Parlementaire vraag nr. 885 van mevrouw Pieters van 18.07.2005

VRAAG 05/885
Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 098, blz. 17762-17763
Onderzoek - Inlichtingen bij derden - Verplichtingen
VRAAG
Met toepassing van de artikelen 322, 323 en 327, § 1, eerste lid van het WIB 1992 mag de administratie Financiën attesten inzamelen, derden horen, een onderzoek instellen en inlichtingen vorderen, niet alleen van of bij derden waarmee de belastingsplichtige beroepsmatige of winstgevende verrichtingen heeft uitgevoerd, zoals leveranciers, klanten, schuldeisers, schuldenaars, maar ook van of bij andere natuurlijke personen of rechtspersonen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, die bij machte zijn haar gegevens te verstrekken, welke tot de juiste heffing van de belasting ten name van deze belastingsplichtige kunnen leiden.
Attesten of inlichtingen mogen dus ook van derden die geen commerciële relatie met de belastingplichtige hebben in verband met de winstgevende activiteit worden gevorderd, wanneer de inlichtingen noodzakelijk zijn om een bepaalde belastingsplichtige, over wie men onvoldoende gegevens bezit, oordeelkundig te belasten.
In deze artikelen staat nergens te lezen dat deze derde rechtspersoon of natuurlijk persoon de kostprijs, zonder uiteraard winst te kunnen maken, niet zou mogen aanrekenen aan de federale Staat.
Soms zijn de opzoekingen die aan derden gevraagd worden van die aard dat er vele werkuren mee gepaard gaan van vrij hoog geschoold personeel. Het is dan ook niet onlogisch dat deze kosten vergoed zouden worden.
De tegenovergestelde stelling leidt er toe dat derden de kosten van een fiscaal onderzoek gedeeltelijk zelf dragen, terwijl zij niets te maken hebben met de winstgevende contractuele relatie die tot de belastingsheffing leidt. Vooral wanneer dergelijke vragen op regelmatige basis aan dezelfde personen worden gevraagd, is dit problematisch.
1.
Wat is uw houding ten aanzien van deze problematiek?
2.Kan het dat een derde persoon de kostprijs van de prestaties die hij of zij levert voor de overheid niet wordt terugbetaald?
3.Ziet u een onderscheid wanneer dergelijke vragen om inlichting eenmalig zijn, of op regelmatige basis voorkomen aan dezelfde derde?
4.Ziet u een verschil naargelang de inspanning die van die derde naar aard en hoeveelheid en dus naar kostprijs voor het verstrekken van de inlichtingen wordt gevraagd?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 25.10.2005)
Het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) legt aan derden inderdaad verplichtingen op die geen direct verband houden met de eigen fiscale toestand. Met het oog op een juiste belastingheffing zijn derden verplicht overeenkomstig de artikelen 322 en 323, WIB 1992 te antwoorden op de vragen om inlichtingen van de administratie. De wetgever heeft niet voorzien in een vergoeding voor de eventuele kosten die gepaard kunnen gaan met deze opzoekingen. Om de financiële en andere overlast te beperken is de administratie ertoe gehouden om slechts weloverwogen en gematigd gebruik te maken van haar bevoegdheid (zie Parl. St., Senaat, 1961-1962, nr. 366, blz. 292).