Parlementaire vraag nr. 552 van de heer Van der Maelen van 06.12.2004

VRAAG 04/552

Vraag nr. 552 van de heer Van der Maelen dd. 06.12.2004


Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 080, blz. 13412

Taxatie op grond van tekenen en indiciën - Kosten van levensonderhoud - Leefloon

VRAAG

Bij een taxatie op grond van tekenen en indiciën moet, wat betreft de kosten van levensonderhoud, in principe elke uitgave in acht worden genomen: huur, verwarming, elektriciteit, waterverbruik, telefoon, enzovoort. In de praktijk blijkt dit echter geen sinecure.

Een oplossing bestaat er in om als absolute minimum voor de kosten van levensonderhoud het bestaansminimum te nemen, zoals dat bepaald is door de OCMW-wetgeving, waarbij de belastingplichtige alsnog het tegenbewijs kan leveren.

Er bestaat ook reeds heel wat rechtspraak die deze praktijk aanvaardt (Luik 20 februari 2002; Luik 11 oktober 2001; Brussel 29 juni 2001; Luik 9 oktober 1998, enzovoort).

Bent u bereid om aan de administratie een circulaire te richten die deze praktijk bevestigt?

ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 23.05.2005)

De rechtspraak laat inderdaad toe dat de administratie voor het ramen van de gezinsuitgaven van een belastingplichtige kan steunen op de bepalingen van de OCMW-wetgeving inzake het leefloon.

Dit is echter slechts één van de wijzen waarop de gezinsuitgaven kunnen worden bepaald. De waardering van het bedrag kan ook gebeuren door rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden waarin de belastingplichtige leeft en met de uitgaven die hij heeft gedaan.

De commentaar op artikel 341 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 zal eerlang ter zake worden bijgewerkt.