Parlementaire vraag nr. 1521 van de heer Benoît Piedboeuf van 23.02.2017

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/131 d.d. 20.09.2017, blz. 211

Automatische indexering inzake inkomstenbelastingen

VRAAG (van de heer Piedboeuf)

In het Belgisch Staatsblad van 24 januari 2017 staat een bericht van de FOD Financiën in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen - aanslagjaar 2018.

1. Met betrekking tot artikel 37bis, § 2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) wordt verwezen naar het grensbedrag van de in artikel 90 § 1, 1° vermelde bruto-inkomsten. Wordt hier niet het grensbedrag van de in artikel 90, eerste lid, 1°bis vermelde bruto-inkomsten bedoeld?

2. Met betrekking tot artikel 145/40, § 2, tweede lid, § 3, worden de basisbedragen van 1.250 en 1.500 euro respectievelijk op 1.960 en 2.350 euro gebracht voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Volgens mij is er in § 2, tweede lid, sprake van een eerste schijf van 50.000 euro van het aanvangsbedrag van de voor die woning aangegane leningen. De grensbedragen van 1.250 en 1.500 euro staan in § 3. Wetend dat er negen verschillende indexeringsregels bestaan - wat voor de belastingplichtige een hele opgave is - zou de Stafdienst Beleidsexpertise -en Ondersteuning - Dienst Reglementering wel blijk mogen geven van wat meer ernst en precisie in zijn publicaties. De artikelen 145/40, 145/42 en 145/45 van het WIB 1992 hebben meer bepaald betrekking op de belastingverminderingen voor de eigen woning. Er bestaan, sinds de wet van 8 mei 2014 (Belgisch Staatsblad, 28 mei 2014, 2e editie, err.,Belgisch Staatsblad, 27 januari 2015) drie gewestelijke versies van, die van toepassing zijn vanaf het aanslagjaar 2015. Ze werden al deels bij decreet gewijzigd. Zo werd bijvoorbeeld artikel 145/40 gewijzigd door artikel 65, 1° van het decreet van het Vlaams Parlement van 19 december 2014, dat geldt voor leningen afgesloten vanaf 1 januari 2015, door artikel 65, 2° tot 4° van hetzelfde decreet, dat van kracht is vanaf aanslagjaar 2016 en door artikel 86 van het decreet van het Vlaams Parlement van 18 december 2015, dat van kracht is vanaf aanslagjaar 2017. Kunt u, bijvoorbeeld in de vorm van een tabel, voor de aanslagjaren 2015 tot 2018 voor de drie Gewesten de evolutie schetsen van de verschillende bedragen die vervat zijn in de artikelen 145/40, § 2, tweede lid en § 3, 145/42, tweede lid, 1°, en 145/45, § 3, tweede lid, van het WIB 1992?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Het antwoord op deze vraag is het geachte Kamerlid rechtstreeks toegestuurd. Gezien het louter documentaire karakter ervan wordt het niet in het Bulletin van Vragen en Antwoorden opgenomen maar ligt het ter inzage bij de griffie van de Kamer van volksvertegenwoordigers (dienst Parlementaire Vragen).