Parlementaire vraag nr. 1403 van de heer de Clippele van 30.01.1995

VRAAG 95/1403
Bull. nr. 752, pag. 2443
Gespreide investeringsaftrek - Activa in aanbouw
Met betrekking tot activa in aanbouw neemt de administratie aan dat de belastingplichtige de keuze heeft om de afschrijvingen te laten aanvangen op het moment dat, door de gedane vooruitbetalingen, deze activa in aanbouw als dusdanig geactiveerd worden hetzij op het moment dat de werken voltooid zijn (zie Com.IB 44/165 en 166-oud). Voor de toepassing van de investeringsaftrek op die activa nam de administratie vroeger aan dat de investeringsaftrek gekoppeld moest worden aan het jaar waarin de belastingplichtige de betrokken activa (in aanbouw) begon af te schrijven (zie nr. 42ter/17 van de Circ. RH. 421/340.776 van 26 augustus 1983).
Dat administratieve standpunt werd in een latere circulaire (Ci.RH..421/357.067 van 18 april 1986 - Bul. Bel. nr. 651, 1107) gewijzigd. De administratie is nu van oordeel dat de investeringsaftrek moet toegepast worden vanaf het jaar dat de vooruitbetalingen op de activa in aanbouw geboekt worden als materieel vast actief, ongeacht de keuze die de belastingplichtige maakt op het stuk van de afschrijvingen. Uit voornoemde circulaire van 1986 blijkt evenwel niet duidelijk of de administratie van oordeel is dat dit standpunt ook moet worden toegepast voor de zogenaamde gespreide investeringsaftrek (artikel 70 WIB 92). Uit de duidelijke tekst van artikel 70 blijkt evenwel dat de gespreide investeringsaftrek over de afschrijvingsperiode van de betrokken activa moet worden gespreid.
1.
a)
Gaat u akkoord met het standpunt dat de aanvang van de toepassing van de gespreide investeringsaftrek voor dergelijke activa in aanbouw nog steeds gekoppeld moet worden aan de begindatum van de afschrijvingen, naar gelang van de keuze die de belastingplichtige maakt ?
b)
Zo neen, hoe moet de gespreide investeringsaftrek dan toegepast worden voor activa in aanbouw die als materieel vast actief geboekt werden maar waarop nog niet werd afgeschreven ?
2. Gaat u, in geval van positief antwoord op de eerste vraag, akkoord met het feit dat de begrippen "aangeschaft of tot stand gebracht" zoals gebruikt in artikel 70 WIB 92 dan verwijzen naar het jaar waarin de afschrijvingen volgens de genoemde keuzemogelijkheid van de belastingplichtige starten, om het antwoord op de eerste vraag in overeenstemming te brengen met de tekst van de wet ?
3. Betekent dat, in geval van positief antwoord op de tweede vraag, dat als activa in aanbouw waarop nog niet afgeschreven werd, naar aanleiding van een belastingvrije splitsing (artikel 211 WIB 92) ingebracht worden in een nieuwe vennootschap, die laatste vennootschap de gespreide investeringsaftrek mag toepassen zodra zij die activa afschrijft ?
ANTWOORD
Het geacht lid gelieve hierna de antwoorden op zijn vragen te vinden.
Vraag 1
Ik ben akkoord met het ingenomen standpunt.
Vraag 2
In het beoogde geval moet aan de voorwaarde inzake personeelsbestand, die door artikel 70 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is gesteld, zijn voldaan op de eerste dag van het belastbare tijdperk waarin de vooruitbetalingen als vaste activa moeten worden geboekt en dit ongeacht het belastbare tijdperk waarin de afschrijvingen - en dus ook de gespreide investeringsaftrek - aanvangen.
Vraag 3
Luidens artikel 212, van datzelfde wetboek worden, in het geval van een belastingvrije splitsing, de investeringsaftrekken die bij de overnemende of verkrijgende vennootschappen met betrekking tot de bij hen ingebrachte bestanddelen in aanmerking genomen, bepaald alsof de splitsing niet had plaatsgevonden.