Parlementaire vraag nr. 756 van de heer Gehlen van 20.10.1993

VRAAG 93/756
Bull. nr. 736, pag. 682
Belastbaar tijdperk - Aanslagjaar
Het komt geregeld voor dat men weigert de aan voorafbetalingen van belastingen gekoppelde voordelen aan belastingplichtigen toe te kennen (voorkomen van een vermeerdering, verkrijgen van een bonificatie) als zij voor 31 december niet langer aan de nodige voorwaarden voldoen. Naar verluidt zou dat te wijten zijn aan problemen op het stuk van de definitie van het belastbaar tijdperk en het aanslagjaar.
Een belastingplichtige-grensarbeider heeft voorafbetalingen gedaan om bonificaties van belastingen te kunnen genieten. Hij verhuist voor het einde van het jaar naar het buitenland. Het bestuur van belastingen weigert bonificaties van belastingen te verlenen.
Kan dat probleem niet worden opgelost ?
ANTWOORD
Artikel 177 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB) preciseert dat de bonificatie voor voorafbetaling van de belasting wordt verleend voor stortingen die gedaan zijn uiterlijk op 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december van het jaar voor dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.
Anderzijds bepaalt artikel 203, tweede lid, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB dat het aanslagjaar wordt genoemd naar het jaar waarin de gronden voor belastbaarheid weggevallen zijn (dat is inzonderheid het geval bij definitief vertrek van de belastingplichtige naar het buitenland).
Uit de samenlezing van die twee bepalingen blijkt derhalve dat de voorafbetalingen die de belastingplichtige tijdens het jaar van zijn vertrek naar het buitenland gedaan heeft, wettelijk geen recht kunnen geven op een bonificatie, daar zijn niet gedaan zijn tijdens het jaar voor dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.
Wat meer bepaald de fiscale toestand van de in Frankrijk, Nederland of Duitsland tewerkgestelde Belgische grensarbeiders betreft, mag men niet uit het oog verliezen dat het feit dat er op hun loon geen bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden, hen een niet te verwaarlozen voordeel verschaft zolang zij België niet verlaten. Het verlies van het voordeel van de bonificatie enkel en alleen in het jaar van hun vertrek naar het buitenland - uiterst zeldzame gevallen overigens - verantwoordt op zich dan ook geen wijziging van de thans in voege zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen.