mag het belastbare inkomen van een aan een vennootschap verhuurd gebouwd onroerend goed niet lager zijn dan het kadastraal inkomen verhoogd met 40%. Het al dan niet opteren voor de verdeling van de vooruitbetaalde huur over meerdere jaren heeft daarop geen invloed.