Parlementaire vraag nr. 938 van de heer Bogaert van 28.09.2005
VRAAG 05/938
Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 113, blz. 21547
Jaarrekening van gefailleerde naamloze vennootschap
VRAAG
Artikel 54 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 bepaalt dat de curators de gefailleerde ontbieden om in zijn tegenwoordigheid de boeken en bescheiden vast te stellen en af te sluiten.
1. Moeten de woorden «boeken en bescheiden» begrepen worden zoals in artikel 315 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ?
2. Is voor het boekjaar tot aan de datum van het faillissement de jaarrekening van een naamloze vennootschap noodzakelijk voor de vaststelling van de vennootschapsbelasting ?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 17.03.2006)
1. Wat betreft de inhoud van het begrip «boeken en bescheiden» opgenomen in de bepalingen van artikel 315 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), kan ik het geachte lid verwijzen naar het nr. 315/2 van de administratieve commentaar op het WIB 1992.
Evenwel behoort de inhoud van het begrip «boeken en bescheiden» opgenomen in artikel 54 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 tot de bevoegdheid van mijn collega van de FOD Justitie.
2. Ik wens het geachte lid er op te wijzen dat na het vonnis waarbij het faillissement wordt uitgesproken, de vennootschap verder blijft bestaan en zij nog steeds belastbare inkomsten kan verwerven. De gefailleerde vennootschappen blijven dan ook aan de aangifteplicht inzake vennootschapsbelasting onderworpen.
Krachtens artikel 307, § 3, WIB 1992, maken de bescheiden die verplicht bij de aangifte te voegen zijn een integrerende deel uit van de aangifte. De jaarrekening maakt deel uit van de opsomming van die bescheiden, opgenomen in de aangifte in de vennootschapsbelasting.
Bron: FisconetPlus
