Parlementaire vraag nr. 356 van de heer Goutry van 26.03.1996
VRAAG 96/356
Bull. nr. 763, pag. 1752
Fiscaal regime van het halftijds brugpensioen.
VRAAG
De inkomsten van een werknemer in halftijds brugpensioen bestaan uit drie delen, namelijk de halftijdse wedde, de tussenkomst van de RVA en de tussenkomst van de werkgever.
1. a) In welk fiscaal regime valt elk onderdeel ?
1. b) Hoe wordt dit samengevoegd bij de jaarlijkse belastingaangifte ?
2. Heeft de administratie van belastingen hierover een definitieve uitspraak gedaan ?
ANTWOORD
Het geacht lid gelieve hierna de antwoorden op zijn vragen te vinden.
Vraag 1:
Fiscaal regime en aangifte valt de in het kader van het halftijds brugpensioen toegekende vergoedingen.
- De door de werkgever toegekende halftijdse bezoldiging is een eigenlijke bezoldiging in de zin van artikel 31, tweede lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en moet in de aangifte in de personenbelasting worden vermeld in deel 1, vak II, rubriek A, 1 "wedden en lonen" - tegenover kenletter "T".
Die bezoldigingen zijn tegen het progressieve tarief belastbaar en mogen met de werkelijke of forfaitaire beroepskosten als vermeld in de artikelen 49, respectievelijk 51 WIB 92 worden verminderd.
- De werkloosheidsvergoeding en de door de werkgever toegekende aanvullende vergoeding moeten als vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen in de zin van de artikelen 31, tweede lid, 4°, en 146, 5°, WIB 92 worden aangemerkt. Die vergoedingen moeten in de aangifte in de personenbelasting worden vermeld in deel 1, vak II, rubriek E, 1 "brugpensioen nieuw stelsel" - tegenover kenletter "Na".
Die Vergoedingen zijn eveneens tegen het progressieve tarief belastbaar, maar mogen niet met forfaitaire beroepskosten als vermeld in artikel 51, WIB 92 worden verminderd. Op die vergoedingen mag echter wel de belastingvermindering voor "andere vervangingsinkomsten" worden toegepast overeenkomstig de artikelen 147, 1° en 2°, tot 154 WIB 92.
Vraag 2:
Definitieve uitspraak van de administratie van belastingen.
De in het antwoord op vraag 1 vermelde kwalificatie blijkt uit de nrs. 23, a, 31, eerste lid, derde gedachtenstreep, en 70, eerste lid, derde gedachtenstreep, van het bericht aan de werkgevers en aan de andere schuldenaars van aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten, dat op initiatief van de administratie der directe belastingen is gepubliceerd in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 14 december 1995.
Bron: FisconetPlus
