Parlementaire vraag nr. 1658 van de heer de Clippele van 13.11.2001

VRAAG 01/1658
Vr. en Antw., Senaat, 2002-2003, nr. 2-62, blz. 3485
Bull. nr. 842, pag. 2937-2939
Prijzen en subsidies - Divers inkomen - Beroepsinkomen
VRAAG
Artikel 90, 2°, van het WIB voorziet in een belastingheffing op de prijzen en subsidies die ter gelegenheid van de publicatie van een werk of een studie van wetenschappelijke of artistieke aard worden gegeven.
In het algemeen wordt dit inkomen beschouwd als "diversen" maar soms aanziet de administratie het als een beroepsinkomen.
Anderzijds laat artikel 90, 2°, van het WIB ook bepaalde volledige vrijstellingen toe, mits een officiële toestemming van de Koning.
Kan de geachte minister mij uitleggen welke criteria momenteel in zijn administratie gelden om te bepalen of deze prijzen moeten beschouwd worden als diverse inkomsten of als beroepsinkomsten?
In welke gevallen moet de instelling of het orgaan van openbaar nut een beroepsvoorheffing afhouden?
Kan de geachte minister mij tenslotte ook zeggen wat de voorwaarden zijn om de vrijstelling te verkrijgen die in fine door artikel 90, 2°, van het WIB wordt beoogd?
ANTWOORD
Overeenkomstig artikel 90, 2°, eerste lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) worden als diverse inkomsten beschouwd, de prijzen en gedurende twee jaar ontvangen subsidies, voor de schijf boven 2 950 euro (geïndexeerd bedrag voor het aanslagjaar 2003), en andere subsidies, renten of pensioenen die door Belgische of vreemde openbare machten of openbare instellingen zonder winstoogmerken zijn toegekend aan geleerden, schrijvers of kunstenaars, met uitzondering van de sommen die zijn betaald of toegekend als bezoldiging van bewezen diensten en beroepsinkomsten zijn.
Die inkomsten zijn bijgevolg ofwel belastbaar als beroepsinkomsten wanneer het gaat om sommen die zijn betaald of toegekend als bezoldiging van bewezen diensten, ofwel belastbaar als diverse inkomsten in de andere gevallen, behalve evenwel de mate waarin voormelde vrijstelling van toepassing is.
Die sommen moeten worden beschouwd als betaalde of toegekende bezoldigingen van bewezen diensten van zodra de schuldenaar enig voordeel haalt uit de prestaties waarvoor de sommen werden betaald. Die omstandigheid kan alleen aan de hand van de feitelijke en juridische elementen eigen aan elk geval worden beoordeeld.
Overigens zijn bepaalde prijzen en subsidies krachtens artikel 90, 2°, tweede lid, WIB 1992 en artikel 53, § 1, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 1992 (KB/ WIB 1992), volledig vrijgesteld wanneer ze worden toegekend door instellingen die door de Koning zijn erkend en ze aan alle hierna vermelde voorwaarden voldoen:
1° uitzonderlijke verdiensten belonen of uitzonderlijke inspanningen mogelijk maken op het stuk van het wetenschappelijk onderzoek, de kunsten of de letteren;
2° toegekend zijn in omstandigheden die aan de begunstigden ruime mogelijkheden bieden tot persoonlijk initiatief op het gebied van de voortzetting of de uitvoering van hun studies, opzoekingen, werken of kunstuitingen;
3° belangeloos worden toegekend, derwijze dat iedere staat van afhankelijkheid van de verkrijger tegenover de schenker en elke compensatie ten voordele van deze laatste uitgesloten is;
4° noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks gefinancierd worden door Belgische of buitenlandse nijverheids, handels- of landbouwondernemingen, die op één of andere wijze voordeel kunnen halen uit de beloonde of gesubsidieerde werken, opzoekingen, studies of kunstuitingen.
De belastbare inkomsten terzake zijn overeenkomstig de artikelen 270 en 271, WIB 1992 en 87, 1°, 3° en 5°, b), KB/WIB 1992, alleen aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen wanneer de schuldenaar een Belgische openbare macht of openbare instelling zonder winstoogmerken is en wanneer het gaat om:
- bezoldigingen, pensioenen of renten vermeld in artikel 23, § 1, 4° en 5°, WIB 1992;
- diverse inkomsten vermeld in artikel 90, 2°, WIB 1992;
- baten vermeld in artikel 23, § 1, 2°, WIB 1992 die in België aan niet-inwoners zijn toegekend.