Parlementaire vraag nr. 685 van de heer Joseph George van 20.12.2013
Parlementaire vraag nr. 685 van de heer Joseph George dd. 20.12.2013
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/145 dd. 27.01.2014, blz. 487
Aftrek voor risicokapitaal
VRAAG
Op woensdag 4 december 2013 meldde de krant Le Soir dat de Belgische Staat door de notionele-intrestaftrek (of aftrek voor risicokapitaal) voor het aanslagjaar 2011 6,16 miljard euro is misgelopen. De krant baseert zich daarvoor op de door de FOD Financiën opgestelde Inventaris van de vrijstellingen, aftrekken en verminderingen die de ontvangsten van de Staat beïnvloeden. Een en ander komt overeen met een stijging van bijna 800 miljoen euro ten opzichte van 2011. De voornoemde cijfers houden evenwel geen rekening met later doorgevoerde verlagingen van het tarief van de notionele-intrestaftrek (3 procent in 2012 en 2,7 procent in 2013). De notionele-intrestaftrekregeling komt vandaag vooral multinationals ten goede (Arcelor Mittal bijvoorbeeld heeft tussen 2008 en 2011 op die manier van de 5,8 miljard euro winst die het bedrijf maakte 5,6 miljard euro kunnen aftrekken). Kmo's kunnen daarentegen uit de regeling veel minder profijt halen, terwijl zij toch welvaart en jobs creëren. Er dient ook te worden benadrukt dat de OESO, waar België lid van is, in juli 2013 een actieplan op poten heeft gezet tegen grondslaguitholling en winstverschuivingen door multinationals. Dat plan heeft in hoofdzaak tot doel de strijd aan te binden tegen de landen die op het internationale niveau het fiscale evenwicht verstoren en een billijke belastinginning bemoeilijken door de bijzondere regels die in hun belastingstelsels gelden. 1. Moet volgens u de notionele-intrestaftrekregeling worden behouden, ondanks de gevolgen die ze vandaag meebrengt en hoewel de OESO de lidstaten aanbeveelt ten strijde te trekken tegen grondslaguitholling en winstverschuivingen door multinationals (zie actieplan juli 2013)?
2. Als men de regeling behoudt, zou dan de referentierentevoet waarop de belastingaftrek van toepassing is niet nog meer moeten worden verlaagd?
3. Welke cijfers verwacht u, rekening houdend met de verlagingen van het tarief die de jongste twee jaren werden doorgevoerd?
4. Zou men de aanslagvoet die nu voor bedrijven geldt (33,99 procent) niet met enkele percenten kunnen verlagen, zodat een eventuele nieuwe daling van de referentierentevoet wordt gecompenseerd en tegelijk ook de economische activiteit van de kmo's worden bevorderd?
5. Zou in dat verband de aanvullende crisisbijdrage van 3 procent boven op de voornoemde 33 procent niet kunnen worden geschrapt?
6. In augustus 2013 werd beslist in België vanaf 2014 de fairness tax in te voeren. Vanaf dan zal op grote bedrijven die aan bepaalde voorwaarden voldoen een aanslag van 5 procent van toepassing zijn. Welke cijfermatige resultaten verwacht men dankzij deze maatregel?
7. Is de maatregel niet te complex (het berekenen van de belastinggrondslag bijvoorbeeld)?
ANTWOORD
1. Na de studie over de macro-economische en budgettaire impact van de aftrek voor risicokapitaal van 22 juli 2008 door de Nationale Bank van België, hebben ook andere studies de positieve effecten van deze maatregel voor de Belgische economie aangetoond. Tevens is hij belangrijk voor de zelf-financiering van de ondernemingen. Op het niveau van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is de aftrek voor risicokapitaal besproken zonder negatief gevolg.
2. De referentie-interestvoet die van toepassing is op de aftrek voor risicokapitaal dient zo nauw mogelijk aan te sluiten bij de interestvoet die van toepassing is op ontleende kapitalen.
3. Er is geen specifieke budgettaire opbrengst begroot voor het geval de referentie-rentevoet voor de aftrek voor risicokapitaal zou dalen als gevolg van de algemene rente-evolutie. Door de wet van 17 juni 2013 werd de berekening van de interestvoet zodanig aangepast dat deze terug aansloot bij de financieel-economische realiteit. Dit heeft in de feiten tot een budgettaire opbrengst geleid die geraamd werd op 256 miljoen euro in 2013 en bijkomend 64 miljoen euro in 2014.
4. en 5. Voor kmo's wordt het tarief van de aftrek voor risicokapitaal in de bestaande regeling reeds verhoogd met een half procentpunt. Het voorstel van het geachte lid inzake het tarief van de vennootschapsbelasting zal ongetwijfeld aan bod komen in de denkoefeningen die zullen plaatsvinden rond een eventuele hervorming van de fiscaliteit.
6. De in artikel 219ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen ingevoerde afzonderlijke aanslag, waarnaar het geachte lid verwijst, is pas van toepassing vanaf aanslagjaar 2014, zodat enkel een geraamd bedrag van 165 miljoen euro, zoals dit in de begroting 2014 is vastgelegd kan worden meegedeeld.
7. Hoewel de invoering van deze maatregel enig studiewerk heeft gevergd, ben ik niet van oordeel dat dit een te ingewikkeld mechanisme is.
