Parlementaire vraag nr. 408 van de heer Gilles Vanden Burre van 05.05.2021

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/055 d.d. 12.06.2021, blz. 198

Belastingplicht van vzw's van kunstenaars

VRAAG (van de heer Vanden Burre)

De meeste eigentijdse muziekgroepen in de Franse Gemeenschap werken onder het juridische statuut van een vzw. Het cyclische aspect van hun activiteit leidt onvermijdelijk tot periodes van intensieve artistieke arbeid (opnames, tournees) waarin er veel en regelmatig geld binnenkomt, waarna er dan periodes zijn van meerdere maanden zonder activiteit. Het verdienmodel van een band bestaat er heel vaak in om aan het einde van een tournee voldoende inkomsten te genereren (na betaling van de gages) om het opzijgelegde geld twee of drie jaar later opnieuw te kunnen investeren in de productie van een nieuwe plaat. Dat is ook het businessmodel van de bekende Belgische band Girls in Hawaii. De belastingadministratie heeft echter ingegrepen: ze heeft beslist de reserve van de band te belasten alsof het winst was en heeft de vzw geherkwalificeerd in een vennootschap, waardoor ze onderworpen werd aan de vennootschapsbelasting. Elk beroep dat de band heeft aangetekend werd verworpen. Zelfs het verzoek om bij de berekening van de belasting de twee aan de herkwalificatie voorafgaande boekjaren (die onder het stelsel van de rechtspersonenbelasting vielen) in aanmerking te nemen, werd afgewezen (tijdens die verlieslatende jaren werd er geïnvesteerd in de productie van het album dat uiteindelijk de zogenaamde winst heeft opgeleverd). De belastingadministratie loochent zo volledig het scheppingsproces dat eigen is aan vzw's van kunstenaars. Ze belast in dit geval dus de zogenaamde winst, maar weigert rekening te houden met de verliezen en investeringen die nodig waren om die inkomsten te genereren. Het resultaat vandaag is dat het voortbestaan van de band Girls in Hawaii echt in gevaar is. De situatie van de band en de herkwalificatie van zijn activiteiten maken het voorwerp uit van een procedure die opgestart werd in 2016, ruim vóór de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). De band komt dan ook tot de slotsom dat wat hemnu overkomt geen rechtstreeks gevolg is van de door het WVV gewijzigde rechtsleer, maar veeleer van de ijver van een ambtenaar van de belastingadministratie. Het WVV zou echter gemakkelijker kunnen leiden tot interpretaties zoals die waarvan Girls in Hawaii het slachtoffer werd. Het nieuwe WVV biedt vzw's in theorie de mogelijkheid om commerciële activiteiten te verrichten, en niet enkel als die bijkomstig zijn, zonder dat hun statuut ter discussie gesteld wordt. Ze genieten een wettelijke uitzondering, het zogenaamde belangeloze doel. Als echter blijkt dat die activiteiten een winstoogmerk hebben en ongeoorloofd zijn, dan houdt dat in dat de vereniging onderworpen wordt aan de vennootschapsbelasting. En het is precies daar dat het schoentje wringt. In het geval van Girls in Hawaii rechtvaardigt de FOD Financiën de herkwalificatie van de activiteiten van de vzw van de band door het standpunt in te nemen dat die vzw uitsluitend werkt ten behoeve van de band waardoor het begrip 'belangeloos doel' wordt tenietgedaan.

1. Is het verhaal van Girls in Hawaii symptomatisch voor een opkomende, meer algemene trend, namelijk dat de toepassing van het WVV de werking van vzw's van kunstenaars volledig op losse schroeven zet? Die rechtsvorm is evenwel het wijdverspreidste model in de Franse Gemeenschap voor het structureren van activiteiten met betrekking tot podiumkunsten (muziekgroepen, theatergezelschappen, enz.). Tal van vzw's geven structuur aan het culturele milieu en hebben een reservefonds opgebouwd dat noodzakelijk is om te kunnen blijven bestaan.

2. Welk concreet antwoord kunt u geven aan Girls in Hawaii en aan alle andere groepen die zich in dezelfde moeilijke economische situatie zouden kunnen bevinden als hun vzw door de belastingadministratie geherkwalificeerd wordt?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Gelet op de bepalingen van artikel 337 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), over het beroepsgeheim wil ik er allereerst op wijzen dat het niet mogelijk is om informatie te verstrekken over een concreet geval. Inzake de belastbaarheid in de inkomstenbelastingen (IB) voorzag het WIB 92 al vóór de invoering van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) dat een vzw, in beperkte mate, nijverheids-, handels- of landbouwverrichtingen kon uitoefenen zonder dat dat noodzakelijk leidde tot de belastbaarheid in de vennootschapsbelasting (VenB). De wet van 17 maart 2019 tot aanpassing van bepaalde federale fiscale bepalingen aan het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen wijzigt op geen enkele wijze de voorwaarden op basis waarvan de entiteiten die geen winstoogmerk nastreven in de zin van de artikelen Hoe een vzw belastbaar is in de IB hangt af van een geheel van juridische en feitelijke elementen. De situatie moet altijd geval per geval worden beoordeeld. De beoordelingselementen die ter zake in aanmerking moeten worden genomen, blijven ook na de invoering van het WVV relevant. 181 en 182, WIB 92, aan de VenB of de rechtspersonenbelasting (RPB) zijn onderworpen. In dat verband kan ik u verwijzen naar de antwoorden die mijn voorgangers hebben verstrekt op de parlementaire vraag nr. 2540 van 14 februari 2019, van mevrouw Griet Smaers (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2018-2019, nr. 182, blz. 193 tot 195) en de mondelinge parlementaire vraag nr. 27598 van de heer Michel de Lamotte (commissie voor de Financiën en de Begroting van 28 november 2018, Integraal Verslag, Kamer, 2018-2019, CRIV 54 COM 1003, blz. 8 tot 10).