Parlementaire vraag nr. 887 van de heer Dufour van 09.05.1997
VRAAG 97/887
Vr. en Antw., Kamer, nr. 92, blz. 12631-12632
Bull. 776, pag. 2527
Opheffing bankgeheim
VRAAG
In het kader van de krachtens de EMU-wet aangenomen koninklijke besluiten heeft de regering artikel 318 van het WIB 1992 gewijzigd en met betrekking tot de mogelijkheid om bij banken onderzoeken te voeren de term "inbreuken op de fiscale wet" vervangen door "mechanisme van belastingontduiking". Het woord "belastingontduiking", waarmee het frauduleus voornemen van een individu wordt bedoeld dat een mechanisme bedenkt om wettelijk verschuldigde belasting te ontwijken, is beperkender dan de term "inbreuk op de fiscale wet". Daarenboven moet de administratie, om een onderzoek te kunnen voeren bij een financiële instelling, vooraf het bewijs leveren van een frauduleus voornemen.
Hoewel de wetgever die controlemogelijkheid dus heeft willen uitbreiden tot het opzetten van een mechanisme van belastingontduiking, zal de Administratie der directe belastingen in de praktijk uiteindelijk meer moeilijkheden ondervinden dan voorheen wanneer zij het bankgeheim wil laten opheffen om de juiste fiscale situatie van een belastingplichtige te achterhalen.
| 1. | Vanwaar die nieuwe woordkeuze in artikel 318 van het WIB 1992? |
2. Hadden de ambtenaren van de Administratie der directe belastingen daarom gevraagd?
Denkt u niet dat het opportuun zou zijn artikel 318 van het WIB 1992 op dat punt in zijn vroegere bewoordingen te herstellen, gelet op de implicaties op artikel 327 van het WIB 1992?
ANTWOORD
Het geacht lid mag niet uit het oog verliezen dat artikel 318, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vooraleer het werd gewijzigd, niet enkel het bestaan beoogde van een mechanisme dat de organisatie van inbreuken op de fiscale wet ten doel of tot gevolg had, maar dat dit mechanisme bovendien nog een medeplichtigheid tussen de instelling en de cliënt met het oog op belastingontduiking moest insluiten.
De vroegere procedure van de opheffing van het bankgeheim kon dan ook slechts ingeval van fiscale fraude worden aangewend zoals de parlementaire werkzaamheden er overigens herhaaldelijk hebben op gezinspeeld.
In tegenstelling tot wat het geacht lid voorhoudt, wordt de mogelijkheid tot opheffing van het bankgeheim, niet beperkt maar integendeel uitgebreid vermits:
- de voorwaarde van medeplichtigheid van de bankinstelling aan belastingontduiking wordt geschrapt;
- het bankgeheim thans kan worden opgeheven van zodra niet alleen het bestaan maar ook de voorbereiding van een mechanisme van belastingontduiking bij de cliënt van een bankinstelling wordt vermoed.
Bron: FisconetPlus
