Parlementaire vraag nr. 558 van de heer Emmanuel Burton van 27.07.2021
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/063 d.d. 20.09.2021, blz. 180
Door UBS georkestreerde fiscale fraude
VRAAG (van de heer Burton)
De Zwitserse bank UBS heeft vanuit de vennootschap UBS Belgium, een filiaal van de groep UBS Luxembourg, gedurende verscheidene jaren een systeem op poten gezet om rekeningen in Zwitserland te openen. Via dat systeem werden er in Zwitserland rekeningen geopend, zodat bepaalde Belgen aan de fiscus konden ontsnappen via verborgen rekeningen. Het Brusselse parket heeft evenwel een onderzoek uitgevoerd naar de frauduleuze activiteiten die de bank gedurende jaren ontplooid heeft en UBS heeft aanvaard om een minnelijke schikking van 50 miljoen euro te betalen om de klacht te doen vervallen. Naar de activiteiten van de groep UBS werden er al verscheidene onderzoeken ingesteld in andere Europese landen, waaronder Frankrijk en Duitsland, maar ook in de Verenigde Staten. De groep lijkt dus niet aan haar proefstuk toe te zijn wat dergelijke praktijken betreft. Bovendien stelde het Brusselse parket in 2019 ook aan de bank HSBC, die van oorsprong eveneens Zwitsers is, een minnelijke schikking voor ten belope van 294,4 miljoen euro. De jarenlange georganiseerde belastingontwijking is dus kennelijk een centraal aandachtspunt van het Brusselse parket, en dat komt de Belgische fiscus ten goede. Hoewel deze banken enkel gefortuneerde Belgen benaderden, vormt het kleine aantal geselecteerde personen wel een forse inkomstenderving voor de Belgische fiscus, gezien de verborgen geldsommen. 1. Werkt u met de FOD Justitie samen wat deze dossiers betreft? 2. Hoeveel bedraagt het verlies voor de Belgische fiscus dat toe te schrijven is aan de verborgen rekeningen in het buitenland? 3. Compenseren de door het parket geëiste sommen het verlies? 4. Lopen er onderzoeken naar bepaalde banken?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
1. Het charter van de belastingplichtige verbiedt een actieve samenwerking tussen fiscus en parket bij fiscale onderzoeken. Het plan ter bestrijding van de fiscale en sociale fraude van deze regering bevat een luik dat voor de gevallen van meest ernstige fiscale fraude hieraan moet remediëren. Een juridische werkgroep onderzoekt momenteel de verschillende mogelijkheden. Binnen de beperkte mogelijkheden die de huidige wetgeving voorziet, zoals een una via overleg of een minnelijke schikking, kan ik bevestigen dat er inderdaad constructieve informatie-uitwisselingen tussen fiscus en parket hebben plaatsgevonden. 2. Dankzij de CRS (Common Reporting Standards) wordt de financiële informatie met betrekking tot bankrekeningen, die door Belgische rijksinwoners in het buitenland worden aangehouden, reeds enkele jaren met de Belgische fiscus uitgewisseld. Hierdoor heeft de Belgische fiscus de mogelijkheid om eventueel niet aangegeven buitenlandse roerende inkomsten te belasten, indien blijkt dat deze niet correct aangegeven worden. Voor de jaren die fiscaal verjaard zijn, heeft de fiscus geen mogelijkheid om de niet aangegeven inkomsten uit het buitenland te onderzoeken en te belasten. Er kan dan ook geen accurate schatting worden verricht. Dit wil niet zeggen dat er geen strafrechtelijke vervolging voor witwassen mogelijk is. 3. De te betalen geldsom en de gederfde inkomsten zijn twee verschillende zaken die niet mogen worden vermengd. De door het parket gevraagde bedragen vallen binnen het specifieke kader van de strafrechtelijke minnelijke schikkingen (artikel 216bis van het wetboek van Strafvordering), dat een manier is om een strafvervolging te laten vervallen in ruil voor de betaling van een geldsom. De vaststelling van deze bedragen behoort tot de exclusieve bevoegdheid van de procureur des Konings, die rekening houdt met verschillende feitelijke elementen zoals het bestaan van verzachtende of verzwarende omstandigheden, de ernst van de feiten, het eventuele bestaan van een strafblad, de inachtneming van de redelijke termijn en eventueel het afstand doen van goederen en vermogensvoordelen die uit de strafbare feiten zijn voortgevloeid. De toereikendheid van deze bedragen wordt vervolgens ter homologatie voorgelegd aan de bodemrechter. De inkomstenderving waarnaar u verwijst, stemt overeen met de belastingen die zijn ontdoken door de Belgische cliënten van deze banken, die de door hen aangeboden diensten hebben gebruikt om aan de controle van de belastingautoriteiten te ontsnappen. De fiscale administratie blijft deze bedrage invorderen via de procedures die zijn ingeleid tegen deze belastingplichtigen, van wie in de zaak UBS slechts een klein deel konden worden geïdentificeerd op basis van de beschikbare bankgegevens. In de zaak HSBC zijn de fiscale vorderingen aanzienlijk, zoals u kan nalezen in het antwoord op vraag nr. 2569 van de heer volksvertegenwoordiger Peter Vanvelthoven van 11 maart 2019 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2018-2019, nr. 184). 4. Artikel 318 WIB92 verbiedt aan mijn administratie om in de rekeningen, boeken en documenten van bankinstellingen inlichtingen in te zamelen met het oog op het belasten van hun cliënten. Voor de vraag hoeveel strafrechtelijke onderzoeken met betrekking tot buitenlandse bankinstellingen nog lopen, verwijs ik u door naar mijn collega van Justitie.
